Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

woensdag 28 april

Niet langer koning Midas

‘Alles gewonnen, niks verloren’. Dat is de conclusie die je soms trekt als je iemands relaas hoort over wat achterligt. Waarschijnlijk heb je dan maar een deel van het verhaal gehoord. Want wie eerlijk is erkent: soms doe je er alles aan, maar toont de eindstand tóch verlies. Wat overigens niet betekent dat je daar geen winst aan kunt ontlenen.  

Koning Midas

Ik hoorde eens van een oudere predikant die op bezoek ging bij een collega. Vooraf zei hij tegen zijn vrouw: ‘Vanavond gaan we naar koning Midas. Alles wat koning Midas aanraakt, verandert in goud.’ De persoon die zij zouden ontmoeten, wist zich uit te putten in het vertellen van verhalen waarin hij op het cruciale moment precies het juiste deed. Met woorden of daden. Wie bij zo’n verteller op de bank zit, voelt zich als vanzelf kleiner worden. Want niet iedereen kan zijn eigen handelen zo rooskleurig bezien.

Het voorbeeld van koning Midas is ontleend uit de Griekse mythologie. Op een dag redde deze koning een sater die zichzelf dronken had gevoerd. Als dank mocht hij een wens doen. Hij wenste: ‘Laat dan alles wat ik aanraak in goud veranderen’. Dat gebeurde. Maar in de praktijk bleek het helemaal niet leuk te zijn. Inderdaad, hij werd in korte tijd schatrijk. Helaas veranderden zijn eten, zelfs zijn dochter, in goud als hij die aanraakte. Hij verlangde terug naar zijn oude leven en kwam terug op zijn wens. Voortaan leefde hij ascetisch, dus zonder verlangen naar bezit, invloed en macht. Ik denk dat het met de tweede koning Midas beter uit te houden was, dan met de eerste. 

Bijdragen

Het vertellen van grote verhalen waarin ‘ik’ een cruciale rol speel, gebeurt niet alleen in de bouwkeet, in de directie of langs de lijn bij het voetbalveld. Het gebeurt ook in de kerk. Waar mensen zich inzetten voor een zaak, ontstaat de behoefte om het eigen handelen als betekenisvol te duiden. Je zet je er immers met hart en ziel voor in. Dan wil je ook graag dat dit betekenis heeft. Dat het iets bijdraagt. Liever nog: dat het lukt. 

Daarbij ontstaat het gevaar dat we onze inspanningen als beslissend gaan bezien. Je krijgt sterke opvattingen over hoe het allemaal moet en wilt deze graag inbrengen. Soms blijkt je bijdrage inderdaad helpend. Als we eerlijk zijn, erkennen we echter dat onze inspanning slechts een deel is van het geheel. We dragen een steentje bij, niet meer. En wat hebben we, dat we niet ontvingen? 

Voor God

Dienen in deze wereld en in het Koninkrijk van God, doen we niet voor eigen roem en glorie. Integendeel. We worden in dienst geroepen, in ons goddelijk beroep of vrijwilligerswerk, voor het aangezicht van de Heere. Als gevallen, zondige, gebroken mensen; die door Gods genade ontvangen wat Hij van ons vraagt. 

Wie vooruitkijkt, mag dit doen met verwachting. De Heere zal voorzien. Ook met schroom: Heere, bewaar me voor mijzelf. Wie terugkijkt, zal gemengde gevoelens ervaren. Grote dankbaarheid, voor wat de Heere gaf. Tegelijkertijd erken je dat veel tóch gericht was op eigen roem en eer. Met alle gevolgen van dien. 

Laten onze levens meer getekend worden door de navolging van Christus, door het vernieuwende werk van de Heilige Geest. Dan verschrompelt onze vermeende bijdrage of status tot de juiste proportie. Hij neemt toe, wij leren schuilgaan. Christus wordt alles. Wij leren dienen, met wat we ontvingen. Met vallen en opstaan. Waarbij de bereidheid wordt geboren, om zelfs door lijden heen, Hem te volgen. Met als gebed: ‘Vergeef, vernieuw, om Christus’ wil. Ik heb niets in te brengen, dan enkel schuld. Maak mij steeds meer aan Uw beeld gelijk. Schenk mij uit genade, wat U vraagt.’

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Een lied bij het begin van de herfst

Bernard ter Haar (1806-1880) schreef de bekende liederen ‘Beveel gerust uw wegen’ en ‘O hoofd vol bloed en wonden.’...