Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

vrijdag 8 oktober

Denken vanuit God

Veel van ons spreken over God komt van beneden. Dan is de mens zelf het uitgangspunt van het denken. Wij vormen echter niet het middelpunt, maar de Heere. Dit betekent dat niet de mens, maar God het uitgangspunt is van ons denken. 

God in het midden

Openbaring kreeg in de eerste eeuwen een stem door middel van een boodschapper die sprak namens God. In het Oude Testament had de profeet hier een belangrijke taak in. Dankzij de overlevering van de Bijbel kunnen wij putten uit de door hen doorgegeven boodschap. Zij keken niet alleen door de ontwikkelingen van hun eigen tijd heen, maar richten de ogen ook op de verre toekomst. 

Geerhardus Vos (1862-1949) trekt in zijn werk een rode draad van Mozes, via de profeten, naar de toekomst. Wat de profeten aan de orde stellen is volgens hem in lijn met Mozes wetten of vloeit daaruit voort. Hij stelt dat de profeten ageerden tegen een verschuiving in het denken van het volk. De tijden waren veranderd sinds de invoering van de monarchie. In de tijd van David schudde men het vijandelijk juk van omliggende volkeren af. Naarmate de tijd vorderde ging het volk daarbij steeds meer vertrouwen op militaire kracht. De mens werd het uitgangspunt, niet God. 

De profeten wilden dit niet-theocentrische denkframe doorbreken. Het moest volgens hen niet gaan over wat met menselijke inspanningen mogelijk was, maar wat God door zijn wonderen kon realiseren. Men diende het vertrouwen op God te stellen en niet op allianties met aardse machten. De profeten zagen bij hun spreken God als het uitgangspunt van hun denken. 

Verbondstrouw

De profeten verkondigden volgens Vos een unieke band tussen God en Israël. Hij koos hen, het is Zijn volk. Hij trouwde hen. Ze zijn als een wijngaard die Hij verzorgt met het oog op de vruchtopbrengst. Als Hebreeuws grondwoord gebruikt Vos hierbij ‘berith’, vaak vertaald met ‘verbond’.

Tegen dit verbond zondigde het volk, volgens Hosea 8:1. Het geheel van dit Bijbelboek duidt dit als huwelijksontrouw. God is een jaloers God, Hij duldt geen anderen naast Zich in ons denken. De mens leeft voor het aangezicht van God. Ontrouw aan de Heere is dus een aangrijpende werkelijkheid. Wie Zijn verbond veracht, stelt zichzelf in het middelpunt. Het gaat dan niet meer om Hem, maar om ik. Deze ik-middelpuntigheid leidt tot de ondergang. 

De blik naar boven

Christenen dienen zichzelf de vraag te stellen welke denkrichting ons spreken bepaalt. Wordt ons denken bepaald door een werkelijkheidsopvatting waarbij God het uitgangspunt is, of de mens? Daar waar de mens meer centraal komt te staan in wereldse of religieuze activiteiten, gaat dit ten koste van het vertrouwen op God. Hier toont zich de ontrouw, het ongeloof. Een christen dient zich echter te werpen op God. Zijn verbondstrouw, Christus’ verzoenend sterven, dienen wij aan te klampen tot behoud. De beloften gaan dan schitteren, omdat ze van Hem uitgaan. De Heere regeert, we verwachten Zijn Koninkrijk.

Jacobus Durham (1622-1658) geeft een levensbelangrijke raad: ‘Het geloof vestigt zich op Gods trouw in Zijn Woord, en grijpt Hem daarin aan.’

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Wachter op de muren

‘Wachter op de heilge muren, Wachter! wijkt nog niet de nacht?’ Christian Gottlob Barth (1799-1862) legde...