Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

maandag 21 maart

Een stil gebed (1)

Soms kom je niet veel verder dan een zucht: ‘Ach, Heere…’ Als een bericht binnenkomt dat je raakt. Er zijn ook momenten dat je komt te staan voor een moeilijke situatie en het in stilte zucht: ‘Ach, Heere, help…’ 

Bericht

Vier maanden lang zit Nehemia er al mee in het hoofd. Het ernstige bericht vanuit zijn vaderland. De stad Jeruzalem ligt in puin. De muur ligt er verscheurd bij, de poorten zijn met vuur verbrand. Nehemia was zo door dat bericht geschokt dat hij neerzat, huilde en een paar dagen in de rouw ging. Hij vastte en bad voor het aangezicht van de Heere (1: 4).  

Het bericht vanuit Jeruzalem schokte hem diep. Denkend aan zijn vaderland, hoopte hij dat daar veel ten goede gekeerd was. Maar het was niet zo. Daar had zich een ramp voltrokken als gevolg van de ballingschap en men was niet in staat geweest zich aan de situatie te ontworstelen. Het was er een puinhoop. 

In gedachten liep hij door de straten van de stad. Het enige wat hij er echter zou zien is puin. De muur in puin. De huizen in puin. De tempel in puin. De wachttorens in puin. Voor zover mensen weer huizen hadden die bewoond werden, lagen die open voor elke overval vanuit de omgeving. Men leefde onbeschermd. Sinds koning Arthasasta de bouw van de muur en tempel had stilgelegd (Ezra 4: 23). 

Situatie 

Legt Nehemia zich daar nu bij neer? Het is wat het is. Erg genoeg. Treffen we hem treurend aan, zonder verder perspectief? Nee, vier maanden lang heeft Nehemia steeds de situatie die hem bezighield in gebed gebracht. Hij diende in het gebed geen wensenlijstje in: Heere wilt U de muren weer laten opbouwen? Heere, wilt U hout geven? Heere, wilt U mij een vrijgeleide geven van de koning? Heere, wilt U….? 

Nee, Nehemia heeft de God van het verbond aangeroepen (1: 5). Hij bad om een open oog en oor van de Heere, voor de situatie. Vervolgens beleed hij schuld: wij hebben gezondigd. Wij hebben het verdorven. Hij erkent Gods oordeel en pleit op Zijn beloften. 

Nehemia komt niet met zijn wensenlijstje, Nehemia komt met zijn schuldbelijdenis. Om vervolgens maar niet hopeloos om zich heen te kijken. Integendeel, hij verwacht grote dingen. 

Status quo

Nehemia buigt zich naar de grond, om te bidden. Hij gaat niet in een hoekje zitten tobben, maar stort Zijn hart uit bij de Heere. Wachtend, verwachtend, tot het moment zich aan zou dienen om naar de koning te gaan. 

Want Nehemia is niet de man die leeft met de status quo. Het is wat het is. Het zal allemaal toch niet meer beter worden. We moeten het maar overgeven. We moeten er maar in berusten. Wat kun je eraan doen, als je honderden kilometers verderop zit? Hij is ook maar gewoon een wijnbekeraangever in het paleis van een Perzische koning? Hij mag dan wel dichtbij de macht zitten, maar macht heeft hij niet. Hij dient een autocraat, een almachtige koning. Een grillige oosterse vorst. Men moet er maar mee leren leven, daar in Jeruzalem. Het is erg genoeg hoor, maar je moet het maar aanvaarden hè. Toch? 

Nee, Nehemia is een man met visie. Een man die door de omstandigheden heen blikt. Als hij komt met de schuldbelijdenis, denkt hij niet alleen over wat het volk ervan gemaakt heeft. Hij denkt vanuit Gods mogelijkheden. En dan is álles mogelijk. Onze verlegenheid is Gods gelegenheid. Nehemia denkt vanuit Gods mogelijkheden. 

Spiegel

Wat kenmerkt onze grondhouding? Of we nu optimistisch van karakter zijn, of een aanleg hebben voor tobberij. In beide gevallen hebben we met dezelfde God te doen. Leef je met het vergezicht, vanuit God? 

God is niet veranderd. Hij is gisteren, vandaag en morgen dezelfde. Dit betekent dat wij, denkend aan de geestelijke situatie van ons vaderland, de Heere mogen aanroepen om herleving. Dit brengt tot schuldbelijdenis voor het aangezicht van God. Verwachtend, ten aanzien van de God Die Zelf instaat voor Zijn Koninkrijk. 

Nehemia is door de Heere gebruikt in de lijn van de heilsgeschiedenis. Waarbij alles toestuwde naar de komst van de Koning, Jezus Christus. Wij leven in de situatie waarin de Koning van het Koninkrijk gekomen is. Hij breidt Zijn Koninkrijk uit. Al meer en meer. Dwars door verdrukking heen. Totdat Hij komt. Ondertussen is álles mogelijk. Omdat God, God is. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Terug naar God (3)

De Heere neemt redenen uit Zichzelf om lief te hebben. Niet het gedrag van het kind vormt de aanleiding voor Vaders...

Terug naar God (2)

Uit Efraïms’ mond klinkt: ‘Bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn, want U bent de Heere, mijn God!’ Het grondwoord dat...

Terug naar God (1)

Wie de profetieën van Jeremia op zich in laat werken hoort hoe opstandig het volk Israël was. Als bekering uitblijft,...