Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

woensdag 19 mei

Leren mediteren volgens dr. A. van Brummelen

‘Ons leven speelt zich af in een gecompliceerde maatschappij en bevindt zich in een voortdurende stroomversnelling.’ Dit zei dr. A. van Brummelen (1928-1999) enkele decennia geleden. Allerlei stemmen vragen onze aandacht. Vanuit de omgeving, nieuwsberichten en reclame. ‘Zo worden wij telkens en telkens weer naar buiten getrokken, weg van ons innerlijk, van ons eigenlijke zelf. Wij kunnen ook zeggen: wij worden bedolven door dit alles.’ Hij pleit voor momenten van stilte en meditatie. 

Stil worden

Met mediteren wordt niet bedoeld dat je de meditatie van een ander leest, volgens dr. A. van Brummelen. Hoewel dit wel voedend kan zijn voor overdenking in de stilte. Hij zegt: ‘Meditatie is in feite niet de neerslag van de overpeinzing van bijvoorbeeld een Schriftuitspraak, in een of andere bundel samengebracht. Het is eigenlijk het overpeinzen zelf over de waarheid, die ons in de Schrift geopenbaard is en aan alle gelovigen ten plicht wordt voorgehouden. Zo hebben wij er behoefte aan om van tijd tot tijd tot onszelf in te keren, onze gedachten uit de verstrooiing te verzamelen en ze te richten op het éne nodige dat niet weggenomen kan worden.’ 

Hij verwijst daarbij naar de dichter van Psalm 5 die spreekt over meditatie in de stilte van het hart. ‘De psalmist roept er dan ook zijn vervolgers toe op, omdat dit de aangewezen weg is om tot zelfbezinning te komen. Hij spreekt hen op deze manier aan: ‘Zijt beroerd en zondigt niet; spreekt in ulieder hart op uw leger en zijt stil: Met deze woorden zijn de voorwaarden voor een vruchtbaar mediteren geschetst.’ 

Eenzaamheid

Wie inkeert tot de Heere, laat het door luidruchtige stemmen beheerste leven even achter zich. Zowel online als offline. Van Brummelen: ‘Wij hebben in de stilte met ons eigen hart bezig te zijn, in plaats van in de uitwendige beslommeringen van het leven op te gaan. De dichter van de vijfde psalm bedoelt te zeggen, dat zijn vijanden het zondepad moesten verlaten, in de eenzaamheid van de nacht tot zichzelf dienden in te keren en te zwijgen, om alleen te luisteren naar de stem der consciëntie (het geweten, ASM) en die van Gods Woord. Wanneer wij op die manier tot het heiligdom van ons hart ingekeerd zijn, geen ogenblik eerder, is de mogelijkheid tot mediteren geopend.’

Godsgedachte

Daarbij ontstaat volgens de predikant wel het gevaar dat we in allerlei gedachten rondzwerven, zonder ons werkelijk op de Heere te richten. Van Brummelen: ‘Zal het mediteren iets tot onze geestelijke opbouwing bijdragen, dan moet het zich voor alles aansluiten bij een voorwerp, bijvoorbeeld een waarheid Gods, die ons in de Heilige Schrift nabij gebracht is. Eén bepaalde Godsgedachte uit de rijkdom van het Woord dringt zich aan ons op en maakt zich van ons meester.’ 

Het overdenken van een tekstgedeelte uit de Bijbel is volgens Van Brummelen de aangewezen manier om meditatietijd te vullen. Dit voorkomt dat we ons in allerlei andere gedachtenspinsels verliezen. ‘Onder de leiding van een bepaald Schriftwoord bijvoorbeeld, waarmee men tot zichzelf inkeert, wordt men bewaard voor fantastische afdwalingen van de geest, die geen vrucht voor het leven dragen.’ 

Goud uit erts

We keren een tekst dan volgens Van Brummelen als het ware om en om, tot het goud uit de erts tevoorschijn komt en wij met die innerlijk gemunte rijkdom tot het praktische leven terugkeren.’ 

Voor wie zich nu afvraagt welke onderwerpen aanleiding kunnen geven voor meditatie, dan wijst Van Brummelen op het volgende: ‘Zo kan het grote lijden van Christus beslag op ons leggen. Een andermaal zal het de laatste vierschaar zijn. Ook kunnen wij onze geest soms bepalen bij de smarten der hel of de glorie van de hemel.’ 

Leestip: Stilte van het hart, dr. A. van Brummelen (De Banier, 2020)

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Wachter op de muren

‘Wachter op de heilge muren, Wachter! wijkt nog niet de nacht?’ Christian Gottlob Barth (1799-1862) legde...