Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

woensdag 29 december

Ds. W.L. Tukker: God voorziet (1)

In heel het wereldgebeuren zien we Gods hand. Tukker: ‘God alleen is het, die geschiedenis maakt, de geschiedenis van allen en van alles.’ Wij zijn dus niet aan onszelf overgelaten. De Heere regeert. 

Bijbels

‘De voorzienigheid van God is een door en door bijbels begrip.’ Ds. W. L. Tukker (1909-1988) ziet in heel de Bijbel Gods hand die voorziet: ‘Zij komt in het Oude Testament voor in de geschiedenis van Abraham in Genesis 22: 8: God zal Zichzelf een lam ten brandoffer voorzien. Waar dit woord tot-een spreekwoord wordt, dat het op de berg van de Heere voorzien zal worden. Wat duidelijk via Moria op Golgotha slaat. In Christus en in Zijn offer is daadwerkelijk gegeven de bron van alle voorzienigheid. In het Nieuwe Testament komt de voorzienigheid voor in 1 Tim. 5 : 8 en Rom. 13 : 14, waar het verzorgen, beschikken betekent.’

Scheppen en besturen

De Heere liet Zijn schepping niet los, maar bleef erop betrokken. Tukker: ‘Allereerst is de schepping in Zijn hand gebleven, die alles geschapen heeft. En wordt het al wat werd, wat is, wat zijn zal bestuurd naar Zijn wijze wil. Hij draagt alle dingen door het Woord van Zijn kracht en Hij bestuurt alle dingen en regeert alle dingen op een ondoorgrondelijke manier.

Het allergrootste en het allerkleinste bestaat alleen door die wil en het wordt bestuurd naar Zijn raad. Had Hij niet vaste banen voor de hemellichamen bestemd, wat een chaos zou alles geworden zijn. Niets, niets is er in het grote heelal aan zichzelf overgelaten. Het moet allemaal naar Zijn wetten luisteren. Maar eveneens wordt het alles gehouden in Zijn almachtige hand en loopt het naar het Woord, dat Hij ze gebiedt. Zegt Hij dat de zon zal stilstaan, dan zal ze stil staan. Zegt Hij dat de zon zal terugkeren naar de graden van Achaz’ zonnewijzer dan zal ze teruggaan. Zullen de sterren strijden ten tijde van Sisera, dan zullen zij strijden. Zullen de sterren de weg wijzen naar Christus aan de wijzen, dan zullen zij gehoorzamen met grote nauwkeurigheid. 

Wonder

Veel groter zijn echter de wonderen van de nauwkeurigheid van hun aller gangen, dan de uitzonderingen op dagen van wonderen. Dat de aarde hangt aan een niet en wentelt met al de regelmaat van de eeuwen, dat is een groter wonder, dan dat zij wijken zou van haar as. Zo regeert en onderhoudt Zijn machtige hand het allemaal. ‘t Zal ook dezelfde hand zijn die eenmaal hemel en aarde zal doen vergaan. ‘t Zal dezelfde hand zijn die de hemelen zal toerollen als dun doek. Want hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar Zijn woorden zullen niet voorbijgaan.

Geschiedenis

Draagt God nu alle hemellichamen door het Woord van Zijn kracht; zo doet Hij het op even ondoorgrondelijke manier met het kleine en het kleinste. De aarde met wat erop en in is. De mensen in hun generaties. Ook de mensen met al hun allerkleinste bestanddelen worden door Zijn hand, worden door het Woord Zijner kracht in stand gehouden de tijd, die het Hem bevalt. Daar is geen lidmaat, daar is geen vezel in ons of zij functioneren op Zijn bevelen, of zij weigeren hun functie op Zijn woord. Ook de geschiedenis van de hemellichamen, de geschiedenis van de aarde, de geschiedenis van de volken, van de mensen, van de dier- en plantensoorten, van de gesteenten, zij worden door Hem bestuurd. God alleen is het, die geschiedenis maakt, de geschiedenis van allen en van alles.’

Belofte

Niet alles houdt stand, veel vergaat. Tukker heeft daar oog voor: ‘De vergankelijkheid, die wij om ons op de aarde zien, bewijst dat de schepping niet eeuwig is, maar vergankelijk. Zowel het grote als het kleine. God gaf dat wat van Hem is ook niet aan een noodlot over. Wat is een noodlot? Wat zou het noodlottig zijn, als alles aan een lot werd overgegeven, dat in nood en dood zou ondergaan. God laat wel deze wereld, vanwege de zonden, te niet worden; maar om dan genaderijk, door Jezus Christus, te herscheppen nieuwe hemelen en een nieuwe aarde. Naar Zijn belofte!

En wij hebben het bewijs daarvan in Christus’ opstanding en hemelvaart. Wij hebben het bewijs daarvan in dat nieuwe leven, dat de wedergeboorte in de uitverkorenen wekte. En wij hebben het bewijs daarvan in Henoch, Elia en in de profetieën van Daniël en Johannes.’

Leestip: Geloof en verwachting, ds. W.L. Tukker (De Groot, Goudriaan, 1975).

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Wachter op de muren

‘Wachter op de heilge muren, Wachter! wijkt nog niet de nacht?’ Christian Gottlob Barth (1799-1862) legde...