Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

woensdag 1 december

Augustinus’ bekering

Tolle lege! Neem en lees! Wie dat leest, denkt als vanzelf aan Augustinus. In zijn belijdenissen beschrijft hij tal van ervaringen en overwegingen. Zo ook zijn bekering. Op een dag, in de tuin, bij een vriend. 

Hoe lang? 

Augustinus heeft het op allerlei plaatsen gezocht. Vrede met God. Tot hiertoe bleef hij echter een zoeker en geen vinder. Op een dag is Augustinus op bezoek bij zijn vriend Alypius. Terugblikkend schrijft hij daar later over: ‘Toen echter een diepgaande beschouwing mijn gehele ellende uit de verborgen grond te voorschijn gehaald en voor de aanblik mijns harten gesteld had, stak er een geweldige storm op. Die een geweldige tranenregen met zich bracht. En om die geheel te kunnen vergieten met de woorden, die ermee gepaard gingen, stond ik op en ging weg van Alypius. Het kwam mij voor, dat de eenzaamheid geschikter was om te huilen – en ik ging zover weg, dat ook zijn aanwezigheid mij niet lastig kon zijn. 

Want zo was ik op dat ogenblik, en hij merkte het. Want ik had het één of ander gezegd, denk ik, waarbij de klank van mij stern mijn opkomende tranen verried. En zo was ik opgestaan. Hij bleef dus op de plaats, waar wij zaten, in grote verbazing. Ik wierp mij onder een vijgenboom neer. Ik weet niet hoe, en liet mijn tranen de vrije loop en de stromen van mij ogen braken los. Als een welbehaaglijk offer voor U, en veel sprak ik tot U. Zij het niet met dezelfde woorden, dan toch in deze zin. “En U, Heere, hoe lang? Hoe lang, Heere, zult U eeuwig toornen? Gedenk ons de vorige misdaden niet. Want ik voelde, dat zij mij vasthielden. En ik riep de klagelijke woorden uit: “Hoe lang, hoe lang nog zal het zijn: “morgen, altijd door morgen?” “Waarom niet nu? Waarom niet in dit uur het einde van mij smaadheid?”

Bijbel

Huilend zat Augustinus onder de vijgenboom. Tot hij een kinderstem hoort. ‘Zo sprak ik en ik huilde in de bitterste verbrijzeling van mijn hart. En zie, daar hoor ik een stem uit de naburige woning. Alsof een jongetje of een meisje, dat weet ik niet, op zingende toon zei en vaak herhaalde: “Neem, lees; neem, lees.” 

Direct nam mijn gezicht een andere uitdrukking aan en met de grootste inspanning begon ik na te denken, of de kinderen in het een of andere spel iets gewoon waren te zingen. Maar ik herinnerde mij niet het ergens gehoord te hebben. En na de aandrang van mijn tranen onderdrukt te hebben, stond ik op. Omdat ik het niet anders kon verklaren, dan dat mij van Godswege bevolen werd, het boek te openen en het eerste hoofdstuk, dat ik zou vinden, te lezen. 

Want ik had van Antonius gehoord, dat hij door een voorlezing uit het Evangelie, waar hij toevallig bij gekomen was, de vermaning gekregen had, alsof tot hem gezegd werd, wat werd voorgelezen: Ga heen, verkoop wat U hebt, en geef het de armen en U zult een schat hebben in de hemel; en kom hierheen, volg mij; en dat hij door deze stem Gods zich terstond tot U bekeerd had. 

Daarom snelde ik terug naar de plaats, waar Alypius zat: want daar had ik het boek van de apostel neergelegd, toen ik vandaar opgestaan was. Ik greep het, opende het en las zwijgend de plaats, waar mijn ogen het eerst op vielen: niet in brasserijen en dronkenschappen, niet in slaapkamers en ontuchtigheden, niet in twist en nijdigheid; maar doet aan de Heere Jezus Christus en verzorgt het vlees niet tot begeerlijkheden. Verder wilde ik niet lezen en dat was ook niet nodig. Want direct, toen ik deze woorden ten einde gelezen had, stroomde als het ware het licht van de gemoedsrust mijn hart binnen en alle duisternis van twijfel verdween. 

Geloof

De woorden van de Heere scheppen vrede in het hart van Augustinus. Hij laat de woorden ook aan zijn vriend Alypius lezen. Die wijst hem erop wat er volgt: ‘Degene die zwak is in het geloof, neemt aan.’ 

Samen vertelden ze aan moeder Monica wat er gebeurd was. Zij reageerde dankbaar: ‘Zij springt op van vreugde en triomfeert en prees U, die machtig is te doen boven al wat wij bidden of denken. Want ze zag, dat haar door U aan mij zoveel meer geschonken was, dan zij in haar treurende en klagelijke zuchten vroeg. Want U had mij tot U bekeerd, zodat ik niet meer naar een vrouw vroeg noch naar enige verwachting van deze wereld.’ Monica’s rouw werd veranderd in vreugde. Haar gebeden waren verhoord. 

Leestip: Augustinus’ belijdenissen, A. Sizoo, Theologienet.nl. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Wachter op de muren

‘Wachter op de heilge muren, Wachter! wijkt nog niet de nacht?’ Christian Gottlob Barth (1799-1862) legde...