Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

woensdag 1 maart

Hoogmoed is niet dienstbaar

Wie hoogmoedige gedachten voedt, denkt zichzelf hoger dan anderen. Bijvoorbeeld omdat men een bepaalde gave van God kreeg en daarmee uitblinkt. Dat kan ook binnen de christelijke gemeente. Paulus schrijft erover aan de gemeente in Rome. Hij meent dat ze te hoog zitten met hun gedachten. 

Heidens denken

Paulus’ onderwijs aan de gemeente van Rome raakt niet alleen de geloofsleer, maar ook de geloofspraktijk.De heidenen in Rome zijn gestempeld door het denken van die tijd. Dit denken hangt in de lucht. Het vervult ook gemeenteleden, die immers kind van hun tijd zijn. Paulus wil hen echter op andere gedachten brengen. Want door hoog over hun eigen gaven, talenten en inspanningen te denken, kleineren zij als vanzelf andere gemeenteleden. 

Ik centraal

Online zijn er programma’s beschikbaar voor het ontwikkelen van zelfliefde. Zo biedt het programma ‘Van jezelf houden’ een 21-stappenplan waarmee je afrekent met je onzekerheid en bouwt aan zelfrespect, zodat je onvoorwaardelijk van jezelf gaat houden en op jezelf gaat vertrouwen. In 21 dagen kun je dit doel bereiken. Blijkbaar is er markt voor het ontwikkelen van zelfvertrouwen. 

Wat hierbij minder uit de verf komt, is de realiteit dat we in de vergelijking met anderen niet alleen gedachten krijgen van minderwaardigheid. Gedachten waarbij we de ander overtreffen kunnen daar namelijk mee samengaan. Hoogmoed treft zowel hen die prima in hun vel zitten, als anderen die naar hun eigen gevoelen onderaan bungelen. Zijn we immers niet allen onszelf tot afgod? 

Ook in de kerk

Paulus neemt waar dat christenen in Rome hoogmoedig zijn. Waarom? Om wat ze van God gekregen hebben. Zo ver kan het blijkbaar komen. Dat we met Gods gaven groots gaan doen. Alsof het sterren en strepen zijn, in plaats van Gods genade. Alsof de weg van vernedering die Christus ging vergeten is; en wij nu groots kunnen doen met onze positie in het koninkrijk. Paulus zegt tot ieder persoonlijk: ‘dat hij niet wijs zij boven hetgeen men behoort wijs te zijn, maar dat hij wijs zij tot matigheid.’ (Rom. 12: 3)

Het woord dat hier onder andere voor ‘wijs te zijn boven hetgeen men behoort wijs te zijn’, wordt gebruikt is ‘huper fronein’. Huper betekent: overheen, bovenuit. Fronein betekent betekent: denken, verstandig zijn, wijs zijn. Het gaat hier dus over ‘eroverheen denken’. Wij zouden zeggen: hoogmoedig zijn. 

Net als Jezus bij de Bergrede begint Paulus zijn aanwijzingen voor het praktische christelijke leven in Romeinen 12-15 met een oproep tot nederigheid. Daar waar mensen hoge gedachten over zichzelf koesteren, nemen ze afstand ten opzichte van anderen. Dit betekent niet dat je met vijf sterren op je schouders door de gemeente loopt, maar dat je innerlijk gedachten voedt die jezelf verheffen boven anderen.

Wijs tot matigheid

Paulus meent dat christenen ‘wijs moeten zijn tot matigheid’ (Rom. 12: 3). Nu gebruikt hij het woord: ‘Sofronein’, dat een vervoeging is van het eerder gebruikte ‘fronein’. Dit woord betekent ‘goede oordeelsvorming’. Dit was een belangrijke deugd in de Griekse wereld. Deze stond in direct contrast met ‘ubris’ (hybris, hoogmoed). Men dient volgens Paulus als christen niet hoogmoedig te zijn, maar een reëel beeld van zichzelf te hebben.

Christenen dienen dus een beweging in hun denken te maken van ‘hoog denken van jezelf’ naar ‘reëel denken over jezelf’. Hoe je daartoe komt? Door jezelf te bezien in het geheel. Niet als de norm voor iedereen, maar als deel van het geheel.

Om helder te maken wat hij bedoelt verwijst Paulus naar het beeld van het lichaam. ‘Want gelijk wij velen in één lichaam vele leden hebben, en de leden alle niet dezelfde werking hebben, alzo zijn wij velen één lichaam in Christus, maar elkeen zijn wij elkanders leden.’ (Rom. 12: 4-5) De gemeente beschouwen als een lichaam betekent dat geen deel zonder het geheel denkbaar is. 

Gemeenschap met Christus

In het verstaan van ons leven als deel van het lichaam ligt de sleutel tot verandering. Allereerst is daar de gemeenschap met het Hoofd Christus. Hij roept in zichzelf zondige, gevallen mensen, tot leven. Hij diept ze op uit een ruisende kuil van zonde en onheil. Onttrekt ze aan de dodelijke omhelzing van satan. Verenigd ze met Zichzelf, ten koste van de prijs van Zijn eigen lichaam. 

Hij die zo onvoorstelbaar hoog was en is, kwam om te dienen. Christus vernederde zichzelf, omwille van zondaren. Wie bevangen is door hoogmoed, dient de gedachten te richten op Christus. Mediteer over Zijn verlossingswerk. Dan kan het niet anders dan dat onze gedachten veranderen. Vernieuwd worden. Paulus beleeft het geloof als omgang met Christus. Door de werking van de Geest ontstaat het groeiende verlangen om steeds meer Zijn beeld gelijkvormig te worden. De Heere geeft, wat Hij vraagt. 

Genade

Calvijn merkt op: ‘Ik zou willen dat hij (een mens) afstand doet van de ziekelijke eigenliefde en twistgierigheid waardoor hij zo verblind is dat hij zichzelf hoger aanslaat dan gepast is, en in de niets verhullend spiegel van de Schrift zichzelf leert kennen wie hij werkelijk is.’

Daar waar wij scherper zicht krijgen op onze schuld en zonde, wordt het besef van Gods genade groter. Dan gloort het besef van nederigheid en krijgen we tevens oog voor de rijkdom aan gaven die Christus uitdeelt. Aan anderen. We dienen geen aandacht op onszelf te vestigen: ‘Zie mij met mijn gave!’ Zie op naar Christus, die ook niet van Zichzelf sprak, maar van Zijn Vader.

Dit blog werd eerder als artikel geplaatst in Gezinsgids.

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Later dan we denken

Ds. J. Overduin maakte als predikant bijzondere situaties mee. In de oorlog kwam hij in Dachau terecht, als gevolg van...

Jezus leven van mijn leven

Het zeventiende-eeuwse lied ‘Jezus leven van mijn leven’ richt zich op het lijden van Christus. Woorden die uiting...

Om de lieve vrede

‘Wat ijver, wat vuur voor het ware geloof, blonk door zijn schriften en woorden! Het ongeloof sloeg hij zo dikmaals...