Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

vrijdag 8 april

Fanny was blind maar leefde met een vergezicht

Fanny Crosby (1820-1915) werd zes weken na haar geboorte blind, als gevolg van een verkeerd behandelde oogontsteking. Dit tekende haar leven. Een vruchtbaar leven, want zij schonk de wereld haar prachtige liederen.

Liederen

Als je een lied hoort, weet je niet altijd waar het vandaan komt. Dat geldt bijvoorbeeld voor liederen als ‘Volle verzeek’ring, Jezus is mijn’, ‘Zijn uw zonden als scharlaken?’ en ‘Veilig in Jezus’ armen’. Deze liedteksten vloeiden uit de pen van Fanny Crosby, samen met tientallen andere liederen. 

Fanny bezocht vanaf haar vijftiende een blindeninstituut, waar zij muziekinstrumenten leerde bespelen. Ruim tien jaar lang gaf zij onderwijs in Engels en geschiedenis. Daarna trouwde zij met Alexander van Alstyne, een musicus die eveneens blind was. Samen kregen zij één dochtertje, dat jong stierf. 

Op aarde zou zij nooit de mogelijkheid krijgen om te zien. Zij verlangde naar de toekomst, waar haar eerste blik op haar Heiland zou zijn. Fanny: ‘Als ik in de hemel kom, zal het eerste gezicht dat mijn ogen zal verblijden dat van mijn Heiland zijn!’

Kruis en uitzien

In een periode waarin we toeleven naar Pasen, geeft Fanny ons de woorden in de mond om stem te geven aan verwachtingsvol zien op de Heere Jezus. Twee van haar liederen geven daar uiting aan. 

Dicht bij het Kruis


1 Jezus! houd mij dicht bij ’t kruis,
Waar de levensstromen,
Vrij voor allen vloeien, Heer,
Die daar tot u komen.

refrein:
Bij het kruis! dicht bij ’t kruis!
Zal ik Jezus loven,
Totdat ik gans rein en vrij,
Eeuwig juich daarboven.

2 Bij het kruis, met schuld bedekt,
Stond ik eens te beven.
Daar vond ik door Gods genâ,
’t Eeuwig, zalig leven.

refrein

3 Bij het kruis, o, Lam van God!
Toont G’ uw mededoogen,
Leer mij wand’len dag aan dag,
Met dat kruis voor ogen.

refrein

4 Dicht bij ’t kruis! daar met geduld,
Wacht ik vol vertrouwen;
Daar zal ik, voor ’t eeuwig heil
Steeds mijn hope bouwen.

refrein

Houdt mij vast

1 Vat mijne hand, ik ben zo zwak en hulp’loos.
Zonder Uw hulpe durf ‘k alleen niet gaan.
Vat mijne hand, en dan, o dierb’re Heiland,
kan in Uw kracht, ik elke storm weerstaan.

2 Vat mijne hand en trek mij nader tot U.
Dicht aan Uw hart is ‘t veilig voor Uw kind.
Vat mijne hand, opdat ik niet verdwale;
steun mij o Heiland, die mijn ziel bemint!

3 Vat mijne hand, de weg ligt donker voor mij,
zo niet Uw aanschijn mij is toegewend.
Licht wordt mijn pad, gaat Gij slechts met mij mede,
Gij, die alleen mijn zorg en moeite kent!

4 Vat mijne hand en leid mij door dit leven.
Straks ook bij ‘t trekken door de doods-Jordaan
laat hemels licht, mij arme, dan bestralen,
tot ik de gouden poort mag binnen gaan!

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Wachter op de muren

‘Wachter op de heilge muren, Wachter! wijkt nog niet de nacht?’ Christian Gottlob Barth (1799-1862) legde...