Een kind is gebaat bij dagelijks terugkerende rituelen. Gewoontegedrag is de sleutel, als het gaat om het ontwikkelen van een heilzame geloofsopvoeding. Ik herinner me twee gewoonten die in mijn eigen opvoeding dagelijks praktijk waren. Allereerst het kindergebed na het grote gebed aan tafel: ‘Heere, zegen deze spijze, uit genade, om Jezus wil, amen’. Een heel eenvoudig gebed, maar dit leert het kind de kern verwoorden en tegelijkertijd hardop tot God gaan. Zowel praktiseren als oefenen. Daarnaast knielde ik voor mijn bed, terwijl mijn vader ons als ‘kleintjes’ naar bed bracht. Dit was zijn dagelijkse taak, nadat mijn moeder de hele dag als opvoeder actief was. Bij dit kindergebed klonken de bekende woorden ‘Ik ga slapen ik ben moe’. Vervolgens mochten we daar als kind een persoonlijk gebed bij uitspreken, met wat ons bezig hield. Zo oefenden wij het bidden.
Ik kan mij geen tijd herinneren dat ik dit niet deed als kind, dus ik denk dat we bij het ontwikkelen van spreken ook leerden bidden. Dus vanaf een jaar of twee drie tot de middelbare school. Rond het einde van de basisschool was het kindergebed vervangen door een vrij gebed, met een aantal coupletten van de avondzang. Ergens in die periode lieten mijn ouders het los en was het gewoontegedrag praktijk. Als tiener zal ik het best wel eens over hebben geslagen, maar nooit zonder schuldgevoel. Wie als kind leert bidden, oefent een gebedspraktijk voor het leven.
Waarom ik zoveel aandacht geef aan deze standaardgebeden? Omdat ik denk dat ze de dragers zijn voor het vrije gebed. Leer kinderen vaste rituelen, dan kun je daar later op variëren. Wie niet eerst vaste gebeden leert, heeft geen basiswoorden en praktijk om bij aan te sluiten. Aan tafel kan een kind leren om soms het ‘Onze Vader’ te bidden, een kind van een jaar of tien zal dat nog graag doen, als ze veertien jaar zijn lijken ze het weer vergeten te zijn. Het is dus van groot belang dat voor het zich ontwikkelende schaamtegevoel van de tienerjaren de belangrijke gebedslessen en rituelen zijn aangeleerd.
Leer vanaf de wieg dagelijkse rituelen aan. Zodra een kind zelf woorden kan geven aan dingen, bijvoorbeeld als vier of vijf jarige, kun je dit koppelen aan het standaardgebed. Na verloop van tijd zal als vanzelf de ruimte voor het vrije gebed ontstaan. Dit in samenhang met de eigen aard en talenten van het kind. Immers, ieder kind is anders.
Deze vraag en mijn antwoord daarop is eerder gepubliceerd in het Reformatorisch Dagblad.

