Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

dinsdag 1 november

Luther over het gebed: verwacht verhoring

Jarenlang bad Luther als iemand die met zijn vele gebeden God gunstig wilde stemmen. Als was het een offer. Hij leerde later bidden in geloof, uit genade. 

Oefenen

Maarten Luther (1483-1546) schreef in 1520 een boekje over de ‘goede werken’. Daarin geeft hij onder andere aanwijzingen voor het gebed. Hij wijst de gewoonte om een rozenkrans of bidprentjes te gebruiken af, waarbij hij laat zien hoe men dan wél bidden mag. ‘Men moet bidden, niet zoals de gewoonte is, door vele blaadjes of kraaltjes te tellen. Maar u moet u een aantal noden die u na aan het hart liggen, voor de geest roepen. Met volle ernst de voorziening daarvan verlangen en daardoor het geloof en het vertrouwen in God zódanig beoefenen, dat wij er niet aan twijfelen verhoord te worden. 

Zo onderwijst Bernardus (van Clairvaux, 12de eeuw) zijn broeders en zegt: “Lieve broeders, u mag uw gebed voor al niet gering achten, als was het tevergeefs. Want voorwaar, ik zeg u, dat, voordat u de woorden uitspreekt, het gebed reeds in de hemel is opgeschreven. U moet zeker van God verwachten, dat uw gebed verhoord zal worden, of zo het niet verhoord wordt, dat het u dan niet goed en nuttig geweest was verhoord te worden.’

Verhoring

Zo is het gebed een bijzondere oefening van het geloof. Dat zeker het gebed zo aangenaam maakt voor God, dat het òf zeker verhoord wordt, òf dat ons iets beters, dan waarom wij bidden, daarvoor in de plaats wordt gegeven. Zo spreekt ook Jacobus: “Wie tot God bidt, die mag niet twijfelen in het geloof, want als de mens twijfelt, stelt hij zich niet voor, dat hij iets van God zal ontvangen.” Dit is een duidelijke tekst, die regelrecht toe- en ontzegt: wie niet vertrouwt, die verkrijgt niets, noch wat hij bidt, noch wat beters. 

Om zo’n geloof ook te wekken, heeft Christus in Markus 11 Zelf gezegd: “Ik zeg u, als wat u bidt, gelooft slechts, dat u het ontvangen zult, zo gebeurt het zeker.” En in Matt. 7: 7: “Bidt, zo wordt u gegeven; zoekt, zo zult u vinden; klopt aan, zo zal u opengedaan worden. Want wie bidt, die ontvangt; wie zoekt, die vindt; wie aanklopt, die wordt opengedaan. Welke vader onder u geeft zijn zoon een steen, als deze hem om brood vraagt; of een slang, als hij hem om een vis vraagt; of een schorpioen, als hij vraagt om een ei? Zo u echter weet uw kinderen goede gaven te geven, terwijl u zelf niet van nature goed bent, hoeveel te meer zal uw hemelse Vader een goede geest geven allen, die Hem bidden.”’ 

Leestip: Stemmen uit Wittenberg, over de goede werken, 1972.

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Een gebed tot God in de nacht

Mary Winslow was ’s nachts wakker, vanwege ziekte van één van haar kinderen. In de stilte overviel haar de vraag: hoe...

Een lied in de winter

De negentiende eeuwse dichter Bernhard ter Haar schreef een lied over de winter. Het geweld van de natuur krijgt...

Gebed door en voor een predikant

Dat het gebed de bediening van een prediker draagt, blijkt steeds weer in de geschiedenis. Velen getuigen over de...