Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

maandag 28 maart

Een stil gebed (2)

Vier maanden lang heeft Nehemia geduld moeten oefenen. Wachten op God leert ons geduldig zijn. De zorgen vanwege zijn volk zijn Nehemia niet in de koude kleren gaan zitten. Hij kan het na vier maanden niet langer meer verbergen. Zijn gezicht tekent ervan.

Hartzeer

De koning ziet het, als hij de beker krijgt aangereikt van Nehemia. Hij spreekt hem erop aan. ‘Waarom is je gezicht verdrietig, terwijl je niet ziek bent?’ De koning blikt erdoorheen. Het is niets anders dan hartzeer. 

Er staat een gepijnigde man voor de koning en tegelijkertijd is zijn leven in gevaar, omdat hij het uit. Want niemand mocht met een niet optimistische houding bij de koning komen. Wij hebben het niet zo op pessimisten hè. Dat getob. Nou, de koning Arthasasta normaal gesproken ook niet. Die konden maar beter niet bij hem in de buurt komen. Het kon hun leven kosten. Bij de koning moest je lachen. Wat de omstandigheden ook waren. Kop op, zo zeggen we ook vandaag tegen elkaar. Laten we drinken en vrolijk zijn. 

Maar Nehemia heeft hartzeer. Vanwege zijn volk, vanwege zijn vaderland. Het is hem aan te zien. En als hij hoort dat de koning het doorziet, wordt hij bang. Wordt dit zijn einde? Nehemia is geen held. Hij is een mens als jij en ik. Eerlijk in zijn schuldbelijdenis, kwetsbaar in zijn angsten, tegelijkertijd opmerkzaam op de hand van God. 

Herken je dat? Dat je met hartzeer leeft, vanwege de situatie van de kerk? Vanwege de situatie van je familie? Vanwege het geestelijk gehalte van het christendom in Nederland? Of zit je het allemaal goedmoedig weg te lachen. Kop op, komt goed. Nee, het komt niet vanzelf goed. We hebben Godswonderen nodig. 

Niet zwijgen

Blijft Nehemia nu stil? Draait hij eromheen? Nee, hij beseft dat dit het moment kan zijn waarop hij al maanden gewacht heeft. Hij neemt het geweldige risico door de zaak aan te kaarten die hij op het hart heeft. Hij gaat spreken en legt de nood van zijn vaderland neer voor Arthasasta. Hij legt zijn hartzeer bloot. Hoe kan ik anders dan verdrietig zijn? De stad van de graven van zijn vaderen is verwoest, de poorten met vuur verbrand. De stad ligt er open bij. Aan zo’n stad heeft de koning niets en het volk ook niet. Maar de graven van de voorouders liggen er. Hij heeft er hartzeer van. 

De koning antwoord: wat verzoekt u mij? Daarop zien we Nehemia op het oog niets doen, maar in zijn hart gebeurt er van alles. Hij bidt. ‘Toen bad ik tot God van de hemel.’ Nadat hij vier maanden lang geroepen heeft tot de Heere, komt nu het cruciale moment. Wellicht was het maar een enkele zucht in gedachten: ‘…ach, Heere.’ 

Geestelijk praktisch, praktisch geestelijk

Net als het op daden aankomt, lezen we over bidden. Maar wie kijkt, ziet daar niets van. Hoort daar niets van. Bij Nehemia zien we het ‘bid en werk’ gestalte krijgen. Het zijn hier twee handen: de hand van het gebed en de hand van praktisch denken. Want praktisch, dat wordt Nehemia straks!

Dit is de grondhouding van een christen. Geestelijk praktisch, praktisch geestelijk. Biddend werken, op en onder de kansel. In de rechtszaal, in de operatiekamer, voor de klas, in de auto, achter de balie, op de kraan, in de kas. Een zucht omhoog: ‘…ach, Heere.’ 

Staande voor de koning van een groot wereldrijk, zien we dat Nehemia allereerst de toevlucht neemt tot God. Bij Hem is het onmogelijke mogelijk. 

Omgang met God

Nu zou ik tal van aanwijzingen kunnen geven over het gebed. Het persoonlijke gebed, het gebed in moeilijke situaties, het gebed met de pet op en met de pet af. Zo graag als we praten over geloof, zo graag praten we over gebed. We zijn op dit punt allemaal theoloog. We kunnen er uren over praten. Dat we het zouden moeten doen, hoe je het zou kunnen doen en waarom het zo belangrijk is. Maar, bid u ook? Bid jij ook? 

Jij die zoveel praat, ben jij ook degene die in de stilte het hart richt op God? Hang je aan Gods lippen, om het van Hem te verwachten? Ben jij een God-de-les-voorschrijver, of leg je Hem je nood voor? Praters hebben we genoeg in de kerk. We hebben echter bidders nodig. Mensen die biddend leven. Vanuit de schuldbelijdenis, onderaan het kruis, is er gemeenschap met God. In gemeenschap met de Vader, Die voorziet. In gemeenschap met de Zoon, Die verlost en verzoend. In gemeenschap met de Heilige Geest, Die het heil toepast en verlevendigend inwerkt op kerk en wereld. Van Hem is onze verwachting. 

Binnenkort volgt deel 3 van deze serie. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

De wijnstok en de ranken (1)

Ik ben de ware wijnstok. Dit betreft de zevende ‘Ik-ben’ uitspraak van Jezus en daarmee de laatste in het Evangelie...