Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

woensdag 24 augustus

Prof. dr. C. Graafland: ‘Het hele huis werd erbij gehaald’

Een gelovige staat niet op zichzelf maar vormt onderdeel van twee gemeenschappen. Allereerst de gemeenschap van het eigen gezin en in het verlengde daarvan de gemeenschap van de christelijke gemeente. 

Huis-motief

Dr. Graafland legt de vinger bij de zogenaamde ‘huis-teksten’ in de Bijbel. ‘Juist vanuit het Oude Testament, met name bij Abraham, vinden wij duidelijk gemaakt dat dit inhoudt: het huis is het nageslacht èn allen die als dienstbaren, slaven en slavinnen, tot het huis behoren. Welnu, in hand. 16: 15 lezen wij van Lydia zelf en van haar alleen, dat de Heere haar hart opende, zodat zij aandacht schonk aan hetgeen door Paulus gezegd werd. Toch lezen wij, dat niet alleen zij persoonlijk maar ook haar huis gedoopt werd. Precies zoals bij Abraham dit gebeurde in verband met de besnijdenis. Hetzelfde lezen wij in hetzelfde hoofdstuk van de gevangenenbewaarder. Ook hier wordt weer telkens over het huis van de gevangenbewaarder gesproken. Het Woord Gods werd geproken tot hem in tegenwoordigheid van allen die in zijn huis waren. 

Hele huis

Het hele huis werd erbij gehaald, omdat dit onlosmakelijk met het leven van deze gevangenenbewaarder verbonden was (vs. 32). Daarom laat hij zichzelf en al de zijnen dopen (vs. 33). En ‘al de zijnen’ is dan hetzelfde als ‘zijn gehele huis’. Als de gevangenbewaarder tot geloof komt, komt hij met zijn gehele huis tot geloof. Daar zullen zijn kinderen bij behoord hebben, maar ook zijn bedienden. Dat alles vormt een eenheid. 

Nog duidelijker blijkt dit bij Crispus. In Hand. 18: 8 lezen wij, dat Crispus tot het geloof kwam in de Heere met zijn gehele huis. Maar in 1 Kor. 1: 14 wordt door Paulus alleen van de doop van Crispus melding gemaakt zonder dat zijn huis erbij wordt genoemd. Stellig betekent dit niet, dat het huis van Crispus niet gedoopt is. Maar Crispus en zijn huis worden door Paulus zozeer als een eenheid gezien, dat het voor hem en voor zijn lezers vanzelf spreekt, dat als Crispus gedoopt is tegelijk met hem ook zijn huis gedoopt is, omdat dit huis in Crispus als het hoofd ervan ligt ingesloten. 

Deze nadruk op het huis en het huisgezin komen wij telkens tegen. In Hand. 11: 24 zijn de woorden van Petrus tot Cornelius erop gericht, dat hij en zijn hele huis behouden zouden worden. In 1 Kor. 1: 16 schrijft Paulus, dat hij het gezin van Stefanus gedoopt heeft. Het gaat bij dit alles niet primair om de vraag, of er al of niet kleine kinderen tot deze huizen en gezinnen behoord hebben. Het zou wel heel merkwaardig en uitzonderlijk geweest zijn, als dit niet het geval geweest is. Maar veel belangrijker is, dat in de werving voor het Koninkrijk Gods en de christelijke gemeenschap het niet alleen om afzonderlijke personen gaat maar om huizen en gezinnen. De mens tot wie het Woord van het Evangelie komt, staat in die verbanden, waarin God hem gesteld heeft. Die verbanden worden primair bepaald door het gezin en door hen die in zijn huis wonen en werken. 

Koninkrijk

En nu blijkt, dat het God erom gaat om de persoonlijke mens niet uit deze verbanden los te pellen, maar om hem in en met zijn levensverbanden te werven voor het Koninkrijk Gods. Daarom worden ook het huis en het gezin door dit Koninkrijk Gods getekend en verzegeld, waarbij niets en niemand wordt uitgezonderd, de slaven niet, maar ook de kinderen niet, zelfs de allerkleinste niet. Daarom staat er telkens: met geheel zijn huis (Hand. 18: 8). Dit gehele huis is niet allereerst een kwantitatieve zaak, maar een kwalitatieve. Het gaat erom dat deze mens in al zijn verbanden, en met alles wat hem toebehoort, aan de Heere en aan Zijn heerschappij wordt toegewijd.’ 

Graafland wijst daarbij ook op de Efeze-brief, waarbij heel de gemeente als ‘heiligen en gelovigen’ worden aangesproken. De inhoud van de brief is gericht aan mannen, vrouwen, kinderen en slaven. De gemeente wordt als gezin gezien. 

Leestip: Volwassendoop, kinderdoop, herdoop – een Bijbelse verkenning (Echo, Amersfoort, 1979). 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Een gebed tot God in de nacht

Mary Winslow was ’s nachts wakker, vanwege ziekte van één van haar kinderen. In de stilte overviel haar de vraag: hoe...

Een lied in de winter

De negentiende eeuwse dichter Bernhard ter Haar schreef een lied over de winter. Het geweld van de natuur krijgt...

Gebed door en voor een predikant

Dat het gebed de bediening van een prediker draagt, blijkt steeds weer in de geschiedenis. Velen getuigen over de...