Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

woensdag 19 januari

Brief aan een zieke broer

‘Immers hebben wij ons met lichaam en ziel aan Hem overgegeven, dat Hij ons zou leiden. Hij leidt ons in de eeuwige Vreugde, laat de weg daarheen aan Hem over, Hij is een goede Herder.’ Dit schreef dr. H.F. Kohlbrugge eind november 1831 aan zijn zieke broer Jacob. 

Tegenslag

Bij tegenslag leven we met elkaar mee. We zoeken naar woorden om de ander te bereiken. Soms gebruiken we daarbij te veel worden. Vaak concluderen we te snel. Soms weten we simpelweg geen woorden te vinden. 

Als een periode van beproeving lang aanhoudt, brengt dat gevoelens van machteloosheid en hopeloosheid met zich mee. De Heere beproeft hen die Hij liefheeft. Dr. H.F. Kolhbrugge schreef in november 1831 een brief vol bemoedigende Bijbelteksten aan zijn broer Jacob. Een vloed aan bemoedigende, aansporende en troostende woorden. Waarbij de rode lijn is dat het ons de toevlucht doet nemen tot de Heere. Kohlbrugge gaf dat als volgt woorden: ‘De Heere Jezus, onze Heere en Heiland en dierbare Zoenborg, onze Profeet, die ons onderwijst in alles wat tot het leven en de Godzaligheid nodig is, onze Hogepriester, die voor ons bidt, onze Koning, die dood, duivel en zonde heeft overwonnen en tenietgedaan, doe u Zijn liefelijke nabijheid ondervinden.’ 

Als je vandaag je broer een brief zou schrijven, gebruikte je ongetwijfeld niet de verheven taal van de eerste helft van de negentiende eeuw. Ik niet, tenminste. Probeer door het taalveld heen te blikken, als je over de schouder van Kohlbrugge meekijkt terwijl hij in december 1831 opnieuw een brief aan zijn broer schrijft. 

Brief

‘… Houdt voorts goede moed, lieve broeder! en herlees mijn vorige brief maar eens weer, de teksten daarin aangehaald overdenkende, dat zal u veel troosten – de weg van de Heere met ons is gewoonlijk eerst in de diepte, in donkerheid, in benauwdheid. In die weg leren wij Hem meest zoeken. Het hart wordt gedwee en buigzaam, ootmoedig en stil in de weg van het kruis en van de beproeving; hoe meer wij onszelf in de weg staan, te moeilijker wordt ons de weg. Dan is zij gemakkelijk als wij ons verootmoedigen voor de Heere en niet vooruit bedingen: “Zo, zo wilde ik het hebben!” 

Is onze ziel in God en Christus geborgen, Hij zal ook wel voor ons lichaam zorgen. Want beide heeft Hij Zich met Zijn dierbaar bloed tot een eigendom gekocht. – Laat ons van de Heere om die zielsgesteldheid bidden, dat Wij ons alles onwaardig achten. Kwel er u niet over hoe het gaan zal. God zal zorgen volgens Zijn goedertieren, wijze en Vaderlijke beschikking. Al, wat de mensen verder met u doen zullen, zal niet anders zijn dan naar Zijn liefdewil en voor uw heilzaam bestel. Hij zal u niets laten op leggen of opleggen of Hij zal u kracht schenken. Wie de Heere Jezus liefheeft, die verwaardigt Hij te delen in Zijn lijden, om hem eens te doen delen in Zijn heerlijkheid. Dus goede moed – zie niet op het zichtbare. Want dat gaat voorbij. Maar tracht naar het Koninkrijk Gods en naar Zijn gerechtigheid. Uit de donkerheid schept de Heere licht. 

Houdt aan met bidden en met het leren van het Woord van de Heere, dat een lamp is voor onze voet. “Indien Uw wet niet ware geweest al mijn vermaking”, zegt David, “ik ware in mijn druk allang vergaan.” 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Wachter op de muren

‘Wachter op de heilge muren, Wachter! wijkt nog niet de nacht?’ Christian Gottlob Barth (1799-1862) legde...