Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

dinsdag 4 juni

Brief van Guido de Brès aan zijn vrouw voorafgaand aan terechtstelling (2)

‘Ik ga u voor: en ten tijde, dat het de Heere behaagt, zult u mij volgen. De scheiding zal niet altijd duren. De Heere zal ook u opnemen om ons samen te verenigen met ons Hoofd Jezus Christus. Hier hebben wij niet de plaats van onze woning, deze is in de hemel: hier is de plaats van ons vreemdelingschap. 

Laat ons daarom haken naar ons ware vaderland, dat de hemel is, en boven alles verlangen om ontvangen te worden in het huis van onze hemelse Vader, om te zien onze Broer, ons Hoofd en onze Zaligmaker Jezus Christus, om te zien het hoogwaardig gezelschap van de Patriarchen, Profeten, Apostelen en zovele duizenden Martelaren, tot welk gezelschap ik hoop opgenomen te worden, wanneer ik zal hebben beëindigd de loop der bediening, welke ik heb ontvangen van mijn Heere Jezus.

Ik bid u dan, mijn dierbare geliefde, dat u uzelf troost met de overdenking van deze dingen. Vergeet vooral de eer niet, welke God u bewezen heeft door u een man te geven, die niet alleen een dienaar van de Zoon van God is, maar die ook zozeer door God geacht en bevoorrecht wordt, dat Hij hem verwaardigt de martelaarskroon te verkrijgen. Ik ben vrolijk en mijn hart is opgewekt: mij ontbreekt niets in mijn droefenissen. Ik ben vervuld van de overvloedige rijkdom van mijn God. Ja, ik ben zo vertroost, dat ik niet alleen genoeg heb voor mezelf, maar ook voor allen, die ik zou kunnen spreken. Hierom smeek ik mijn God, dat Hij Zijn goedheid en welwillendheid tegenover mij, Zijn gevangene, bestendigt: wat ik ook verwacht, dat Hij doen zal: want ik weet bij ondervinding, dat Hij degenen, die op Hem hopen, nooit verlaat. Ik had nooit kunnen denken, dat God zo goedertieren zou zijn tegenover zo’n arm schepsel als ik ben.


Ik voel nu de trouw van mijn Heere Jezus Christus. Nu breng ik in praktijk, wat ik anderen zo vaak gepreekt heb. En zeker moet ik bekennen, dat ik, toen ik zo preekte, als een blinde sprak over kleuren, in vergelijking met wat ik nu in de praktijk voel. Ik heb meer geleerd en meer vorderingen gemaakt sinds ik een gevangene ben, dan in mijn hele leven: ik ben op een hele goede school: ik heb de Heilige Geest, Die mij voortdurend inspireert en Die mij onderwijst de wapens in deze strijd te hanteren.

Anderzijds loopt de Satan, de tegenstander van alle kinderen van God, die als een tierende en brullende leeuw is, om mij heen om mij te verslinden. Maar Hij, Die tot mij gezegd heeft: ‘Vrees niet, Ik heb de wereld overwonnen’, maakt mij overwinnaar. En nu zie ik, dat de Heere de Satan onder mijn voeten verbrijzelt: en voel ik ‘de kracht van God, die in mijn zwakheid volbracht wordt’. 

Onze Heer laat mij aan de ene kant mijn zwakheid en mijn kleinheid voelen, dat ik niets ben, dan een arm aarden vat, zo broos mogelijk, opdat ik mij vernedere, en Hem gegeven wordt de hele glorie van de overwinning. Aan de andere kant sterkt en troost Hij mij op een ongelooflijke wijze: ik ben zelfs meer op mijn gemak dan de vijanden van het Evangelie. Ik eet, drink en rust beter dan zij.’

Dit is deel twee van drie, morgen het derde en laatste deel van de brief. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Nader tot U

Nader tot U, o Heer’, nader tot U;Drukt mij de zorg ter neer, ik kom bij U.In al mijn pijn en smartWensch ik met heel...