Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

maandag 25 januari

Jozua krijgt als nieuwe leider van Israël bemoediging en onderwijs

Mozes mocht het nieuwe land niet binnengaan, vanwege zijn ontrouw aan Gods opdracht. In een laatste toespraak richtte hij zich tot het volk in Deuteronomium 31. Daarbij zei hij drie keer: ‘Wees sterk en heb goede moed’. In Jozua 1 klinken deze woorden opnieuw drie keer. Nu uit de mond van de Heere: ‘Wees sterk en heb goede moed’. (Jozua 1 :6, 7 en 9) Blijkbaar zijn deze woorden van groot belang voor het volk, maar ook voor Jozua persoonlijk. 

Beloften

Jozua stond bekend als een man met leidinggevende capaciteiten, die grote overwinningen boekte. Toch was hij een man als jij en ik. Een kwetsbaar en feilbaar mens. Die wist van Gods handelen in het verleden, Gods spreken in het heden en uitstaande beloften voor de toekomst. Hij werd echter geroepen om ‘vandaag’ te handelen. 

Lang geleden beloofde de Heere aan Abraham het land te geven dat Hij hem wijzen zou. Abraham zou daar nooit meer van bezitten, dan het kleine perceel waarin hij zijn vrouw begroef. De Heere laat echter geen beloften op de aarde vallen. Jozua mag met het volk Kanaän binnentrekken.

Wet

Onder de aansporing van de woorden ‘wees sterk en heb zeer goeden moed’ (versterkte vorm), werd Jozua opgeroepen de aan Mozes gegeven wet waar te nemen (1:9). Als richtingwijzer en begrenzing. Hij moest in dat spoor gaan en er niet links of rechts van afwijken. Jozua moest over de wet mediteren. Net als de gezegende man in Psalm 1. 

Wij stoten ons aan Gods wet. Dat was in Jozua’s tijd niet anders. Het uiterlijke ritueel gaande houden, dat zal nog wel gaan. Maar daar waar de wet het persoonlijke leven raakt, de binnenkant van het bestaan, daar is de struikelgang. Daar geeft de Heilige Geest oog voor. Wij zijn niet genegen om de Heere te dienen, integendeel. Steeds blijkt de duivelse greep waarin wij sinds Adams’ val geklemd zijn. Een leven dat gevuld is met afgoderij. Het stelt ons schuldig voor de Heere.

Het is de wet die ons confronteert met onze ontrouw. Door het ontdekkende werk van de Heilige Geest beseffen wij tegen elk van Gods geboden te zondigen. We kunnen Gods wet niet houden. Dit drijft uit naar Christus. Daarmee is de wet een tuchtmeester tot Christus. Hij is het Die de wet vervulde. Het is volbracht.

Wat van binnen leeft, komt naar buiten. Jozua moest niet alleen de wet voor ogen houden, maar ook in de mond nemen (vers 8). Dus Jozua moet niet alleen mediteren over Gods wet en Woord, maar er ook over spreken. Reciteren en delen. Dat is onontkoombaar. Wie met Gods getuigenis in het hart leeft, gaat daar ook over spreken. Het wordt van invloed op het hele leven. Vandaar dat een Psalmdichter het kan uitroepen: ‘Heere, hoe lief heb ik uw wet!’ Voor wie in Christus is, wordt de wet een leefregel voor de dankbaarheid. Liefdedienst, gestuwd door de Heilige Geest. De Heere geeft wat Hij vraagt. 

Vertrouwen

Het vertrouwen dat de Heere mee optrekt, geeft een rustige gang. Als de HEERE, Jahweh, aan onze zijde is. Wat kan een mens ons dan doen? De woorden die de Heere spreekt tot Jozua zijn omkranst door Zijn beloften: ‘Ik zal met u zijn’ (1: 5). ‘De HEERE uw God is met u alom waar gij heengaat.’ (1: 9). 

Jozua wordt als leider van het volk voor en met Israël door de Jordaan gezonden. Hij moet het volk leiden, binnen de begrenzingen van Gods wet, tot in het beloofde land. Achter Jozua rijst de gestalte op van Jezus, Die de weg alleen moest gaan. De goede Herder, Die Zijn leven stelde voor de schapen. Hij hield de wet en droeg de zondeschuld van hen die Hij van eeuwigheid liefhad. Hij leidt Zijn kinderen door moeiten hen, tot in het Vaderhuis. Tegen de prijs van Zijn bloed.

Lees verder over dit onderwerp

Gods heerlijkheid zien (2)

De heerlijkheid van God duidt op Zijn voortdurende aanwezigheid. Deze heerlijkheid van God zal opgaan, belooft Jesaja....

Twee mannen brengen een offer (2)

Kaïn en Abel hebben bij het offeren ervaren dat de Heere het offer aannam bij Abel en niet aannam bij Kaïn. Hoe? Dat...