Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

dinsdag 3 augustus

Spurgeon bad vrijmoedig tot de Heere

Wie iemands gebed hoort, blikt als het goed is de ander in het hart. Charles Haddon Spurgeon (1834-1892) liet ons een aantal gebeden na. Zoals zijn gebed dat spreekt over de vrijmoedigheid om tot de troon van Gods genade te gaan. 

Nabijheid

Spurgeon zet zijn gebed in vanuit het besef dat een Middelaar pleit in de hemel. ‘O God! Wij willen niet tot U spreken als van een afstand, noch staan ​​wij als het bevende Israël onder de wet op een afstand van de brandende berg, want wij zijn niet tot de berg Sinaï gekomen, maar tot de berg Sion en dat is een plaats voor heilige vreugde en dankbaarheid; en niet voor terreur en slavernij. Gezegend zij Uw naam, o Heere! We hebben geleerd U “Onze Vader, die in de hemel zijt” te noemen; zo is er eerbied, want Gij zijt in de hemel, maar er is een zoete vertrouwdheid, want Gij zijt onze Vader.

Door Jezus Christus, de Middelaar, komen we heel dicht tot U; en spreken wij vrijmoedig tot U zoals een man met zijn vriend spreekt. Want hebt U niet door Uw Geest gezegd: “Laten we met vrijmoedigheid tot de troon van de hemelse genade.” Als we aan onze zondigheid denken, zouden we beginnen weg te vluchten van Uw aangezicht. Heere! We herinneren ons dit met schaamte en verdriet. Het doet ons verdriet te bedenken dat we U beledigden, zo lang Uw zoete liefde en tedere barmhartigheid verwaarloosden, maar we zijn nu teruggekeerd naar de “Herder en Bisschop van onze ziel”. Geleid door zo’n genade, kijken we naar Hem Die we gekruisigd hebben en we hebben om Hem gerouwd en daarna om onze zonde.’ 

Schuldbelijdenis

Zonde en genade, schuld en vergeving, kruis en verzoening, doortrekken niet alleen Spurgeons preken maar ook zijn gebeden. Dat blijkt uit het vervolg: ‘Nu, Heere, we belijden onze schuld voor U met tederheid van hart; en we bidden dat U dat volledige en vrije, volmaakte en onomkeerbare voorrecht van vergeving bezegelt aan elke gelovige hier; dat U hebt gegeven aan allen die hun vertrouwen in Jezus Christus stellen. Heere! U hebt het gezegd: “Indien wij onze zonden belijden, bent U genadig en rechtvaardig om ons onze zonden te vergeven en ons te redden van alle ongerechtigheid.” Daar is de zonde beleden. Daar is het losgeld geaccepteerd. We weten daarom dat we vrede met God hebben en we zegenen Die glorieuze Die gekomen is “om de overtreding te voleindigen, om een ​​einde te maken aan de zonde”, om eeuwige gerechtigheid te brengen, welke gerechtigheid door geloof we onszelf toerekenen en die U ons toerekent.

Welnu, Heer, wilt U het behagen om al de harten van Uw kinderen in hen te laten opspringen van vreugde? Oh! Help Uw volk om vandaag weer tot Jezus te komen. Mogen we vandaag naar Hem kijken zoals we in het begin deden. Mogen we nooit onze ogen afhouden van Zijn goddelijke Persoon, van Zijn oneindige verdienste, van Zijn volbrachte werk, van Zijn levende kracht, of van de verwachting van Zijn spoedige komst om “de wereld te oordelen in gerechtigheid en de mensen met Zijn waarheid.”

Dienstbaarheid

Zegen al Uw volk met een speciale gave en als we er een zouden mogen kiezen, zou het dit zijn: “Maak ons ​​levend, o Heere, volgens Uw Woord.” We hebben leven. Geef het ons overvloediger. O, dat we zoveel leven mochten hebben dat er uit ons midden rivieren van levend water zouden stromen. De Heere maakt ons nuttig. Gebruik, beste Heiland, de minste onder ons. Neem dat ene talent en laat het uitbesteden aan de grote Vader. Moge het U behagen om ieder van ons te laten zien wat U wilt dat wij doen. Mogen we in onze gezinnen, in onze zaken, in het gewone leven de Heere dienen en mogen we vaak een woord voor Zijn naam spreken, en op de een of andere manier helpen om het licht te verspreiden onder de steeds groter wordende duisternis, en voordat we vandaar gaan, mogen we wat zaad hebben gezaaid dat we op onze schouders zullen meebrengen in de vorm van schoven van zegen.’

Pleiten

Het verlangen dat de evangelieverkondiging op zondagscholen vrucht mag dragen, komt tot uiting in Spurgeons gebed. Hij is bewogen met hen die nooit van Christus hoorden. Dichtbij en ver weg. Krachtig pleit Spurgeon vervolgens voor het behoud van zondaren in Londen, Engeland en heel de wereld. ‘Oh! Dat Christus Zelf massa’s arbeiders zou uitzenden tussen dit volle staande koren, want de oogst is werkelijk overvloedig, maar de arbeiders zijn weinig.’ Spurgeon bidt voor de armen en rijken. Smekend dat er water wordt uitgestort op het droge. Opdat de kerk werkelijk een biddende gemeente zal zijn. Hij pleit daarbij ook voor overheid en rechters. Waarna hij afrondt met deze woorden. ‘Laat het volk U loven, o God! Ja, laat alle mensen U loven, ter wille van Jezus Christus. Amen en Amen.’ 

Bron

Ken jij het Spurgeon-archief van ‘Chapel Library’, beschikbaar via spurgeongems.org? Daar is de inhoud van bovenstaande blog op gebaseerd. Van harte aanbevolen! Klik hier voor meer informatie. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Wonder van nieuw leven

Het leven is een geschenk van God. We kunnen het niet maken, Hij schenkt het. Dat maakt mensen klein bij een groot...