Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

woensdag 20 januari

Post van John Newton aan een meisje in de gemeente

Door een val op straat, lukte het John Newton (1725-1807) op een zondag niet om de preekstoel te beklimmen. Een jonge vrouw uit de gemeente schreef hem een bemoedigende brief. Hij beantwoordde dit met een aanmoediging om God te dienen. 

Ziekte

John Newton gebruikt in zijn brief de omstandigheden waarin hij zich bevindt als opstapje naar een persoonlijke boodschap. Hij stelt dat de zorgen en tegenslagen die ons overkomen, alles te maken hebben met onze zonden. Als we werkelijk zouden krijgen wat we verdienden, zouden we er niet best aan toe zijn. We dienen tegenslagen serieus te nemen, als aanleiding om God te zoeken. Newton: ‘Het is mijn hartelijk verlangen voor jou, dat je niet alleen met dankbaarheid zegt dat Hij je heelde van alle ziektes, maar dat je er achteraan mag zeggen, Hij vergaf mij al mijn zonden.’ 

Idool

Een talentvol en oppassend meisje valt op in haar omgeving, volgens Newton. Mensen kijken er met plezier naar, hoe zij zich gedraagt, kleed en vermaakt. Haar levendigheid en goede humeur kunnen haar zelfs tot een idool maken voor haar omgeving. Iemand die op een leuke manier opvalt en waar je graag mee gezien wordt. Newton kan dat waarderen, maar stelt er ook iets tegenover: ‘Als ze zichzelf niet kent in haar zondaar-zijn, als ze zichzelf bewondert en vergenoegd is met de bewondering van anderen, terwijl haar hart koud is ten aan zien van de liefde en glorie van God onze Verlosser, als ze geen smaak heeft aan gebed of lofprijzing, als haar gedachten zijn vervuld van de genoegens en mogelijkheden van deze arme wereld; dan is zij dood terwijl zij leeft. In de ogen van God haar maker, is zij ongevoelig en ondankbaar, ze is arm, blind en ellendig.’ 

Schuilplaats

Het meisje waaraan de predikant schrijft, viel als kind op. Onder andere door haar intelligentie. Newton is ervan overtuigd dat ze werkelijk gelukkig is, als ze zich jong zou toewijden aan de Heere. ‘Dan zal Hij je leiden en zegenen, en je tot een zegen doen zijn voor al je relaties.’ Met God als Schuilplaats, voor tijd en eeuwigheid. 

Tot het moment dat we de smalle weg bewandelen richting de hemel, kunnen talenten ons tot valstrikken worden. De wereld lijkt volgens Newton een prachtig paleis, een mooie tuin, maar in werkelijkheid blijkt dit een illusie. Wie zonder God in de wereld staat, kan diep teleurgesteld en verbitterd raken. 

Vernieuwing

John Newton vraagt zich al schrijvend af of hij het meisje moet adviseren haar eigen hart te veranderen. Maar dat zal volgens hem niet gaan. Ze kan zichzelf niet herscheppen. ‘Dit zou niet minder onzinnig zijn, dan dat ik je adviseerde om te vliegen in de lucht, of de sterren met je vinger aan te raken.’ 

Er is echter iets waar ze wel verantwoordelijk voor is en wat binnen haar mogelijkheden ligt. Wat? ‘Het gebruik van wat we de genademiddelen noemen.’ De Heere verbindt daar volgens Newton Zijn beloften aan. ‘Niemand, naar wie de Heere het Woord van verzoening zendt, zal uiteindelijk de vreugde missen, dan behalve wanneer we de aangewezen middelen waarmee we het bereiken opzettelijk negeren. Je kunt lezen, de Bijbel is in je handen, lees er daarom in met aandacht. Daardoor spreekt God tot jou en Hij verdient het om gehoord te worden. Je hart vertelt je, dat Hij er recht op heeft om aanbeden te worden. Laat deze overtuiging je aanzetten tot gebed, en bid speciaal om het onderwijs van de Heilige Geest, om je hart te verlichten en de grote zaken in Zijn Woord te begrijpen.’ 

De zondag onderhouden en luisteren naar de preken, dat is volgens Newton van belang. Want het gehoorde leidt tot geloof. ‘Als je volhard op deze weg, dan zul je ontdekken dat Hij bereid en gewillig is om dat voor jou te doen, wat je onmogelijk voor jezelf kunt doen.’ 

Leestip: The Works of John Newton, volume 4 (The Banner of Truth Trust, 2015)

Lees verder over dit onderwerp

Wachter op de muren

‘Wachter op de heilge muren, Wachter! wijkt nog niet de nacht?’ Christian Gottlob Barth (1799-1862) legde...