Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

woensdag 7 april

De kruisbanier in Gods handen dragen

De Hervormde predikant ds. D.A. van den Bosch overleed in de Tweede Wereldoorlog in gevangenschap. Zijn brieven naar huis geven inzicht in de worsteling die hij doormaakte. Leven op de grens van de eeuwigheid.

Volksprediker

Men noemde hem de Haagse Spurgeon. Ds. D.A. van den Bosch (1884-1942) preekte eenvoudig, beeldend en op de man af. Waarbij de vragen die op de bodem van de ziel liggen stem kregen. Omdat hij diende in een volkswijk, kwam hij met allerlei slag van mensen in aanraking. Gedurende zijn Haagse jaren vanaf 1916 tot begin jaren ’40 was hij actief in het pastoraat onder de duizenden gemeenteleden waar hij verantwoordelijk voor was. Hij hield van het contact met mensen. Een volksprediker in hart en nieren. 

Veel boeken liet hij niet na, maar wat hij schreef blijkt tot vandaag toe aan te spreken. Recent preekte ik over Jona, waarbij iemand mij attendeerde op het boekje ‘Jona, gij en ik’, van ds. D.A. van den Bosch. Hij las het zojuist. Ook ik had het op mijn bureau liggen. Inderdaad, een aanrader.

Het was een boek dat hem in de problemen bracht. Een discussie over de interpretatie van het getal ‘666’ in het boek Openbaringen, bracht hem ertoe om op dit punt helderheid te verschaffen. Hij schreef een boek met dit getal als titel. De Duitsers merkten deze uitgave op en meenden dat hij naar Hitler verwees. Hoewel hij met rede ontkende, mocht dit niet baten. Van den Bosch werd in december 1940 gevangengezet in Scheveningen en later in kamp Amersfoort. Hij overleefde de oorlog niet. In de zomer na de bevrijding publiceerde men een levensbeschrijving, waarbij zijn brieven naar huis een groot deel van de inhoud vormen. 

Brieven

Op zaterdag 8 februari 1941 zat Van den Bosch er helemaal doorheen. Hij schreef naar huis: ‘O, wat heb ik met God geworsteld, maar ik kan het nog niet overgeven, dat ik hier nooit weer uitkomen zal. Bidt jullie toch voor me, want ik ben zo moe. Alle beloften uit de Bijbel staan zo ver weg. (…) Dit is een vreselijke brief. Maar ik kan mij ook nog niet schikken in de gedachte, dat ik nu voor goed uitgesloten en afgesneden ben van mijn werk en gezin, behalve de enkele keren dat jullie op bezoek komen. O, lieve vrouw en kinderen, God luistert niet meer naar me. Willen jullie voor mij bidden?’ Via een Nederlandse bewaker kon hij briefjes doorspelen naar thuis. Maandag 11 februari zag hij weer wat licht in de tunnel, toen hij het thuisfront schreef: ‘Nu lievelingen, nogmaals bedankt. Mijn toestand was als Psalm 31: 18 (berijmd). O, dat heerlijke Psalmboek. Dank voor jullie gebeden. Groet allen! Dag, 1000 kussen, jullie liefhebbende man en vader.’ 

In de zomer van 1941 was hij wat optimistischer als het gaat om de toekomst. Hij hoopte op vrijlating. ‘Och, wat zou het een onuitsprekelijke vreugde zijn, als God ons dat wilde schenken. Maar Hij heeft natuurlijk Zijn voor ons onnaspeurlijke redenen om ons dit voorrecht te onthouden, hoezeer wij daarom gebeden hebben. Misschien zullen we ’t later weten, misschien ook nooit. Maar dat is nu juist, wat we in ’t geloof moeten overgeven. Maar je weet zelf ook wel, dat dat de ene tijd gemakkelijker gaat dan de andere tijd. Met dit werk, dat ik nu heb (bibliothecaris in de gevangenis), gaat het veel gemakkelijker en ik beschouw dan ook deze arbeid als een gave van God, om mijn kruis wat te verlichten. Een kruis blijft het. En alle dagen heb ik jullie gebeden nodig om voor mij van God af te bidden, om dit kruis, zoals het in ’t doopformulier staat, vrolijk achter Christus aan te dragen.’ 

In februari 1942 schreef hij één van zijn laatste brieven naar huis. De prediker kreeg in die periode ruimte om het Woord te delen in het kamp waar hij verbleef. ‘Lieve schat van een vrouw, we maken veel mee, maar door Gods kracht kunnen jij en ik beiden het dragen. Gelijk we tot hiertoe gesterkt zijn. Er is zoveel vertroosting in Gods Woord. Rijke kracht ontving ik en gaf ik door uit Psalm 146: 5 en Ps. 23: 1.’ Hij volgde waar de Heere hem leidde, door lijden heen. Van den Bosch: ‘En zoals ik het gisteren nog bedacht: ’t schaap komt als ’t achter de herder blijft, nooit op een plaats, waar de herder, die immers altijd vóórgaat, niet geweest is.’ 

De predikant stierf in gevangenschap, op 20 maart 1942. De rouwadvertentie deelde dit bericht: ‘Den 20sten Maart, des morgens om 8 uur, mocht onze lieve Man en Vader, Dirk Arie van den Bosch, Hervormd predikant te ’s Gravenhage, Ridder in de Orde van Oranje Nassau, de Kruisbanier in Gods handen dragen.’ 

Leestip: Dominee D.A. van den Bosch, door A.M.C. van Lijnden – van den Bosch (Veenman en Zonen, 1946). 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Wachter op de muren

‘Wachter op de heilge muren, Wachter! wijkt nog niet de nacht?’ Christian Gottlob Barth (1799-1862) legde...