Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

woensdag 26 oktober

George Whitefield: wandelen met God (2)

Henoch wandelde met God en was niet meer. Hij leefde dichtbij de Heere. Volgens George Whitefield (18de eeuw) hebben gelovigen speciaal oog voor Gods leiding in hun leven.

Aanwijzingen

George Whitefield onderstreepte in een vorige aflevering het belang van bidden, Bijbellezen en persoonlijke meditatie. Vervolgens geeft hij drie vervolgaanwijzingen voor wandelen met God. Allereerst wijst hij op Gods voorzienigheid, vervolgens op aanwijzingen van Gods Geest in het hart en daarna op het belang van Gods geboden. 

Gods voorzienigheid

‘In de vierde plaats onderhouden gelovigen hun wandel met God door het beschouwen en opmerken van de voorzienige wegen die Hij met hen gaat. Als we de Schrift geloven, moeten we geloven wat onze Heere daarin heeft verklaard. Dat al de haren van de hoofden van Zijn discipelen zijn geteld. En dat er geen musje op de aarde valt om een graankorrel op te pikken of omdat hij is neergeschoten door een jager, buiten de wil van onze hemelse Vader. Ieder kruis is een roepstem, en elke beschikking van de goddelijke voorzienigheid heeft een bepaalde bedoeling waarop degene die het aangaat dient te antwoorden. Als de beschikking van kwellende aard is, wil God daarmee zeggen: ‘Mijn zoon, bewaar u van de afgoden!’ Als het er een van voorspoed is, zegt Hij als het ware daarmee met stille stem: ‘Mijn zoon, geef mij je hart!’ 

Als gelovigen dus hun wandel met God gaande willen houden, zullen ze van tijd tot tijd moeten luisteren naar wat de Heere tot hen heeft te zeggen met de stem van Zijn voorzienigheid. Zo zien we dat het oog van Abrahams knecht, als hij op weg gaat om een vrouw te halen voor zijn heer Izak, gericht is op de voorzienigheid van God. Daardoor vond hij de vrouw die ervoor bestemd was de vrouw van zijn heer te zijn. ‘Een kleine vingerwijzing van de voorzienigheid,’ zegt de vrome bisschop Hall, ‘is voor het geloof genoeg om zich mee te voeden.’ Ik denk dat het terugblikken op de diverse schakels van de gouden keten die ons daarheen trok, deel zal uitmaken van ons geluk in de hemel. Daarom genieten diegenen hier beneden het meeste van de hemel, die het nauwkeurigste zijn in het opmerken van de verschillende wegen die God met hen gaat met betrekking tot Zijn voorzienige beschikkingen hier op aarde. 

Aanwijzingen van Gods Geest in het hart

In de vijfde plaats moeten Zijn kinderen om nauw met God te wandelen niet alleen letten op de wenken van Gods voorzienigheid om hen heen, maar ook letten op de aanwijzingen van Zijn gezegende Geest in hun harten. “Want zovelen als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen van God,” (Rom. 8:14). 

Zij geven zich over om door de Heilige Geest geleid te worden, zoals een peuter zijn hand geeft om door een juf of ouder geleid te worden. Wij moeten zó bekeerd worden – dat staat vast! – dat we worden als een kind. Terwijl het wezenlijk is voor de geestdrijverij om te pretenderen door de Geest geleid te worden zónder het geschreven Woord, is het de dure plicht van ieder christen om door de Geest geleid te worden in gebondenheid aan het geschreven Woord van God. 

Let daarom, gelovigen, op de wenken van Gods gezegende Geest in uw ziel, en toets altijd de ingevingen of indrukken die u voelt aan de onfeilbare regel van Gods hoogst heilige Woord. Als ze er niet mee in overeenstemming zijn, verwerp ze dan als duivels en misleidend. Als u deze waarschuwing in acht neemt, zult u het juiste midden bewaren tussen de twee gevaarlijke uitersten waar velen van deze generatie in dreigen te vervallen: ik bedoel aan de ene kant geestdrijverij, en aan de andere kant Deïsme en regelrecht ongeloof. 

Geboden

In de zesde plaats moeten zij die heilig met God willen blijven wandelen niet alleen naar Zijn voorzienigheid, maar ook in Zijn geboden met Hem wandelen. Daarom wordt over Zacharias en Elizabeth verteld dat ”zij wandelden naar al Gods geboden en rechten, onberispelijk.” (Luk. 1:6). Alle goed onderwezen christenen zullen de geboden niet beschouwen als armzalige regeltjes, maar als even zovele kanalen, waardoor de oneindig laag tot ons afdalende HEERE Zijn genade naar hun zielen laat stromen. Ze zullen ernaar kijken als naar moedermelk en ze beschouwen als hun grootste voorrechten. 

Daarom zullen ze ook blij zijn als ze anderen horen zeggen: ”Komt, laat ons opgaan naar het huis des HEEREN” (vgl. Jes. 2:3 en Micha 4:2). Ze zullen verheugd zijn om de plaats te bezoeken waar Gods eer woont, en elke gelegenheid aangrijpen om de dood van de Heere Christus te verkondigen totdat Hij komt. 

Wil je de hele preek lezen? Zie de website van Stichting Tabernakel. Van harte aanbevolen. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Een gebed tot God in de nacht

Mary Winslow was ’s nachts wakker, vanwege ziekte van één van haar kinderen. In de stilte overviel haar de vraag: hoe...

Een lied in de winter

De negentiende eeuwse dichter Bernhard ter Haar schreef een lied over de winter. Het geweld van de natuur krijgt...

Gebed door en voor een predikant

Dat het gebed de bediening van een prediker draagt, blijkt steeds weer in de geschiedenis. Velen getuigen over de...