Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

vrijdag 27 mei

Alle volken

Al in het Oude Testament klonk de aankondiging dat Gods verlossingswerk niet enkel voorbehouden zou blijven aan Israël, maar uit zou gaan tot de volken van de wereld. Het zingen van een nieuw lied voor de volken is een belangrijk zendingsmotief dat opkomt uit de Psalmen, zoals in Psalm 96. Ook in Jesaja en de kleine profeten lezen we van de verwachting voor de volken. 

Dienaar van slaven

Charles Colcock Jones (1804-1863) en zijn vrouw Mary waren kinderen van rijke planters in de zuidelijke staten van Noord-Amerika. Samen bezaten ze meer dan 900 acres land, waar rijst en katoen verbouwd werd. Naarmate de tijd vorderde nam hun vermogen toe. De plantages ‘Arcadia’ (2000 acres) en ‘Maybank’ (700 acres) werden aan hun grootgrondbezit toegevoegd. Het land werd bewerkt door honderd tot tweehonderd slaven, die zij liever ‘servants’ noemden. Charles was echter druk met andere zaken dan zijn plantages. God riep hem tot de evangelieverkondiging. In eerste instantie als voorganger in de First Presbyterian Church van Savannah, maar na vruchtbare maanden hield hij het daar voor gezien. Hij gaf als 28-jarige het kerkelijk inkomen op en ging zich ontfermen over slaven. Zijn verdere leven zou in dienst staan van evangelieverkondiging onder de slaven. Een tegendraadse stap in zijn tijd. Volgens hem was evangelisatie een taak voor iedere christen. 

Tijdens een bijeenkomst in het rechthuis van Montevideo preekte hij voor plantage-eigenaren over de woorden: ‘En Hij zei tot hen: Ga heen in de hele wereld en verkondig het evangelie aan alle volken.’ (Mark. 16: 15) Hij confronteerde de mannen met het feit dat velen van hun slaven nooit naar de kerk gingen, geen idee hadden wie Christus is en de tien geboden niet kenden. Zij zijn ‘heidenen in ons midden’. Het werk groeide hard. Binnen enkele jaren leidde hij acht zondagscholen waar 250 mensen gevormd werden.

Charles werkte intensief samen met predikers die zelf als slaven dienden. Hij onderwees hen, maar leerde ook van deze mannen. Zo ook de oude Sharper, die na een preek van Charles Jones eens door de knieën ging en met de gemeente bad. ‘Het was alsof God Zelf in ons midden afdaalde.’

Ik ben met u

Als je er oog voor krijgt, dat God Zelf Zijn Koninkrijk uitbreidt, raak je al meer verwonderd. Hij gebruikt mensen om te zaaien, om water te geven en om de planten te verzorgen. Geen mens kan echter geestelijke kiemkracht geven, dat doet de Heere. 

De Heere is persoonlijk betrokken op de uitbreiding van Zijn Koninkrijk. Jezus zegt: ‘Ik ben met ulieden, al de dagen, tot de voleinding van de wereld.’ Hij zegt het niet algemeen: ‘Ik ben erbij’. Nee, ‘al de dagen, tot de voleiding van de wereld’. Elke afzonderlijke dag van vierentwintig uur. In voorspoed en tegenspoed, in vrijheid en vervolging, in rijkdom en armoede, ten tijde van keizer Nero en ten tijde van keizer Constantijn, te midden van een christelijke of onchristelijke samenleving. ‘Ik ben met u…’ 

De gemeente wordt in deze wereld gezonden opdat het Koninkrijk van God zichtbaar wordt en zich uitbreidt. De grote ‘Ik ben’ is erbij. Hij stuwt Zijn werk voort. Het is Zijn Koninkrijk. Hij is en Hij is erbij. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Een morgengebed in je Psalmboek

Achterin je Psalmboek vind je de formulieren voor de bediening van de Heilige Doop en het Heilig Avondmaal. Er staan...