Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

vrijdag 17 februari

Luther over het Hogepriesterlijk gebed

In een preek over het Hogepriesterlijk gebed, behandelt Luther de woorden: ‘Vader, Ik wil, dat waar Ik ben ook zij bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt.’ Hij zegt dat deze woorden een kussen voor ons hoofd, een bed voor onze ziel mogen zijn. 

Troostvol

Volgens Luther zijn deze woorden uit het Hogepriesterlijk gebed het meest troostvol. ‘Dat is het laatste, maar meest troostrijke gedeelte van dit gebed voor allen, die Christus aanhangen, dat wij er vast van verzekerd zijn, wat wij ten slotte te hopen hebben, waar wij rust vinden en blijven zullen, omdat wij hier in de wereld vreemd en verstoten zijn en geen vaste blijvende stad hebben. 

Woning

Want wij hebben gehoord, dat wie een Christen is, van alle wereldse gunst, genade, zekerheid, gemak en rust moet afzien en voetveeg van de duivel moet zijn, dat hij onafgebroken in gevaar van lijf en leven moet verkeren en alle uren de dood moet verwachten. Nu is de dood iets zeer verschrikkelijks en afschuwelijks, met name wanneer hij altijd voor ogen staat en de mens niet weet waarheen hij de volgende stap zal richten of lopen en de nacht zal doorbrengen. Daarom zorgt Christus voor ons als een liefdevolle en dierbare Heiland en Hij zegt ons toe, dat Hij ons woning zal bereiden, zodat wij bij Hem zullen zijn en het zo goed hebben als Hij het heeft bij Zijn Vader. Alsof Hij wilde zeggen. Weest getroost en hebt er maar geen zorg over, waar u blijven of gaan zult; laat de wereld maar razen en woeden, moorden, branden en u de wereld uitstoten, u zult goed bezorgd zijn en daar komen, waar u begeert te zijn en waar u trots de wereld en alle duivels veilig rusten en blijven kunt. 

Schoot van de Vader

Waar mag dat nu zijn of hoe heet die plaats? Waar Ik ben, spreekt Hij, dat is in de schoot en armen van de Vader, waarheen alle engelen moeten toesnellen en ons opnemen en dragen – alleen het heeft geen naam en laat zich niet met de vinger aanwijzen of uittekenen, maar het moet in het Woord door het geloof worden aanvaard. 

Daarom moeten wij deze tekst een kussen voor ons hoofd laten zijn en een donzen bed voor onze zielen, en met vrolijke harten daarop (rustend) heengaan, wanneer ons laatste uur is gekomen, waarop wij, aan zonde en alle ongeluk, aan de wereld en de macht van de duivel ontrukt, geleid zullen worden tot de eeuwige rust en vreugde. Hiervoor is reeds vaak gezegd, wie Christus bedoelt met deze woorden: die Gij Mij gegeven hebt. Zij gelden namelijk ons en zijn ons tot grote troost gegeven, als wij ons aan Zijn Woord houden en vastklemmen, vooral in noden en aanvechtingen, wanneer de wereld ons om dat Woord smaadt en vervolgt, goed, eer, lijf en leven afneemt, dan moeten wij die belofte vrijmoedig aannemen en er niet aan twijfelen, dat Christus ons tot Zich in Zijn heerlijkheid opnemen wil, ook al zijn we nog zondaren, zwak en gebrekkig. 

Ik wil

Want deze woorden zijn gezegd tot ons, die op aarde leven als mensen van vlees en bloed, niet gezegd tot engelen in de hemel of tot de gestorven heiligen. En let bijzonder op het woord, dat Hij spreekt: “Ik wil”, en dat Hij zo treffend spreekt tot de Vader, omdat Hij onvoorwaardelijk eist, dat de belofte gewis en vast is als van Hem, die niet liegen en bedriegen kan. Dat alles om ons, die zo lui en zwak zijn in het geloof, op te wekken, dat wij niet twijfelen of wankelen, maar er zo verzekerd van zijn als zagen wij het voor onze ogen aanwezig.’ 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Die hier om Jezus’ wille verlaten

Een onbekende dichter liet ons het lied na dat de ontroerende woorden bevat: ‘Word ik dan ook gesmaad of geslagen, om...

De gevangenis gevangen

‘Als we zo met de Heere mogen zijn in onze weg van druk, wat gaan we dan in allerlei dingen Gods genadige hand...