Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

dinsdag 12 oktober

Zending als opdracht

Sinds Jezus zijn discipelen uitzond naar de einden van de aarde, verspreidt de lichtglans van het evangelie zich over de continenten. Tegelijkertijd staat de verkondiging van het evangelie voortdurend onder de tegendruk van satan. Verbrekend, verdraaiend en versplinterend, ruïneert hij waar mogelijk de christelijke gemeente. Of sust hij haar stil. 

Zendingsdrang

Amy Carmichael (1867-1951) verbleef als jonge zendelinge in Japan. Ze kreeg echter last van hevige hoofdpijnen, waardoor een dokter zich afvroeg of ze wel geschikt was voor dit klimaat. Men stuurde haar naar Shanghai om daar in het zendingsstation uit te rusten. Nadat ze daar nog maar een week was, stapte ze in juli 1894 op een schip naar Ceylon, Sri Lanka. Ze voelde zich geroepen om daar haar werk voort te zetten.

Dat nieuws werd door haar mentor thuis in Engeland met verrassing en bezorgdheid ontvangen. Haar thuisfront was niet blij met deze plotselinge verandering van de gang van zaken. Amy’s mentor schreef haar dat ze terug diende te komen naar huis en niet zomaar deel kon nemen aan een nieuwe missie op Ceylon. Amy reageerde: ‘Spreken over naar huis komen! Rende ooit een soldaat, die het waard was om die naam te dragen, weg na het eerste schot? Prijs Hem – de pijn is nu verdwenen en ik ben opnieuw sterk voor de strijd!’

In de afgelopen eeuwen waaierde de wereldkerk zich uit over deze wereld. Gedreven werkers als Amy Carmichael gaven niet enkele jaren voor het zendingswerk, maar stelden hun hele leven in dienst van de Heere. Heel de wereld moest het weten, dat mocht alles kosten: ‘Want déze God is ònze God.

Tegenstand

Het initiatief tot zending ligt niet bij mensen, maar bij de Heere. Hij bouwt Zijn kerk op de zes continenten. Terwijl de wereldklok de resterende tijd wegtikt tussen de komst en wederkomst van Christus. 

De boodschap van het evangelie komt tot zondaren die verlossing nodig hebben. Dr. J.H. Bavinck (1895-1964) drukte zich als volgt uit: ‘De Schriftuurlijke antropologie (mensleer) gaat er steeds vanuit, dat de mens in zijn diepste, integrale kern zondaar is, balling, rebel, vluchteling. Dat is hij in zijn diepste kern, voor zover hij alleen maar mens is. Hij is altijd in zijn diepste wezen bezig iets te doen met God. Hij heeft angst voor God, hij ontloopt God, hij tracht God weg te duwen buiten de horizon van zijn leven, hij voelt zich door God besprongen, opgejaagd, benauwd, hij verzet zich tegen God. Dat is het ontzaglijk levensgeheim van elk mens, dat is het drama dat zich afspeelt in zijn verborgen binnenste. Dat is alles inherent aan zijn gevallen-menszijn, zijn zoonschap van Adam. Dat ís hij, dat is zijn existentiële grond, de bodem waar hij op staat.’

Mensen drukken uit zichzelf dus het bestaan van God weg, hoewel men het ten diepste niet kan ontkennen. Men leeft met een gat in het hart, dat zich alleen laat vullen door omgang met de Heere. Zondaren die de Heere niet kennen, dienen de boodschap van het Evangelie te horen. Tot verlossing. Hoe zullen zij die boodschap horen, als het hen niet verkondigd wordt? 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Wachter op de muren

‘Wachter op de heilge muren, Wachter! wijkt nog niet de nacht?’ Christian Gottlob Barth (1799-1862) legde...