Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

vrijdag 28 januari

John Newton kon niet meer om God heen

Als predikant en dichter betekende John Newton veel voor Gods Koninkrijk. Jaren eerder zwierf hij echter als zeeman over de wereld, zonder God. Tot hij er niet meer om heen kon. Want als de Bijbelse boodschap waar was, wat dan?

Zeereis

Al jong zwierf John Newton over de wereldzeeën. Een avonturier die het risico niet schuwde. Zijn gedrag bracht hem soms in grote problemen. Hij raakte ver van huis aan lager wal en moest voor een periode werken als een slaaf. Bij het terugkrijgen van zijn vrijheid, besefte hij dat God hier de hand in moest hebben. Terugblikkend op deze omstandigheden in een brief aan een vriend, zag hij een parallel met Jozef. ‘Wat een troostrijke gedachte is het niet voor een gelovige te weten, dat onder alle wisselvalligheden in dit leven de Heere een vast voornemen heeft, dat nooit kan of zal misgaan, namelijk Zijn eigen eer en heerlijkheid in de volkomen zaligheid van zijn volk. En dat Hij, als de wijze, almachtige en getrouwe Verbondsgod van Zijn volk, volkomen in staat is om zelfs alle dingen, die zich tegen Zijn voornemen schijnen te keren, dienstbaar te maken om het tot een goed einde te brengen.’ 

Als het waar is

In 1748 reisde John Newton als 23-jarige, na een periode van veel moeilijkheden, via Cape Lopez weer naar huis. Newton: ‘Wij zeilden eerst westwaarts, tot bij de kust van Brazilië̈, toen noordwaarts, naar de banken van Newfoundland, met de gewone wisselvalligheden van wind en weer en zonder iets buitengewoons te ontmoeten. Bij deze banken lagen wij een halve dag ten anker, om naar kabeljauw te vissen, niet zozeer uit noodzaak, maar tot ontspanning.’

Hoewel zijn leven bepaald niet op God gericht leek te zijn, hielden vragen rondom het geloof hem bij vlagen intensief bezig. Soms was het lange tijd op de achtergrond, maar dan drong het zich weer aan hem op. Zo ook nu. ‘Ik meen, dat het negen maart was, de dag voor ons ongelukkig ongeval, dat ik begon na te denken over zaken, waarmee ik sinds lange tijd mij niet had beziggehouden. Onder de weinige boeken, die wij aan boord hadden, was er één van Stanhopes over Thomas á Kempis. Ik pakte het zorgeloos, zoals ik zo vaak daarvoor had gedaan had om de tijd door te brengen, en las het met dezelfde onverschilligheid, alsof het een roman was. Maar onder het lezen kwamen mij opeens deze gedachten te binnen: wat zal het zijn, als deze dingen de waarheid zijn? Ik kon de kracht van deze nadrukkelijke vraag met betrekking tot mijzelf niet verdragen en daarom sloot ik het boek direct. Mijn geweten sprak mij echter tegen en ik besloot, of het nu waarheid of leugen zou zijn, de uitslag van mijn eigen keuze af te wachten. Ik maakte daarom snel een einde aan deze gedachten die mij dwarszaten, door mij te mengen in het een of ander oppervlakkig gesprek, dat zich opdeed.’ 

Ongeluk

Achteraf gezien liet de Heere hem hier echter niet los. Newton: ‘Maar nu was Gods tijd gekomen en de overtuiging die ik niet had willen aannemen, werd nu door een hevige ervaring van Gods voorzienigheid, mij krachtig op het hart gedrukt. Ik ging die nacht, zoals gewoonlijk zorgeloos en ongevoelig, naar bed. Maar werd uit een rustige slaap eensklaps door de kracht van een geweldige en onstuimige zee, die over ons schip brak, wakker gemaakt. De kajuit, waarin ik sliep, liep binnen enkele ogenblikken vol water. Ik werd bang, toen men op het dek riep, dat het schip aan het zinken was. Ik stond van mijn bed op zodra ik maar kon en probeerde op het dek te komen, maar ontmoette op de trap de kapitein, die mij om een mes verzocht. Terwijl ik terugkeerde om het mes te gaan halen, werd een van de maats, die in mijn kamer wilde komen, op hetzelfde ogenblik overboord geslagen. Wij hadden geen gelegenheid om hem te beklagen; ook verwachtten wij niet hem lang te zullen overleven, omdat wij merkten dat het water heel snel steeg in het schip.’ Met man en macht stond men even later aan de pompen, om het schip boven water te houden. 

Allerlei gedachten uit het verleden kwamen weer boven bij Newton. De vele keren dat de Heere hem had gewaarschuwd. Bijbelgedeelten die hij van vroeger kende, kwamen hem in gedachten. Zou er voor hem genade mogelijk zijn? Hij riep tot de Heere om hulp. Het schip doorstond de storm, Newton kreeg verlenging van leven. Vanaf dit moment kon hij er niet meer omheen en las zijn Bijbel met vernieuwde belangstelling. ‘Bij het doorbladeren van het Nieuwe Testament werd ik door diverse geschiedenissen diep geraakt. Met name dat van de vijgenboom, Lukas 13; de situatie van Paulus, 1 Timothéüs 1; maar voornamelijk door dat van de verloren zoon, Lukas 15.’ Veel dacht hij na over de woorden: ‘God geopenbaard in het vlees, de wereld met Zichzelf verzoenende.’ Terugblikkend op deze periode concludeerde hij later dat in deze tijd het roer van zijn leven definitief omging. Met Christus te leven, dat werd het verlangen van zijn hart. Hoewel hij op veel punten nog vol vragen leefde.

Op de dag dat het schip op de bestemming aankwam, verbond hij zich ’s morgens vroeg met heel zijn hart aan de Heere. Twee jaar later treffen we hem aan als kapitein van een schip, zwervend over de wereldzee. God had echter een ander plan met Newtons’ leven. Hij riep hem in dienst als prediker van het Evangelie. Maar dat is een ander verhaal. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Wachter op de muren

‘Wachter op de heilge muren, Wachter! wijkt nog niet de nacht?’ Christian Gottlob Barth (1799-1862) legde...