Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

woensdag 20 april

Neerslachtig zoals Spurgeon

De bekende volksprediker Charles Haddon Spurgeon (1834-1892) kende periodes van neerslachtigheid. Periodes van overwerkt zijn, gingen samen op met donkere stemmingen. Deze levenservaringen klinken door in zijn boodschap.

Donker

Als het licht uitdooft, wordt het donker. Soms is dat de ervaring van het gevoelsleven. Dat een donkere wolk je stemming overheerst. Spurgeon kende dit: ‘Omdat ik door de meest pijnlijke ervaring wist wat een diepe depressie van de geest betekent, daar ik er gedurende periodes niet zeldzaam door werd bezocht, dacht ik dat het voor sommige van mijn broeders een troost zou kunnen zijn als ik mijn gedachten daarover zou delen.’ Hij stelde richting zijn medebroeders in de bediening dat melancholie je een periode kan overweldigen. Wie eens in de zon liep, zal niet voortdurend in het licht wandelen. Soms valt er een schaduw over de dingen. 

Chequeboek

In het ‘Chequeboek van de bank van het geloof’, lijken Spurgeons’ persoonlijke ervaringen ten aanzien van melancholische stemmingen mee te doen bij zijn uitleg van Psalm 23: 4: ‘Al ging ik ook door een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij, Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.’ Hij betrekt dit eerst in één zin op het levenseinde, om de woorden daarna in het volle leven stem te geven. 

‘Liefelijk zijn deze woorden in het beschrijven van een zekerheid op het sterfbed. Hoe velen hebben ze in hun laatste uren met groot genoegen herhaald!

Maar het vers is evenzo van toepassing op de geestelijke strijd middenin het leven. Sommige van ons sterven dagelijks, zoals Paulus, door een neiging tot neerslachtigheid van de ziel. Bunyan plaatst het dal van de schaduw van de dood in de pelgrimsreis, veel eerder dan de rivier, die golft aan de voet van de hemelse heuvels. 

Sommige van ons zijn de donkere en vreselijke engte van de “schaduw van de dood” verschillende keren doorgetrokken. En wij kunnen er getuigenis van afleggen, dat alleen de Heere ons in staat stelde, staande te blijven te midden van haar onstuimige gedachten, haar verborgen verschrikkingen, haar vreselijke neerslachtigheid. 

De Heere heeft ons ondersteund, en ons boven alle werkelijke vrees voor het kwaad verheven. Zelfs wanneer onze ziel overstelpt was. Wij zijn verdrukt en in het nauw gebracht, maar toch zijn wij in leven gebleven. Want wij hebben de aanwezigheid van de grote Herder gevoeld, en wij hebben erop vertrouwd, dat Zijn staf de vijand zou verhinderen ons een dodelijke wond toe te brengen. 

Als de huidige tijd er één zou zijn, die wordt verduisterd door de ravenvleugels van een groot verdriet, laten wij dan God verheerlijken door een rustig vertrouwen op Hem. 

Leestip: Chequeboek van de bank des geloofs, De Banier, 2000. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Wachter op de muren

‘Wachter op de heilge muren, Wachter! wijkt nog niet de nacht?’ Christian Gottlob Barth (1799-1862) legde...