Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

woensdag 27 september

Lessen voor actuele prediking uit een vervlogen eeuw (2)

In de dagen van Lucas Egeling (1764-1835) werden hooggestemde preken gehouden, die vooral ingingen op de praktische manier van leven. De denkbeelden van het nut en de deugd vierden hoogtij. De Verlichting wierp een schaduw over de prediking. Men wilde gemeenteleden verbeteren, zodat het iets zou worden met het christendom. Egeling vroeg echter aandacht voor heel andere vragen. 

Schuldig

Egeling: ‘Wij zijn niet alleen zwakke en struikelende mensen, die moeten ondersteund en voortgeholpen worden op de goede weg, maar wij zijn dwaze, verdorven, van God vervreemde, schuldige zondaren, die door Gods krachtige genade veranderd en vernieuwd, en dus van de verkeerde op de goede weg gebracht moeten worden.’ De neiging bestaat bij predikers om de gemeente voor vromer en heiliger te houden, dan zij is; meende Egeling. Men gaf versterkend voedsel aan een zieke, zonder de oorzaak van zijn ziekte weg te nemen. 

Lucas Egeling vroeg nadrukkelijk aandacht voor de hoofdpunten van de leer van de zaligheid. Ons diepgewortelde bederf, onze vergaande schuld, de noodzakelijkheid van de vernieuwing van ons hart door de Heilige Geest, de hoge waarde van Gods vergevende genade. Hij wees op de aard en natuur van de innerlijke geestelijke godsdienst, de noodzakelijkheid van een onverdeeld hart. Nadrukkelijk wees hij op de armoede en het gebrek aan godzaligheid, in hen die bekeerd waren tot het geloof in de Heere Jezus Christus. Deze zaken dienden volgens Egeling op de voorgrond te staan in de prediking. 

Bijbels

Vervolgens brak Egeling een lans voor meer Bijbelse prediking. ‘Ik wil niet zeggen dat wij niet naar de Bijbel, veel minder, dat wij tegen de Bijbel prediken; maar dit: wij houden ons niet altijd dicht genoeg bij de Bijbel. Wij putten niet altijd genoeg eerst en vooral uit de Bijbel. Wij gronden onze preek niet altijd genoeg op de Bijbel.’ Men diende volgens Egeling Bijbelse taal te hanteren, want hoe kon men Gods majesteit beter tot uitdrukking brengen dan met woorden uit de Bijbel zelf? 

Men diende beter rekening te houden met de behoeften en omstandigheden van de tijd waarin de luisteraars leefden. Naar de diepe overtuiging van de negentiende-eeuwse predikant dienden predikers meer afhankelijk van God te leven en preken. ‘Bij mij, en ik vrees bij velen mijner medebroeders, ontbreekt dit van God afhankelijke bestaan, vóór, onder en na de prediking, al te veel.’ 

Afhankelijk

Een houding van biddende afhankelijkheid. Niet afhankelijk van mensen, maar ootmoedig afhankelijk van God. Als we mensen willen behagen, zijn we geen dienaar van Christus, zo stelde Egeling. Daarbij wees hij nadrukkelijk op het belang van eenheid van leer en leven bij de prediker. ‘Hoe allerverschrikkelijkst, als wij, die anderen hebben vermaand en bestraft, zelf, voor de rechterstoel van Christus, onboetvaardige zondaars, liefhebbers van de wereld, meer dan van God bevonden werden! Moeten zulke gedachten ons niet een heilige vrees aanjagen? Moet die vrees ons niet voorzichtig en ernstig maken?’ 

De Nederlandse Hervormde predikant dr. A. van Brummelen wees er anderhalve eeuw later op dat de vraag wat de tekst tot de gemeente zegt, bepalend dient te zijn bij de prediking. ‘Het gaat erom als het ware van de tekst uit, doorleefd aan de gemeente te vertellen, wat nu het Woord Gods aan ons hier en nu te zeggen heeft.’ 

Toekomst

Lessen voor de toekomst liggen in het verleden, als het gaat om de prediking. Een nieuwe generatie predikanten dient de moeite te nemen om werk te maken van het putten uit de pastoraaltheologie van vervlogen eeuwen. Zij die ons voorgingen, zijn ons tot spiegel. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Sta op en strijd de goede strijd

Staat op en strijdt de goede strijdtot al wat God u vraagt, bereid,Hij is uw kracht, Hij is uw recht;Hij heeft de...

Dienstbaar aan de wereldkerk (2)

Nadat in de negentiende eeuw het zendingswerk onstuimig groeide, zagen we in de twintigste eeuw hoe dit vrucht droeg...

Dienstbaar aan de wereldkerk (1)

‘Er is geen persoon, samenleving, land, of gebied dat buiten de autoriteit van Christus valt.’ Deze opvatting staat...