Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

dinsdag 12 september

Ds. J. van Sliedregt over bevel en belofte rondom het Heilig Avondmaal (2)

Ds. J. van Sliedregt had er op een eerlijke manier oog voor dat wij werkelijk zondaren zijn. Hij merkt op: ‘God weet wie we zijn: vlees en vleselijk verkocht onder de zonden. Zij, die mijne dood bejagen’. Van Sliedrecht legt uit: ‘mijn dood, dat is dat ik van mijn God gescheiden wordt en in de uiterste duisternis zou ondergaan.’ Tegenstanders leggen hinderlagen zo vertelt de Bijbel ons. Zij proberen gelovigen de laatste slag toe te brengen. Van Sliedrecht: ‘Dat wil zeggen dat ik Gods vriendelijk aangezicht in ongeloof niet meer zou herkennen en ook niet meer vanwege de mistbanken die ik zelf oproep of die op mij geworpen worden zou erkennen.’

Onmogelijk

Van Sliedrecht: ‘Als de hond van satan de schapen van Christus’ kudde dan niet buiten de eeuwige schaapskooi kan houden (de tanden zijn hem uit de bek gebroken), hij zal wel alles er op toeleggen, dat ze er kreupel heentrekken. „Zie je wel”, probeert hij menigmaal wijs te maken, „dat je het leven niet kent, want dan zou je toch veel meer vertrouwen oefenen op de voorzienigheid Gods” enz. Wat zoekt dan zo’n arm mens in ongeoefendheid al niet vaak de kenmerken van het leven, waar ze niet te vinden zijn. Ze ruiken telkens weer de dood in hun gedachten, verlangens, gangen en wandel.

Tekens

Welke getrouwe zorg betoont God in Christus nu, als Hij zijn Kerk ook een zichtbaar teken en zegel van de onderhouding van haar leven tot in zijn eeuwig Koninkrijk gegeven heeft, zodat zij telkens weer vertroost wordt en daaruit de gezegendste vruchten genieten mag. Zo komt ze telkens weer, hoewel haar pad gaat door de zee of door het vuur, tot de roep: Ik zal niet sterven maar leven…, en bidt ze tevens niet te vergeefs: Gun leven aan mijn ziel…

Ja, ik heb het hier over mensen, die niet één ogenblik over het leven hunner ziel zelf beschikken kunnen; die in de dadelijkheid elk ogenblik van gegeef alleen leven. Is het dan niet wonderlijk, dat ze zo veel aan getuigenis en verzekering uit Gods hart en hand ontvangen, dat ze in alle rust, vrede en vertroostingen spreken over de toekomst tot over dood en graf en tot in het Koninkrijk op de nieuwe aarde. Want de hoop is de dochter van het geloof en verzegelt haar moeder onafscheidelijk. Daarom luidt ook het bevel ten aanzien van de Heilige Dis: Verkondigt de dood van de Heere totdat Hij komt.

Heilige Geest 

Nee, nu is het ook weer niet zo, dat Gods kinderen het eenvoudig kunnen stellen met het sacrament als een koude verzekering. Maar de Heilige Geest wekt op en dringt naar de Tafel te gaan, en alzo geeft Hij ook geestelijk te proeven, te smaken en te ervaren de geestelijke voeding met het lichaam en bloed van de Heeren. Het genot van deze vruchten van de genade ligt niet zo maar in het sacrament opgesloten. Het werkt niet automatisch. Nen, de vrucht wordt genoten voor of tijdens of na de bediening. Maar het geloof gaat in het gebruik van brood en wijn aan de Tafel in de mystieke unie of vereniging met Christus in. Zo zijn we dan vlees van zijn vlees en gebeente van zijn gebeente. We kunnen hier niet verder komen, dan dat we ons aansluiten bij Calvijn in zijn woorden: Door de ervaring mijner ziel weet ik in mijn hart daarvan meer, dan mijn gedachten kunnen duidelijk maken.

Vermaand

Dit alles onderstreept onze catechismus. Hij begint met een merkwaardige vraag te stellen: Hoe wordt gij in het Heilig Avondmaal vermaand en verzekerd, dat gij aan de enige offerande van Christus, aan het kruis volbracht, en aan al zijn goed gemeenschap hebt? (vr. 75).

Er staat niet: Hoe wordt ge in het Heilig Avondmaal gevoed met het enige offer van Christus? … Ook niet: Hoe ervaart ge? … Maar: Hoe wordt ge vermaand en verzekerd? …

De wijze, waarop deze vraag geformuleerd is, wijst op de alles-beslissende plaats die het Woord in het leven van Gods kinderen heeft gekregen en altijd weer moet hebben. Zij zijn wedergeboren uit het onvergankelijk zaad van het Woord Gods, d.w.z. wedergeboren tot de levende kennis van Christus in het geloof in Hem. En nu komt de Heilige Geest de gelovige te vermanen om alleen op de offerande van Christus te zien en alle andere goden en gronden af te zweren; alleen het Woord van de Konings hebbe gezag. De Bruidegom wil zijn bruid geheel voor zich hebben. En als er schroom en terugvallen op onszelf is, wil Hij toch, dat we Zijn Woord laten gelden.

Er is er maar Eén, wiens woord geldt. Daarom begint dan ook het antwoord met het bevel van onze Koning: Alzo, dat Christus mij en alle gelovigen tot zijn gedachtenis van dit gebroken brood te eten en van deze drinkbeker te drinken bevolen heeft…

Dat bevel luidt: Doet dat tot mijn gedachtenis— Dat bevel staat voorop en dient het einde te zijn van alle eigen overleg en tegenspraak. Het overheerst alles. Dat bevel maakt zo’n allesbeheersende indruk, dat het niet zo maar kan en mag worden genegeerd.’

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Die hier om Jezus’ wille verlaten

Een onbekende dichter liet ons het lied na dat de ontroerende woorden bevat: ‘Word ik dan ook gesmaad of geslagen, om...

De gevangenis gevangen

‘Als we zo met de Heere mogen zijn in onze weg van druk, wat gaan we dan in allerlei dingen Gods genadige hand...