Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

donderdag 28 december

Vernieuwing van binnenuit (2)

Eén van de grote ergernissen van Spener was het slechte geestelijk voorbeeld dat predikanten gaven. Zij jaagden promotie na en waren druk met allerhande activiteiten. Zij toonden volgens Spener in geen enkel opzicht de kenmerken van de wedergeboorte. Met Paulus concludeerde Spener: ‘Want zij zoeken allen het hunne, niet hetgeen van Christus Jezus is.’ (Filipp. 2: 21) 

Vruchten

Hij miste de vruchten van het geloof, bij deze predikanten. ‘Wat zij voor geloof houden en wat de grond van hun leer is, is volstrekt niet dat ware geloof, gewerkt door het Woord van God door de verlichting van de Heilige Geest; het is slechts een menselijke inbeelding. Zoals anderen enige kennis vergaderd hebben op het terrein van hún studie, hebben deze predikanten, door hun menselijke ijver, maar onder de inwerking van de Heilige Geest, iets geleerd van de letter van de Schrift en de rechte leer begrepen en ermee ingestemd. Zij hebben zelfs geleerd die leer aan anderen te preken. Ze zijn echter volslagen onbekend met het ware, hemelse licht en met het leven van het geloof.’ 

Vanuit deze schokkende conclusie wilde Spener niet het gevolg trekken dat hun bediening vruchteloos zou zijn. De Heere kan Zijn Woord gebruiken, waar en wanneer Hij wil. Als men echter de gevaarlijkste wonden van mensen niet ziet, hoe kan men ze dan effectief verbinden? 

Innerlijk

Overigens veegde Spener eveneens de vloer aan met de behoefte aan discussie die onder theologen soms hevig oplaaide. Blijkbaar was het in de zeventiende eeuw niet anders dan in de eenentwintigste eeuw. Spener vond dat men meer energie moest steken in persoonlijke vroomheid, opkomend vanuit de omgang met God. Dat zou de kerk en het geestelijk leven meer goed doen. Om dit te onderstrepen citeerde hij dr. Johann Affelmann die in een college tegen theologiestudenten zei: ‘We aarzelen niet diegenen voor vloekwaardig te houden, die alle oprechte, vurige oefening van de ware godzaligheid en een consciëntieuze ontplooiing van de innerlijke mens geringschatten en denken dat theologie, of het voornaamste daarvan, bestaat uit disputeren. Bernard zegt in zijn vierentwintigste preek over het Hooglied van Salomo: ”Ze geven hun tong aan God maar hun ziel aan de duivel.” We weten dat Christus de Weg, de Waarheid en het Leven is (Joh. 14: 6), en deze tezamen en niet afzonderlijk. Hij is de Weg vanwege Zijn heilig leven en wij behoren dit leven na te volgen met zeer grote ijver. Hij is de Waarheid vanwege Zijn leer, die wij met een gelovig hart behoren aan te nemen. Hij is het Leven vanwege Zijn verdienste, welke verdienste wij met een waar geloof behoren aan te grijpen.’ 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp