Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

dinsdag 17 augustus

De Heere schenkt verwachting en nieuwe kracht (1)

Israël is ver van huis. Nadat de Heere de ballingschap aankondigde, bevindt het volk zich nu in een vreemd land, ver van huis. Heel lang klonken er dreigende profetieën richting Israël. Nu leeft men weggevoerd in Babel.

Ballingschap

Al vroeg liet de Heere Zijn waarschuwing horen richting Israël, in Deut. 28. Nadat Hij hen zegen beloofde, als men in Zijn weg zou gaan, toonde Hij hen ook het tegendeel: ‘Daarentegen zal het geschieden, indien gij de stem des HEEREN, uws Gods, niet zult gehoorzaam zijn, om waar te nemen, dat gij doet al Zijn geboden en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede; zo zullen al deze vloeken over u komen, en u treffen.’ (Deut. 28: 15)

Vervolgens lezen we: ‘De HEERE zal tegen u een volk verheffen van verre, van het einde der aarde, gelijk als een arend vliegt; een volk, welks spraak gij niet zult verstaan.’ (Deut. 28: 49) Dat volk van ver zou hen hun oogst, rijkdom en zelfbestuur ontnemen. Dit werd werkelijkheid. Na vele waarschuwingen, kreeg Israël de uiterste consequentie. Wegvoering in ballingschap. Men is met reden afgevoerd naar een ver land. Het is het gevolg van hun zonden. Israël riep de oordelen van God over zichzelf af. Nu zat men er middenin. En te midden van die omstandigheden klinken de woorden van Jesaja 40. Woorden van troost en verlossing. 

Ziet God?

Lijden dat in beeld is, kan medelijden oproepen. Maar als ons lijden gebeurt in stilte, dan gaat dat gepaard met gevoelens van eenzaamheid. Dat geldt onderling, maar die ervaring kunnen we ook hebben voor het aangezicht van God. Zij die in ballingschap zijn klagen dat de Heere hun weg niet ziet (Jes. 40: 27). Het lijkt erop dat men uit beeld is. Dat is een angstaanjagende gedachte. 

Als je wegzinkt terwijl er mensen met reddingsvesten aan de kant staan, klaar om in het water te springen, schreeuw je hard. Maar als je in het water ligt op een plek waar niemand is, dan blijft je ijle schreeuw als het ware in de lucht hangen. Er is geen reactie. De schreeuw wordt beantwoord met stilte, terwijl je in doodsnood strijdt om te overleven. 

Israël had in ballingschap de ervaring dat God hen vergeten was. Geen oog meer voor hen had. Dat men uit beeld was bij de Heere. Dat ontmoedigde hen. Een algeheel gevoel van verlatenheid. Er was sprake van uitputting. De Heere spreekt echter verlossende woorden, door middel van Jesaja.

Wil en kan God?

In Jesaja 40 wordt antwoord gegeven op twee vragen. De eerste vraag luidt: wil de Heere verlossen? (Jes. 40: 1-11) De tweede vraag luidt: kan de Heere verlossen? (Jes. 40: 12-26). In beide gevallen klinkt het antwoord: ja. De Heere wil én kan. 

Jesaja roept in het begin van hoofdstuk veertig uit: ‘Spreekt naar het hart van Jeruzalem, en roept haar toe, dat haar strijd vervuld is, dat haar ongerechtigheid verzoend is, dat zij van de hand des HEEREN dubbel ontvangen heeft voor al haar zonden.’ (Jes. 40: 2). Er is verwachting!

Jesaja toont dat de Heere schuilgaat achter de dingen. Onzichtbaar aanwezig, heeft Hij de dingen in handen. Hij is de eerste oorzaak van al wat leeft. Er is er geen met meer macht en mogelijkheden dan Hij. De Heere heeft soevereine macht over Zijn schepping en over de volken. Niets op aarde kan Hem weerstaan of overtreffen. Hij is de Heilige. Daarmee is Hij onderscheiden van elk schepsel. 

Men dient om zich heen te kijken in de schepping. Toont de Heere daar niet Zijn almacht? Het is alsof de woorden die de Heere sprak tegen Job hier meeklinken, als Jesaja Gods almacht toont uit de natuur. ‘Hoe absurd zou het zijn om niet te vertrouwen op Hem, van Wie de aarde toont dat Hij alle kracht heeft (40: 12), alwijs is (40: 13-14), heerst (40: 15-17), geen rivaliserende goden kent (40: 18-20), Koning der koningen is (40: 21-24).’ (Motyer)

Verwachting

Jesaja toont ons wat de Heere van ons vraagt: niet zien op de omstandigheden, maar op de Heere. Van Hem is onze verwachting! Hij is het object van onze verwachting, op Hem dienen we te zien: ‘En nu, wat verwacht ik, o HEERE! Mijn hoop, die is op U.’ (Ps. 39: 8). 

Verwachten is iets heel anders dan afwachten. Wie afwacht zit met de armen over elkaar op een stoel te wachten op betere tijden. Welhaast onbewogen. Dat is geen Bijbels verwachten. Dan staren we naar de Heere alsof Hij niet Zelf Zijn beloften in de Schrift zou hebben gegeven. De Heere schenkt echter verlossing. Nu uit de ballingschap, straks voor eeuwig. Wie verder blikt ziet Zijn Zoon, in de gestalte van een lijdende en daardoor verlossende Knecht. 

Wat geeft grond voor verwachting? Jesaja heeft in het eerste deel van zijn profetieën onder andere aangekondigd dat de woestijn weer zal bloeien, mensen vreedzaam zullen leven. Hij geeft in het tweede deel van de profetieën (Jes. 40-66) een blik in de toekomst. Dat functioneert als een berglandschap. Als je denkt dat je er bent, ligt er nog een bergrug achter. Hij profeteert over de uitredding van de Heere uit de ballingschap in Babel. Tegelijkertijd blikt hij nog verder en profeteert de komst van de Messias. Tegelijkertijd blikt hij nog verder en profeteert hij de komst van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Het geloof doet ons boven de omstandigheden uitstijgen als een adelaar en schenkt een vergezicht. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp