Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

woensdag 17 mei

Calvijns’ uitleg van de tien geboden: eerste gebod

‘Ik ben de Heere, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis heeft uitgeleid; gij zult geen andere goden nevens Mij hebben.’ Calvijn legt het eerste gebod uit in zijn catechismus. 

Het eerste gedeelte van dit gebod is als het ware een inleiding tot de gehele Wet. Want wanneer God uitdrukkelijk zegt, dat Hij de Heere, onze God is, dan geeft Hij zich als Degene te kennen, Die het recht heeft om te gebieden en gehoorzaamheid te eisen aan deze geboden. Zo zegt Hij door Zijn profeet: “Ben Ik dan een Vader, waar is Mijn eer? En ben Ik een Heer, waar is Mijn vreze?” (Matth. 1: 6). Hij herinnert aan Zijn weldaden, daar Hij onze ondankbaarheid in het licht stelt, in het geval wij Zijn stem niet gehoorzamen. Want door dezelfde goedheid, waarmee Hij destijds het Joodse volk uit de dienstbaarheid van Egypte leidde, bevrijdt Hij ook al Zijn knechten uit het altijddurende Egypte der gelovigen, welke de macht der zonde is. Zijn verbod, vreemde goden te hebben, betekent, dat wij aan geen andere zullen geven, wat Hem alleen toekomt. 

Hij voegt eraan toe: “Voor Mijn aangezicht”, en wil daarmee zeggen, dat Hij als God niet alleen door een uiterlijke belijdenis, maar in zuivere waarheid uit het innerlijke van het hart erkend wil zijn. Dit alles komt alleen God toe en kan niet zonder Hem te bestelen op iemand worden overgedragen. Zo moeten wij Hem alleen aanbidden, zodat wij ons, met ons gehele vertrouwen en al onze hoop op Hem alleen vestigen, zodat wij vol dankbaarheid erkennen, hoe al het goede en heilige alleen van Hem komt, en Hem alleen de lofprijzing voor Zijn goedheid en heiligheid moet worden gebracht. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Sta op en strijd de goede strijd

Staat op en strijdt de goede strijdtot al wat God u vraagt, bereid,Hij is uw kracht, Hij is uw recht;Hij heeft de...

Dienstbaar aan de wereldkerk (2)

Nadat in de negentiende eeuw het zendingswerk onstuimig groeide, zagen we in de twintigste eeuw hoe dit vrucht droeg...

Dienstbaar aan de wereldkerk (1)

‘Er is geen persoon, samenleving, land, of gebied dat buiten de autoriteit van Christus valt.’ Deze opvatting staat...