Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

vrijdag 21 augustus

Praktische adviezen van een gebedsworstelaar

‘Ik heb veel met God gedisputeerd in groot ongeduld en heb Hem Zijn beloften voor de voeten geworpen.’ Aldus Maarten Luther (1483-1546) Als pastor geeft hij advies over dagelijks gebed aan zijn kapper. Ook aangevochten gelovigen krijgen raad. 

Advies voor gebed

Luther ging geregeld naar de plaatselijke kapper Peter, waar hij een band mee opbouwde. Blijkbaar had deze barbier een goede reputatie, want ook Philip Melanchton (1497-1560) liet zich door hem knippen. Kapper ‘Peter’ vroeg aan Luther hoe hij bidden moest. De reformator schreef speciaal voor hem een gebedsinstructie, waarbij hij zowel het ‘Onze Vader’ als de ‘Tien geboden’ behandelt. 

Niet uitstellen

Luther adviseert om de dag te beginnen en eindigen met het gebed. Hij waarschuwt ervoor om het gebed uit te stellen tot een beter geschikt moment, later op de dag. ‘Want met zulke gedachten komt men van het gebed tot bezigheden, die ons vasthouden en boeien, zodat van het dagelijks gebed niets terechtkomt.’ 

Hardop opzeggen

De voormalige monnik Luther laat aan zijn kapper Peter zien hoe hij zelf omgaat met gebed in het dagelijks leven: ‘Wanneer ik voel dat ik door bezigheden en gedachten, die mij afleiden, onverschillig ben geworden voor het gebed, daarin geen lust heb – daar immers het vlees en de duivel altijd weer het gebed weren en verhinderen – neem ik mijn Psalmboekje, ga in de kamer of, zo dag en tijd het toelaat, in de kerk tot de gemeente en vang aan; de tien geboden, de geloofsbelijdenis, en, zover ik tijd heb, enige woorden van Christus, van Paulus of uit de Psalmen hardop bij mijzelf op te zeggen, juist zoals kinderen doen.’ Luther gebruikt dus hulpmiddelen bij het gebed, die hem helpen om in een periode van verschraling de omgang met God weer te zoeken. 

Worsteling

Volgens Luther gaan het gebed en de Bijbel samen op. Luther: ‘Als wij willen dat God onze gebeden verhoort, moeten wij eerst Gods Woord horen, anders hoort Hij ons niet, ook al zouden we huilen en schreeuwen tot we barstten.’ (Kooiman, pag. 203)

Luther schrikt niet terug voor het gebruik van stevige woorden als het gaat om de omgang met God. Er is geregeld sprake van worsteling. Voor hem heeft dat te maken met de aanvechting van de duivel enerzijds en de benodigde hulp van de Heere anderzijds.

Welterusten

Luther spreekt niet alleen tot God, hij laat ook de duivel van zich horen. Geregeld ervaart hij aanvallen van satan in zijn gedachtewereld. Met name als hij ’s avonds naar bed gaat. ‘Als ik naar bed ga, wacht de duivel altijd al op me. Als hij me begint te plagen, geef ik hem ten antwoord: “Duivel, ik moet nu slapen, want dat is Gods gebod: overdag werken en ’s avonds slapen. Ga dus weg.”’ 

Soms hindert de duivel hem door hem allerlei zonden voor te houden, die Luther deed. Ook daar weet Maarten Luther raad mee. Hij zegt met de nodige ironie: ‘Lieve duivel, ik heb het hele register gehoord. Maar ik heb nog meer zonden gedaan, die ben je nog vergeten. Die moet je ook nog aantekenen.’ (Kooiman, pag. 204)

Leestips: 

  • Hoe men bidden moet, Maarten Luther (Stemmen uit Wittenberg, 1972)
  • Luther – zijn weg en zijn werk, Kooiman (Ten Have, 1954)

Lees verder over dit onderwerp

Wachter op de muren

‘Wachter op de heilge muren, Wachter! wijkt nog niet de nacht?’ Christian Gottlob Barth (1799-1862) legde...