Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

woensdag 12 januari

Leven als een vreemdeling vanwege Christus’ offer

Een christen staat dwars op de stroom van de cultuur. Als de apostel Petrus schrijft naar de jonge christelijke gemeenten, spreekt hij de mensen aan als ‘vreemdelingen’. Deze pelgrims worden door Petrus opgeroepen tot een heilig leven. Vanwege Gods heiligheid. ‘Wees heilig, want Ik ben heilig.’ 

Evans

Toen Christmas Evans op zijn sterfbed lag, waren er diverse predikanten die om zijn bed stonden. ‘Broeders’, zei hij tegen hen, ‘preekt Christus aan het volk. Zie op mij; in mijzelf ben ik niets dan een ruïne. Maar zie mij aan in Christus, en jullie zien in mij een erfgenaam van de hemel en de zaligheid.’ 

Hiermee is de positie van de vreemdeling op aarde getekend. In zichzelf een ruïne, het wordt nooit wat. In Christus een hemeling, heilig en rechtvaardig. Dit bewustzijn zet een pelgrim aan tot een heilig leven. Zij zijn immers niet door hun eigen daden verlost, maar door het bloed van het Lam.

Hoge prijs

Petrus maakt in 1 Petr. 1: 18 en 19 een forse tegenstelling. Die heilige levenswandel, die men voor het aangezicht van God dient vorm te geven, komt niet op uit slaafse dwang. Nee, die komt volgens Petrus op vanuit een andere bron. Namelijk het besef wat de verlossing door Christus gekost heeft. Bij wie dat werkelijk doordringt, wordt een diep verlangen geboren om heilig te leven. Ontvangen genade roept een leven in dankbaarheid op. ‘Wetende dat gij niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, verlost zijt uit uw ijdele wandel, die u van de vaderen overgeleverd is. Maar door het dierbaar bloed van Christus, als van een onbestraffelijk en onbevlekt Lam.’ 

Paulus zet het vergankelijke, dat wat voorbijgaat, ten opzichte van het offer van Christus. Hier op aarde is voor geld en goud veel te koop. Wij kunnen hier vrijwel alles maken of breken met geld. Wil je dat een vastgelopen situatie weer gaat stromen, pomp er goud in. Dat geldt echter niet voor verlossing en navolging. Vreemdelingen zijn niet met goud gekocht, maar met bloed. Niet met vergankelijke middelen, maar tegen de prijs van Christus offer. Hier raakt de hemel de aarde. 

Bloed

Het lam, het meest weerloze dier. Daardoor wilde de Heere Jezus uitgebeeld worden. Hij, de almachtige, alomtegenwoordige, heilige God. Hij die de volken zal stukwerpen als pottenbakkersvaatwerk (Ps. 2). Hij nam in Christus de gestalte aan van een Lam. Hij liet zich slachten als een lam. Opdat door de dood van Eén, velen behouden zouden worden. 

De Schrift spreekt drie keer meer over Christus’ bloed, dan het kruis. Vijf keer meer wordt gesproken over het bloed, dan over de dood van Christus. Het woord bloed is de hoofdterm die in het Nieuwe Testament gebruikt wordt voor de verzoening. 

De kern van de verzoening vormt de offerdood van Christus, in de plaats van zondaren. De bloedstorting was een zichtbare uitbeelding van Zijn leven dat werd uitgestort in een offer. Zonder bloedstorting geen vergeving (Hebr. 9: 22). Er is bloed gestort tot vergeving van de zonden. Niet het bloed van een mens, niet het bloed van een dier, maar het bloed van Jezus Christus. De eniggeboren Zoon van de Vader. 

Navolging

De wet is een tuchtmeester tot Christus; het drijft hen die beseffen de wet niet te kunnen houden uit naar Hem. Om genade. Levend vanuit de ontvangen verlossing, is het de Heilige Geest die het verlangen voortstuwt om van nu en voortaan naar Gods wet te leven. Dan zijn de geboden richtinggevend om de Heere te dienen uit dankbaarheid. Ziende op het offer, de bloedstorting, de verzoening door het bloed; kunnen we niet anders meer dan vragen: ‘Heere, wat wilt U dat ik doen zal?’ Wat volgt, is vrucht van genade. Het komt op vanuit Christus’ offer. Want de prijs is reeds volbracht. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Een lied bij het begin van de herfst

Bernard ter Haar (1806-1880) schreef de bekende liederen ‘Beveel gerust uw wegen’ en ‘O hoofd vol bloed en wonden.’...