Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

donderdag 31 maart

Ds. J.T. Doornenbal: preek in duigen

Als predikant van Oene liet ds. J.T. Doornenbal (1909-1975) geregeld in zijn hart blikken. Met nuchtere zelfspot en een serieuze ondertoon schreef hij wat hem bezighield van zich af, via kerkbodestukjes. Zo ook over de preek. 

Preek kwijt

In februari 1967 moest dominee Doornenbal voorgaan in een doordeweekse dienst in Zeist. Naar aanleiding daarvan reflecteerde hij op een aantal ervaringen waarbij voor zijn gevoel het nodige mis ging. 

Doornenbal: ‘Vorige zondag was mijn preek zoek, en ik kon hem nergens terugvinden – en omdat ik in de week altijd de preek van zondags houd, moest ik proberen mij terug te schakelen op een andere, wat nooit meevalt. Terwijl ik daarmee bezig was, en ’t al tijd was om te vertrekken, kwam opeens de verloren preek tevoorschijn uit een boek, dat ik opensloeg, en waar ik hem dus ingelegd moet hebben. In de auto, bij ’t licht van een zaklantaarn, heb ik hem nog een paar maal opgedreund (ik chauffeurde niet zelf, geliefde lezer!), en voor de zoveelste keer moest ik gespannen en onzeker starten. Het voorgebed van ds. Harkema deed me toch wel veel. Het is geen zinloze gewoonte voor de dienst in kort gebed de prediker op te dragen, en wie zal zeggen hoeveel zegen daarvan uitgaat. Ik moest er nog even aan denken hoe vaak mijn overleden vriend Van der Linden verbroken was onder het eenvoudig gebed van mijn ouderlingen in de consistoriekamer voor de dienst. Ik werd er die avond echt door gesterkt en heb de preek ten einde kunnen brengen. Veel bijzonders was het niet, zoals mij bleek via een brief, die ik zo pas ontving, maar dat ben ik wel gewend. Mijn gemeente ook!

Nieuwe preek

Mijn preek voor de laatste zondagmorgen had ik zaterdag uitgeschreven en ik had in geen jaren een preek met zoveel werkelijke bewogenheid gemaakt. Maar ’s avonds ontdekte ik opeens dat ’t toch eigenlijk allemaal mis was, want dat de hele wereld beroerd was door de dood van president Kennedy, en dat ik met geen enkel woord erop gezinspeeld had of zelfs maar kans zou zien ’t te doen in verband met mijn tekst. Ik leef hier zo afgezonderd, vooral in de laatste dagen van de week, dat het wereldleven geheel aan mij voorbijgaat. Ik lees nooit een krant, luister nooit naar de radio, en de TV heb ik voorgoed afgezworen na het ongelukkige programma van de Avro over Gerrit Achterberg, enkele weken geleden. 

Het leek me toch verkeerd een zo schokkend feit voor heel de wereld geruisloos te laten passeren in de dienst van de gemeente, en laat in de zaterdagavond ben ik aan een nieuwe preek begonnen tot diep in de nacht, waar natuurlijk niets van terecht kwam, en waar ik ook van afgezien heb. 

Gevolg: veel te weinig slaap, weer onzekerheid en zenuwen, en heel de mooie, rijke, volle enz. preek in duigen. Het lijkt wel of de duivel er zijn spel mee speelt, en waarschijnlijk doet hij dat ook wel. 

En zo wenden, en zo verdwijnen onze jaren. Moet dat zo? Misschien moet dat zo! En misschien moeten we nog meer gedrukt worden, en straks geheel aan het eind van onszelf komen. Om dan maar één verlangen meer te hebben – zoals ik het vanavond voor het begin van de catechisaties nog een ogenblik had – om enkel en alleen maar gebruikt te worden als een nietig instrument in Gods hand voor Zijn Koninkrijk en er zelf buiten te vallen.’ 

Leestip: Overpeinzingen van een pelgrim, ds. J.T. Doornenbal (De Banier, Utrecht, 1980). 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Een lied bij het begin van de herfst

Bernard ter Haar (1806-1880) schreef de bekende liederen ‘Beveel gerust uw wegen’ en ‘O hoofd vol bloed en wonden.’...