Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

maandag 12 september

De nacht valt in Sauls’ leven

‘En de Geest van de HEERE week van Saul’ (1 Sam. 16: 14). Als er één een bijzondere positie onder het volk van Israël had, dan de koning wel. Hij profeteerde, streed tegen andere volken en kreeg talent om zijn volk te leiden.

Heilige Geest

Saul was de gezalfde van de Heere. Hij had een afbeelding kunnen zijn van de beloofde Koning, Jezus Christus. Maar daar is niets van terechtgekomen. We zien in Samuël 16 dat de Geest van God wijkt. De aanwezigheid van de Heilige Geest kun je vergelijken met de wolkkolom en de vuurkolom boven Israël in de woestijn. Zolang deze er waren, werd de aanwezigheid van de Heere ervaren. Deze ‘week’ niet van de tabernakel. Maar hier zien we het tegenovergestelde gebeuren. De Geest van God ‘week’ van Saul. 

Tora

Het volk Israël leefde onder de Tora, de wet van de Heere. De Psalmdichter van de 1ste Psalm laat zien dat dit de weg is om te bewandelen. Wie daar vanaf wijkt, roept onheil over zich af. Dat is wat hier gebeurt. Het gevolg van de zonde is de dood. Reeds in het leven krijgt Saul daarmee te maken. Als de Heere Zich terugtrekt en hem aan zichzelf overgeeft. 

De Heere houdt ons verantwoordelijk voor onze daden. Wat Saul hier overkomt is een gevolg van zijn rebellie tegenover God. Hij wordt verantwoordelijk gehouden voor zijn daden. De Heere kan ons reeds in dit leven de gevolgen van ons gedrag geven. Hoewel Saul naderhand erkent te zondigen (1 Sam. 26: 21), blijkt niet dat hij zich bekeert. 

Geestelijke werkelijkheid

Ik weet niet hoe het jou vergaat, maar wij hebben de geestelijke wereld zo’n beetje uitgesloten uit ons denken. In tegenstelling tot andere delen van de wereld, probeert de westerse wereld alles te rationaliseren. Wij hebben overal een verklaring voor. Een aanleiding. Tussenliggende redenen. Maar de schrijver van het boek Samuël wijst ons op de eindoorzaak van de dingen. Wat Saul hier overkomt, is niet zomaar iets dat hem overkomt, er is sprake van een boze geest van de Heere die hem verschrikt. 

Van God

Waar we zien dat bij Job de duivelen een zekere ruimte krijgen, daar zien we dat ook bij Saul. Het woord ‘ra-a’ wordt gebruikt. Deze geest maakt iemand tot een vijand van God en andere mensen. Deze geest kwelt hem. Het is de enige keer in het Oude Testament dat we lezen van een persoon die gekweld wordt door een boze geest. God gaf ook in Richt. 9: 23 een boze geest, maar die gaf verwarring tussen mensen onderling. 

Saul krijgt deze kwade geest onder Gods leiding. Zegt het boek Job niet: ‘Zullen we het goede van God ontvangen en het kwade niet?’ (Job. 2: 10). Of Jesaja: ‘Opdat men wete, van den opgang der zon en van den ondergang, dat er buiten Mij niets is, Ik ben de HEERE, en niemand meer. Ik formeer het licht, en schep de duisternis; Ik maak den vrede en schep het kwaad, Ik, de HEERE, doe al deze dingen.’ (Jes. 45: 6-7). 

Deze geest komt door God, maar is niet God. Het is een ruïnerende geest. Een geest die aanzet tot zonden. De Heere regeert en Saul krijgt de gevolgen van zijn handelen, reeds in dit leven. 

Geestelijke werkelijkheid

De Bijbel zegt meer over engelen en demonen dan de theologie van de laatste eeuwen. Toch moeten we de duivel niet onbeperkt aandacht geven. Lewis zei: ‘We kunnen aangaande de duivelen twee vergissingen maken, die beide even ernstig zijn. De ene is niet aan ze te geloven. De andere: wel aan ze te geloven, maar een buitensporige belangstelling voor ze te koesteren.’ 

De nadruk valt in de Bijbel niet op bestrijders, maar op God. Hij is machtiger dan alle machten. Christus heeft de boze overwonnen. Vandaar dat Paulus ons leert om de geestelijke wapenrusting te dragen om de pijlen van de boze te weerstaan. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

De wijnstok en de ranken (1)

Ik ben de ware wijnstok. Dit betreft de zevende ‘Ik-ben’ uitspraak van Jezus en daarmee de laatste in het Evangelie...