Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

dinsdag 9 februari

Ds. J. van Andel: ‘Laat de Schrift, dat is God, tot de gemeente spreken’

‘Zoals een plant de zon nodig heeft, zo ook de christen het Woord.’ Aldus ds. J. van Andel (1839-1910). Hij was er diep van overtuigd dat een prediker dienaar van het Woord diende te zijn. Luisteraars moest men niet binden aan persoonlijke meningen, maar aan het Woord

Adviezen

Men noemde hem de ‘bisschop van Gorcum’. Hij was namelijk de eerste onder zijn gereformeerde collega’s die een hulpprediker tot zijn beschikking had. Overigens pas vanaf 1903, toen hij 64 jaar oud was. Wat ondersteuning kon hij wellicht wel gebruiken. Na zijn dood verzamelde C. Lindeboom artikelen van Van Andel die hij bundelde tot een boek met praktische adviezen voor jonge predikanten. Het boek rolde in 1910 van de drukpers, de inhoud is onverminderd leerzaam. 

Woord

Volgens Van Andel dienden predikers oog te hebben voor Woord en Geest, bij de prediking. Het geloof rust namelijk op het Woord. Van Andel: ‘Zo is dan het Woord van de openbaring in Christus, de grondslag van het gebouw van ons geestelijk leven. Alle godsdienst buiten het Woord om of tegen het Woord, is waardeloos en maakt verwerpelijk. Ons geestelijk leven moet vrucht van het Woord zijn, zal het zijn naam verdienen. Met het Woord staat of valt alles, zoals een huis met zijn fundament.’ De Heilige Schrift is de grond waar het geloof in wortelt. ‘In deze bodem alleen staat het vast.’ 

Mens

Veel geloof bleef in Van Andels’ dagen hangen in de mens. De belangrijkste oorzaak daarvan lag volgens hem bij de voorgangers. ‘De voornaamste is bij de prediker te zoeken, als deze de mensen niet genoeg wijst op de noodzakelijkheid, om hun geloof rechtstreeks op de Schrift te gronden. Het bedrieglijk hart brengt er de prediker zo makkelijk toe, toe te geven aan het vleiend gevoel om vanwege zijn bekwaamheid geloofd te worden. De prediker zie daarom toe op zichzelf, en wijze van zich af naar het Woord, welks dienaar hij is.’ 

Onderzoeken

Mensen dienden zelf het Woord te leren onderzoeken. Van Andel: ‘Ook zij gaan niet vrijuit die wel de tekst uitleggen, maar zo oppervlakkig of onjuist, dat de mensen niets van zijn schoonheid kunnen zien, en er niet door uitgelokt worden om de Schrift te onderzoeken.’ Evenmin had hij een goed woord over voor Schriftcritici. Zij brachten de Schrift volgens van Andel onder het snoeimes van de kritiek. Met als gevolg dat mensen de Bijbel niet meer met vertrouwen konden lezen. Predikers dienden de Schrift hoog te houden. ‘Schrijf aan uw eigen woord geen gezag toe, dan voor zover het uit haar geput is. Lees uw tekst voor als uit de mond van God. Laat de Schrift, dat is God, tot de gemeente spreken. Daar zal zegen op rusten.’ 

Geest

Een prediker kon niemand bekeren. Lydia’s hart moest geopend worden, erkende ds. Van Andel. Volgens hem was het niet alleen voor de geestelijk dode nodig dat de Geest de oren opende. Ook zij die reeds Christus volgden konden de werking van de Geest niet missen. Van Andel: ‘De gelovige blijft zijn leven lang van Hem afhankelijk. Hem hebben wij nodig om telkens als er gepreekt wordt, zo te horen, dat wij het Woord recht verstaan; en in plaats van in de beschouwing van de waarheid te blijven rusten, er gehoorzaam aan zijn.’ 

Predikers waren volgens Van Andel medearbeiders van de Heilige Geest. Een prediker kon planten en water geven, maar niks laten groeien. Van Andel: ‘Zo onderscheide de prediker scherp tussen Zijn werk en Gods werk, dan zal hij vanzelf God de eer geven, die Hem toekomst.’ 

Leestip: Vademecum Pastorale, J. van Andel (Kok Kampen, 1910) 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Wachter op de muren

‘Wachter op de heilge muren, Wachter! wijkt nog niet de nacht?’ Christian Gottlob Barth (1799-1862) legde...