Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

donderdag 6 mei

Ds. L. Overduin: een stille avondzang tijdens het appèl

Dagelijks stond ds. J. Overduin (1902-1983) in het jaar 1942 op appèl in concentratiekamp Dachau. Waar niet alleen gezonde, maar ook zieke en stervende mannen stonden. Want het getal moest kloppen. ‘Op deze plaats werd gevloekt of gebeden, of beide tegelijk door sommigen.’ 

Concentratiekamp

Als gevolg van zijn betrokkenheid bij een schoolstrijd in Arnhem, raakte de gereformeerde ds. L. Overduin in de problemen. Hij was een tegenstander van Duits toezicht op het christelijk onderwijs en liet dit duidelijk merken. ‘Liever onze kinderen èn onze gewetens rein bewaren in vervolging en druk, dan kinderen èn gewetens bezoedelen met de zonden van de vijand.’ Hij gaf onder andere in een preek woorden aan wat hem op dit punt bezighield. Zo wees hij erop dat niet de staat, maar de ouders een doopbelofte aflegden. Zij zijn verantwoordelijk voor wat hun kinderen aan onderwijs krijgen. Als gevolg van zijn uitspraken werd hij gevangengenomen en afgevoerd naar een concentratiekamp. Later schreef hij over deze periode een boek: ‘Hel en hemel van Dachau’.  

Appèl

Tijdens het avondappèl in kamp Dachau vond ds. L. Overduin de gelegenheid om te bidden, zo schrijft hij: ‘Het was voor ons in 1942 de enige gelegenheid om met de ogen dicht te staan en gemeenschap met de Overste Leidsman des geloofs, Jezus Christus te zoeken. Men kon zien dat de blokken 26, 28 en 30, bestaande uit geestelijken, in gebed waren. Mijn vriend en collega Hinloopen uit Amstelveen, die heel dikwijls naast me stond, stootte mij eens aan en zei: “Het kan vandaag weer,” daarmee bedoelde hij dat we in gedachten de avondzang zongen: 

‘k Wil U, o God, mijn dank betalen,

U prijzen in mijn avondlied.

Het zonlicht moge nederdalen,

Maar Gij, mijn Licht, begeeft mij niet. 

Gij woudt mij met Uw gunst omringen,

Meer dan een Vader zorgdet Gij;

Gij, milde bron van zegeningen, 

Zulk een Ontfermer waart Gij mij.

Geloof

Overduin vervolgt: ‘Dat is het geheim van het geloof, dat men in zulke omstandigheden, en na zulk een vreselijke dag, waarin men alles eigenlijk miste om te leven, nochtans God dankte voor de gunst, waarmee Hij ons omringde, en voor de méér dan Vaderlijke zorg. U zult zeggen: dat is waanzin. Zeker, voor hen, die het geheim van het leven alleen zoeken in eigen uiterlijk geluk, is dat allemaal waanzin. Maar aan hen, die weten van een andere geestelijke wereld, het Koninkrijk van God, is dat heilgeheim geopenbaard. 

Zei Christus niet: “Vader, Ik dank U, dat Gij het de wijzen en verstandigen (in eigen oog en die alleen leven bij zichtbare dingen) verborgen hebt, maar hebt het de kinderen geopenbaard.” Wie in het koninkrijk der hemelen leeft, heeft de vaste overtuiging, dat hij wèl weet wat aangenaam voor hem is, maar niet wat goed voor hem is; dát weet zijn hemelse Vader alleen.’ 

Leiding

Voor de gereformeerde predikant was helder dat de Heere regeert: ‘Het geloof zegt dan: alles, wat ons overkomt, zal door die hemelse Vader ten goede geschikt worden en “tot onze eeuwige zaligheid medewerken”. Met andere woorden, wij leren in het koninkrijk Gods anders denken over de voor ons goede dingen. Geestelijke winst puurt men zelf uit een mishandeling. 

Maar dit alles neemt niet weg, dat tegelijk deze zaak ook de keerzijde blijft behouden, dat al dat tuig verantwoordelijk blijft voor hun daden, en dat dit alles roept om gerechte straf. De kwestie is maar – en dat is in de praktijk heel moeilijk – of wij zowel oog hebben voor de schandaliteiten, die om wraak roepen, als voor de genadige almacht Gods, die Zijn kinderen door het geloof die schandaliteiten zó laat ervaren, dat zij er geestelijk en eeuwig beter van worden.’ 

Overduin concludeert: ‘Heel het drama van het concentratiekamp heeft, zoals het lijden onder alle mogelijke ongerechtigheid, een menselijke en een goddelijke zijde. Wie alléén de menselijke kant beziet, moet waanzinnig van wraaklust of door smart uitgedoofd worden; en wie alléén de goddelijke kant ziet, doet te kort aan Gods gerechtigheid, die op aarde geoefend moet worden, óók door middel van mensen.’ 

Hel en hemel van Dachau, ds. J. Overduin (Kok, Kampen). 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Wachter op de muren

‘Wachter op de heilge muren, Wachter! wijkt nog niet de nacht?’ Christian Gottlob Barth (1799-1862) legde...