Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

woensdag 26 april

Jezus’ afscheidswoorden aan Zijn discipelen (3)

De laatste raad van Jezus aan Zijn discipelen in Johannes 21 gaat zowel over leven als dood. De Heiland wijst erop dat we niet alleen anderen, maar ook onszelf onder ogen moeten komen. 

Anderen

Jezus weet van de nieuwsgierigheid van de discipelen hoe het anderen zal vergaan in de toekomst. Ryle legt uit wat Jezus daar tegenover stelt: ‘Wat wij ook mogen denken van de toestand van andere mensen, wij moeten het eerst aan onszelf denken. Toen Petrus nieuwsgierig en bezorgd vroeg naar de toekomst van de apostel Johannes, ontving hij van onze Heere een antwoord van diepe betekenis: “Indien ik wil, dat hij blijve, totdat Ik kome, wat gaat het u aan? Volg gij Mij.” Een deel van deze zin kan moeilijkzijn, het bevat echter toch een praktische les, die niet misverstaan kan worden. Het beveelt iedere Christen, eerst aan zijn eigen hart te denken, en in zichzelf een blik te slaan.

Ruim hart

Natuurlijk wenst onze gezegende Verlosser niet, dat wij de zielen van anderen zullen verwaarlozen, of geen belang in hun toestand stellen. Zo’n gemoedsgesteldheid zou niets minder zijn dan liefdeloze zelfzucht, en zou duidelijk bewijzen dat wij de genade Gods niet bezitten. De dienstknecht van Christus behoort een wijd ruim hart te hebben, evenals zijn Meester; en het tegenwoordige en eeuwige geluk te wensen van allen die rondom Hem zijn. Hij behoort vurig te wensen en te werken om het verdriet te verzachten, en de vreugde te vermeerderen van ieder die onder zijn bereik is; en als hij de gelegenheid er toe heeft, alle mensen goed te doen. Maar, in al zijn doen, moet de dienaar van Christus nooit zijn eigen ziel vergeten. Liefde en ware godsdienst dient bij onszelf te beginnen. 

Waarschuwing

Het is onnodig te ontkennen, dat de belangrijke waarschuwing van onze Heere aan zijn voorbarige discipel tegenwoordig zeer nodig is. De zwakheid van de menselijke natuur is zo groot, dat zelfs ware christenen aanhoudend in uitersten vervallen. Sommigen zijn zo helemaal in hun eigen inwendige ervaring verdiept en in de strijd van hun eigen hart, dat zij de buitenwereld vergeten. Anderen zijn zo bezig met goed te doen aan de wereld, dat zij hun eigen zielen verwaarlozen. Beiden doen verkeerd, en beiden moeten naar een betere weg uitzien. Maar niemand doet waarschijnlijk zoveel kwaad aan de godsdienst, als zij die bemoeiallen zijn omtrent de zaligheid van anderen en tegelijkertijd hun eigen zaligheid verwaarlozen. 

Van zo’n strik als deze mogen de krachtige woorden van onze Heere ons verlossen! Wat wij ook doen voor anderen (en wij kunnen nooit genoeg doen), laat ons nooit onze inwendige mens vergeten. De Bruid in het Hooglied is, helaas, niet de enige die oorzaak heeft om te klagen: “Zij hebben mij gezet tot een hoedster van de wijngaarden; mijn wijngaard, die ik heb, heb ik niet gehoed” (Hoogl. 1: 6.)

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Sta op en strijd de goede strijd

Staat op en strijdt de goede strijdtot al wat God u vraagt, bereid,Hij is uw kracht, Hij is uw recht;Hij heeft de...

Dienstbaar aan de wereldkerk (2)

Nadat in de negentiende eeuw het zendingswerk onstuimig groeide, zagen we in de twintigste eeuw hoe dit vrucht droeg...

Dienstbaar aan de wereldkerk (1)

‘Er is geen persoon, samenleving, land, of gebied dat buiten de autoriteit van Christus valt.’ Deze opvatting staat...