Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

maandag 25 mei

Stille omgang van predikant met God raakt zijn publieke bediening

Iemand die de hele week met de Bijbel bezig is, staat geestelijk voortdurend in bloei. Zo denken velen. De praktijk is echter anders. Ook voorgangers kennen perioden van geestelijke verschraling. Hoe doortrekt de stille omgang met God het bestaan van de prediker?

Omgang met God

Volgens Luther krijgt het geestelijk leven diepgang door oratio (gebed), meditatio (overdenking) en tentatio (aanvechting). Hij baseert dit op Psalm 119. De Lutherse pastoraaltheoloog Robert Leuenberger (1916-2004) onderstreept het belang van persoonlijk gebed door de pastor: ‘De meesten die geestelijk moe geworden zijn, hebben niet te veel, maar te weinig gebeden en theologie bedreven.’ Aan gebed besteedt men volgens hem niet snel te veel tijd, integendeel: ‘Des te meer we bidden, des te rijker vinden we de tijd voor werk.’ (Leuenberger R.,1966, Berufung und dienst, Zürich: EVZ Verlach, Pag. 252) 

Heiliging betekent volgens Leuenberger dat ons hele leven een school van gebed wordt. ‘Niet zolang en dusver hij bidt, verduistert de theoloog en prediker het Licht van God niet door zijn menselijk licht.’ Leuenberger pleit ervoor dat voorgangers in eenheid met de Schrift bidden: ‘Met Christus gemeenzaam zullen we de Psalmen bidden.’ (Leuenberger, 104)

Bidden voor anderen

De Duitse pastoraaltheoloog Christian David Friedrich Palmer (1811-1877), stelt dat een predikant in de aard van de zaak niet te onderscheiden is van iedere andere christen: ‘Niet alleen de leraar moet in een eigen persoonlijk verkeer met God leven, niet hem alleen passen gebed en dankzegging, in ’t bijzonder ook de voorbede van de door hem toevertrouwde zielen, maar iedere christen, iedere huisvader, ieder die een ambt bekleedt, heeft daar evenzeer behoefte aan. Slechts zou nalatigheid in deze bij de leraar dubbel noodlottig zijn, daar hij anderen moest kunnen zeggen hoe zij tot zulk een innerlijk leven komen moeten en hoe het zich openbaart. Die zich zonder gebed naar zijn werkplaats begeeft, begaat dezelfde zonde van nalatigheid als die zonder gebed de kansel bestijgt, maar de laatste moet uit eigen ondervinding kunnen getuigen hoe nodig en welk een zegen het gebed is.’ 
(Palmer C., 1866, Pastoraal Theologie, Utrecht: Kemink en Zoon, Pag. 118)

Persoonlijk Bijbellezen raakt ook anderen

Persoonlijke omgang met de Schrift heeft volgens Leuenberger alles te maken met de publieke bediening: ‘Ook de verborgen omgang met de Schrift is een stuk van onze openbare dienst.’ (Leuenberger, 99)

Dit is niet enkel een vertroostende omgang met het Woord, maar het biedt tevens een tegenover: ‘De Reformatoren, vooral Luther, hebben ontdekt dat de Bijbel voor ons niet alleen een thuis, niet enkel toevlucht en troost is, maar evenzo het bevreemdende, verrassende en verschrikkende Woord van God is.’ (Leuenberger, 94) Zoals een Katholieke priester zijn Brevier leest, zo dient een predikant volgens deze Lutheraan met de Schrift om te gaan. In lijn met Bonhoeffer beveelt Leuenberger het dagelijks lezen van een hoofdstuk uit het Oude Testament en uit het Nieuwe Testament aan. 

In de studeerkamer dient men te leren zwijgen. Luisterend in de stilte, naar het Woord. De Heilige Geest verbindt zich namelijk aan de Schrift. Leuenberger: ‘Je merkt aan elke prediker en theologiedocent, of hij een toegewijd en onverbiddelijk hoorder gebleven is. En daarmee één, die van ontvangen en niet van bezit leeft. Alleen deze heeft dan ook werkelijk iets te geven, te onderwijzen, te prediken. (Leuenberger, 27). Zij die niet ontvangen, hebben niets te delen. 

Lees verder over dit onderwerp

Het leven in herfsttooi

De wind raast langs het huis, terwijl ik deze woorden schrijf. Het is herfst en de natuur buigt zich over naar de...

Putten uit dezelfde bron

‘Christelijke broederschap is niet een ideaal, dat wij moeten verwerkelijken, maar een door God in Christus geschapen...