Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

dinsdag 2 februari

Wel of geen formuliergebed?

‘Bidden is een moeilijk en heerlijk werk,’ vond ds. G. Boer (1913-1973). Volgens hem bid je bij de gratie van God. Als je samen met anderen bidt, is het volgens hem van belang dat je werkelijk tot God bidt. ‘Het gebed mag geen uitlaatklep worden om dingen over mensen te zeggen die persoonlijk, onder vier ogen moeten worden gezegd.’ Bidden is dus wat anders dan het toespreken van je omgeving. 

Onze Vader

Jezus gaf aan Zijn discipelen een gebed om te bidden. Het ‘Onze Vader’, dat tot op heden wereldwijd wordt gebeden. Een gebed waarin God als de Drie-eenheid wordt aangesproken. Ds. G. Boer ziet dit als volgt. We bidden volgens hem ‘om het dagelijks brood naar Gods voorzienig bestel (Vader), om het verlossingswerk door de Zoon en om de heiligmaking door de Heilige Geest.’ Er is hierbij dus sprake van een gebed dat evenwichtig is opgebouwd. Het gaat allereerst om de eer aan God, terwijl dat wat het leven van mensen raakt eveneens woorden krijgt. 

Formulier

In de geschiedenis werd er volgens ds. G. Boer het nodige gediscussieerd over de vraag of je nu wel of niet een formuliergebed dient te bidden. Op een gegeven moment waren er eigenlijk alleen formuliergebeden over in de erediensten. Ds. G. Boer zegt daarover: ‘Dat is meestal zo als het hele leven versuft, dan worden de vormen gehandhaafd.’ Het ‘Onze Vader’ werd zoveel keren per dag gebeden, dat het nauwelijks nog op bidden leek. Het misbruik sluit het goede gebruik echter niet uit. 

Boer: ‘De tegenstanders van formuliergebeden oordelen dat we daarmee niet uit de Geest bidden, maar een van buiten geleerd lesje opzeggen. Daarin waait de Geest niet, maar de leegheid. In het persoonlijke, vrije gebed komt eruit wat erin zit. Daarom: weg met de formuliergebeden!’ De predikant bestrijdt deze gedachte echter. Het misbruik heft het goede gebruik immers niet op. 

Wellicht kan het zo zijn, erkent hij, dat een vrij gebed spontaner is. Meer direct door de Geest van het gebed ingeademd. Boer: ‘Het Onze Vader sluit het vrije gebed niet uit, maar in. Het is een voorbeeld, maar dan ook wel een volmaakt voorbeeld, het allervolmaakste!’ 

Leren bidden

Het ‘Onze Vader’ is volgens ds. G. Boer geen passe-partout voor het gebed, maar wel een goed voorbeeld. Hij pleit voor het afwisselen van formuliergebeden en vrije gebeden. Volgens de predikant is er levend gebed nodig, door de levende bediening van de Heilige Geest. Hij zegt: ‘Hoeveel gebeden ontstaan niet in een samenrijgen van woorden en zinnen, van termen en gezegden, waarin betoogd wordt en niet gebeden. Hoeveel omhaal van woorden kan er niet zijn, zonder de waarachtige nood voor God neer te leggen. Waarlijk, wij hebben de vermaning van de Heere wel ter harte te nemen, dat wij de heidenen niet gelijk zullen worden in het lange bidden, in de mening, dat wij om de veelheid van woorden zullen verhoord worden.’ 

Gebed geeft geregeld de ervaring dat je kwijt kunt bij de Heere, wat er op je hart ligt. We mogen hem alles zeggen, ook als het gaat om gebed voor anderen. Dat bidden is vrij van gemaaktheid en maakt ons oprecht voor de Heere. 

Leestip: Gegronde troost, uitleg van de Heidelbergse Catechismus, ds. G. Boer (De Banier, 2019). 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Brief aan een zieke broer

‘Immers hebben wij ons met lichaam en ziel aan Hem overgegeven, dat Hij ons zou leiden. Hij leidt ons in de eeuwige...