Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

woensdag 12 mei

J.H. Bavinck over eer als afgod

Ieder mens is geboren met eigen talenten. Daarin vullen we elkaar aan. Als een ander iets heeft, wat jij niet hebt, valt dit op. Op zichzelf zijn die talenten en eigenschappen bijzonder. Het loopt echter scheef wanneer wij zelf willen schitteren, desnoods ten koste van anderen. Want wat heb je, dat je niet ontving? 

Gaven

‘De fijnste gaven van de persoonlijkheid kunnen alleen ontluiken in een omgeving van vertrouwen, van liefde. Dan gaan de mooiste knoppen van de mensenziel open. Dat voelt ieder mens intuïtief.’ Aldus dr. J.H. Bavinck (1895-1964). We hebben vertrouwen nodig om te kunnen bloeien. ‘Zonder haar kwijnen we weg in een mokkend schelden op de mensen die ons niet begrepen hebben.’ 

Wie om zich heen luistert, hoort nogal wat mokken en klagen. Miskend talent, dat zich uit in bitterheid. Waarbij de omgeving wordt aangeklaagd voor het feit dat men geen oog had voor de gaven die men wilde inzetten. Geregeld leidt dit tot neerbuigend spreken over de gaven van anderen. Dan kunnen we het maar moeilijk zetten als een ander wél gezien wordt, of zich laat zien, in wat gegeven werd. 

Eer

Volgens dr. J.H. Bavinck is het mogelijk om je eer door eigen handelen te verliezen: ‘Er zijn wel eens mensen die met wilde zinnen, met een dom hoofd, alle gevoelens van de mensen trotseren, in korte tijd grote opspraak verwekken, zodat ze bekend staan als dwazen en slechten.’ Volgens Bavinck smalen deze mensen op de ‘domme wereld’, die hen niet begreep. In werkelijkheid vertrapt men echter het eigen levensgeluk. Bavinck: ‘Zoals ons lichaam lucht nodig heeft om te ademen, zo heeft onze ziel vertrouwen, waardering van mensen, eer nodig om ons te kunnen uiten. Dat is een van de axioma’s van de levenswijsheid.’ 

Vandaar dat we mensen voor zichzelf proberen te behoeden. Denk bijvoorbeeld aan iemand die neigt naar dronkenschap. Wie niet meer maalt om wat mensen van hem denken, raakt zijn remmen kwijt.

Op dit punt gaan we echter al snel de mist in. Eer, het kan je afgod worden. Bavinck: ‘Wanneer de mens gaat mikken op datgene wat hij alleen maar mag zien als iets dat gewenst, in zekere zin zelfs nodig is om het doel te bereiken. Dan valt weer dat waas over de ziel, dan schuift zich het één in de plaats van het ander, dan wijkt het echte al verder en verder weg.’ Bavinck noemt het voorbeeld van het houden van een toespraak. Zolang je bezig bent en worstelt om de boodschap over te brengen, gaat het goed. Zodra echter het applaus klinkt, klimt de gedachte op: ‘Dat heb ik toch wel mooi gezegd.’ Daar begint volgens hem de afwijking. Je staat niet meer onder, maar boven de zaak. ‘Ik vind het fijn dat de mensen mijn woorden mooi vonden, nu niet meer omdat de zaak die ik voorstond goed was, maar omdat ik het gezegd heb. Ik sta boven de zaak, dien niet meer de zaak, maar de zaak dient mij, geeft mij een lauwerkrans.’ Wanneer een ander vervolgens na jou meer indruk maakt, voel je een steek van jaloezie. De goede zaak wordt dan misbruikt voor eigen eer. 

Dienen

Wie zijn gaven inzet om een zaak te dienen, geeft zich. Bavinck: ‘Het gaat niet om hem, maar het gaat om wat hij brengt, om wat hij te geven heeft.’ Dit gebeurt vanuit een houding van dienende liefde. Dat blijkt uit de houding ten opzichte van mensen: ‘Hij wil ze dienen, hij zoekt ze om der liefde wil, maar hij is niet hun slaaf. Zijn boodschap is zijn adeldom, hij buigt zich voor de mensen niet. Wanneer hij de mensen wil bewegen hem aan te horen, dan is het om hunszelfs wil, en niet om zijnentwil.’ 

Bavinck wijst er op dat Christus deze houding ten volle voorleefde. ‘Nooit ziet u in Hem de loerende ogen, die wachten op een woord van hulde, van applaus. Nooit speurt u in één van Zijn woorden het kleine afgodje dat op eenmaal het mooie van een mens wegneemt. Hij staat altijd onder wat Hij doet, wat Hij zegt: ‘Ik eer Mijn Vader!’ Eigenlijk ervaart u eerst in het diep indenken van het leven van Jezus wat ons ontbreekt.’

We zijn volgens Bavinck als onttroonde koningen. ‘Er is dat kleine afgodje “eer” dat onze ziel bederft. We kunnen nooit meer onszelf geheel kwijtraken, geheel onder de zaak staan.’ Dit besef doet het hoofd buigen: Heere, leer ons dienen, zoals U diende. Uit dankbaarheid. 

Leestip: Het raadsel van ons leven, prof. dr. J.H. Bavinck (Kok, Kampen). 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Wachter op de muren

‘Wachter op de heilge muren, Wachter! wijkt nog niet de nacht?’ Christian Gottlob Barth (1799-1862) legde...