Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

vrijdag 13 mei

Ds. D.J. van Dijk: 350 mensen in één keer gedoopt

Voordat ds. D.J. van Dijk als predikant diende in Sint Annaland, werkte hij jarenlang in Torajaland. Als GZB-predikant deed hij daar pionierswerk; met zegen. 

Terugblik

Bij zijn 55-jarig ambtsjubileum blikte ds. D.J. van Dijk terug op zijn periode als zendingspredikant. Van 1927-1950 werkte hij voor de zending in Torajaland. Hij werkte er met zegen, maar moest vanwege de oorlog ook door een heel moeilijke periode heen. 

Pionieren

Zoals de gemeenten in de Handelingen heel klein ontstonden, zo ook in het gebied waar ds. D.J. van Dijk werkte: ‘We hebben daar een veel bewogen tijd gehad. Ook de eerste christenen hadden het niet gemakkelijk. Er waren nog niet veel christenen. Hier en daar een klein groepje. De toeloop naar de kerkdiensten werd langzamerhand groter. Van groot belang is daar ook geweest het werk dat door het onderwijs gedaan werd en het medische zendingswerk.

Het is eenmaal voorgekomen, dat ik in een kerkdienst 335 mensen doopte waarop ik wel gezegd heb dat doe ik nooit meer, de eerbied gaat dan verloren. Aan deze doop ging een lange voorbereidingstijd vooraf.

Tijdens een doopdienst in Bori werd een jongeman gedoopt, die wist dat hij op datzelfde moment door zijn vader verstoten zou worden. Voor een Toraja is dat heel erg. Gelukkig werden met hem ook anderen gedoopt en was hij niet alleen in dat dorp. Later is hij tot steun geweest van de gemeente te Bori. Bij die doopdienst was ook een van de moordenaars van zendeling A. A. van de Loosdrecht aanwezig. Toen dacht hij er nog niet over om christen te worden. Later is dat wel gebeurd.’ 

Oorlog

De oorlog was een ingrijpende periode voor de familie Van Dijk. Van 1942-1945 zat het gezin in een kamp, de vader apart van de rest van het gezin. Zij maakten zich zorgen om elkaar, maar ook om de zendingsgemeente. Na deze periode keerde ds. Van Dijk terug naar de christenen die hij achterliet. Zij bleken als een biddende gemeente te zijn achtergebleven: ‘Bij mijn terugkeer heb ik de beste tijd van mijn leven meegemaakt. Voor de bevrijding van ons gezin was daar dagelijks gebeden. Omdat door de Jappen verboden werd het in de kerk te doen, was er afgesproken dat iedereen het thuis zou doen. Toen ik er dan ook weer terugkwam was er bij hen behoefte om de Heere ook te danken voor mijn bevrijding.

De Heere heeft toen waargemaakt, wat ik de gemeente gezegd heb toen ik voor het laatst voorging in 1942, dat ik vast geloofde terug te zullen komen. Ik liet hen toen zingen: „Maar de Heer zal uitkomst geven”. Daar word je klein van, we hebben met een wonderdoend God te doen, de zegeningen komen vaak van een kant waarvan we het niet verwachten.’ Niet veel later werd de kerk in Torajaland zelfstandig. 

Bron: RD 15-9-1982

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Wachter op de muren

‘Wachter op de heilge muren, Wachter! wijkt nog niet de nacht?’ Christian Gottlob Barth (1799-1862) legde...

Eens was ik een vreemdeling

Ouder dan 29 jaar werd Robert Murray MacCheyne niet. Zijn leven droeg echter veel vrucht, in de negentiende eeuw maar...