Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

woensdag 10 november

Het Woord spreekt vandaag

Mensen komen volgens dr. A. van Brummelen (1928-1999) niet uit culturele of theologische interesse naar de kerk, maar tot opbouw van het geloof. ‘Het is daarbij gemakkelijker voor de prediker om moeilijk te preken dan bevattelijk’. Wat had de man daarin gelijk!

Tekst

Naar wie dient de aandacht te gaan tijdens de preek? Volgens Van Brummelen gaat het niet om de prediker. ‘De dienaar van het Woord moet zichzelf zoveel mogelijk wegcijferen, opdat hij wordt vergeten en alle gedachten zich op de Waarheid Gods richten. Hij moet een man vol van kracht en geest zijn om in de Naam van de Heere te kunnen optreden. Hij moet zo diep in de Schrift indringen, dat hij niet allerlei bloemen over de Schrift strooit, maar werkelijk uit de Schrift de daarin schuilende schatten tevoorschijn brengt. De preekkunde voert telkens naar de Schrift. Die is het door God aan Zijn kerk gegeven instrument, waardoor Hij aan Zijn gelovigen door alle eeuwen, onder alle volken en in alle omstandigheden in hun bewustzijn regeren wil.’ We komen in de kerk om het Woord te horen, niet allereerst een dominee. 

Doel

Van Brummelen geeft enkele aanwijzingen die nog steeds actueel zijn, als het gaat om preken in relatie tot de tijd waarin we leven. ‘Er zijn omstandigheden of gebeurtenissen in de gemeente, in het volksleven, kerk of wereld, die zozeer de gemoederen bewegen, dat men er niet aan voorbij mag gaan. “De preek was zeer mooi”, zei eens een denkend christen toen hij uit de kerk kwam tot iemand, die vroeg of hij gesticht was. “De preek was mooi en rechtzinnig ook. De dominee was vol bezieling. Eerst voer hij uit tegen Barth, toen tegen Marx, daarna kreeg de regering ervan langs, ook kwam er een profetische tirade tegen de tijdgeest – ja, de veren vlogen in het rond! Maar ik en de huismoeders, die zich gehaast hadden om op tijd in de kerk te komen, wij wachten op brood voor het hart, op een warm woord, maar dat kwam niet.” Deze zielen hadden een hele week lang zich met wereldse dingen bemoeid en verlangden nu een opening van het Woord – maar alles ebde over hen heen, los van de praktijk van het gewone leven. Uiteraard is dit verhaal overdreven, maar wij menen wel dat het niet geheel onwerkelijk is. Hoe geheel anders heeft Christus gepreekt. 

Preken van Jezus

Christus had bij Zijn prediking een open oog niet alleen voor de mooie schepping, voor de werken Gods in de natuur, maar evenzeer voor de toestanden van het rijke mensenleven. Niets ontging Zijn aandacht. Zonder triviaal te zijn, drong Hij zelfs door tot in de keuken van het huis en sprak van zout en zuurdeeg om daaraan een hoge lering vast te knopen. Ja, zelfs de spelletjes van de kinderen kende Hij goed. Wij kunnen ons best voorstellen, dat de hoorders bij Jezus’ prediking aan Zijn lippen hingen en bij duizenden zich verdrongen. Zulke prediking zal de mens niet doden, maar boeit en trekt en leert en sticht en draagt vrucht voor het leven.’ Prediking die naar de Schrift is, ontvouwt volgens Van Brummelen de gedachten van de tekst. De gemeente dient opgebouwd te worden uit het Woord. Dat raakt heel het leven. 

Leestip: Met vreugde, pastorale handreiking ten dienste van predikant en kerkenraad, ds. C. den Boer (Kok Kampen, 1981).

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Een lied bij het begin van de herfst

Bernard ter Haar (1806-1880) schreef de bekende liederen ‘Beveel gerust uw wegen’ en ‘O hoofd vol bloed en wonden.’...