Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

donderdag 29 december

Delen en niet tekortkomen (3)

‘Want zo zegt de HEERE, de God van Israël.’ Elia spreekt deze woorden uit, maar het gaat hier om een direct woord van God ín de omstandigheden. Als op deze manier wordt ingezet, gaat de Heere over tot een waarschuwing, een oordeel of een belofte.  

Belofte

Midden in het territorium van Baäl, te midden van een oordeel over Israël vanwege hun ontrouw dat ook de omliggende volken raakt, tegen een heidense vrouw, die aan het eind van haar voorraad is en met de dood voor ogen leeft, zegt de HEERE de God van Israël: ‘Het meel van de kruik zal niet verteerd worden en de olie der fles zal niet ontbreken, tot op de dag dat de HEERE regen op de aardbodem geven zal.’ De Heere gaat het laten stromen, stromen en stromen, totdat het niet mee nodig is. De Schepper van het meel, de Schepper van de olie, spreekt Zijn machtswoord en daar gaat het vloeien.

Zorg

De Heere slaat met Zijn oordeel, maar laat Zijn volk tegelijkertijd niet in de steek. Zijn chesed, Zijn goedertierenheid duurt voort. Met name ontfermt Hij Zich daarin over hen die de Zijnen zijn. Op die verbondstrouw horen we de dichter van Psalm 40 een beroep doen: ‘Ik ben wel ellendig en nooddruftig, maar de HEERE denkt aan mij; Gij zijt mijn Hulp en mijn Bevrijder; o mijn God! vertoef niet.’ (40: 18). Het is deze Naam, die de dichter van Psalm 86 aanroept als hij zijn Psalm inzet met de woorden: ‘HEERE! neig Uw oor, verhoor mij; want ik ben ellendig en nooddruftig.’ (Ps. 86: 1). De Heere denkt aan Zijn knecht Elia en de zorg voor hem is mede tot zegen voor de weduwe en haar zoon. Het gaat zelfs verder, het raakt haar huis (vers 15). 

Ontrouw en overgave

Waar de massa van Gods verbondsvolk in ontrouw leeft ten aanzien van de Heere, zien we hoe een heidense vrouw gehoor geeft aan Zijn Woord. Het waagt op het Woord van de Heere. Niet anders kan, dan geloven in Zijn belovend spreken. De vrouw nam niet het zekere voor het onzekere, maar gaf het zekere op, om het onzekere te ontvangen. Zij verkoos de dingen die men niet ziet, boven de dingen die men ziet. Zij vertrouwde op het Woord van de Heere meer dan op het beetje meel en het beetje olie dat zij bezat. 

Hoe ligt dat bij ons? Komt onze opstand niet daarin tot uiting, dat we de Heere niet geloven op Zijn Woord? Dat geldt voor het stoffelijke, maar is het anders voor het geestelijke? 

  • Als Mozes spreekt tot het volk, dan horen we hem zeggen: ‘En Hij verootmoedigde u, en liet u hongeren, en spijsde u met het Man, dat gij niet kendet, noch uw vaderen gekend hadden; opdat Hij u bekend maakte, dat de mens niet alleen van het brood leeft, maar dat de mens leeft van alles, wat uit des HEEREN mond uitgaat.’ (Deut 8: 3)
  • Jezus neemt zelf deze woorden in de mond, als hij in Matt. 4: 4 zegt: ‘Doch Hij, antwoordende, zeide: Er is geschreven: De mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord, dat door den mond Gods uitgaat.’ 
  • Als Jezus veertig dagen in de woestijn is geweest en de duivel Hem opzoekt, terwijl Hij honger heeft, probeert deze Hem te verleiden: ‘En de duivel zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot dezen steen, dat hij brood worde. En Jezus antwoordde hem, zeggende: Er is geschreven, dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods.’ (Luk. 4: 4)

De HEERE kan in alles voorzien hebben, maar heb je ook Zijn hand gezien? En heb je voorbij het brood gekeken en gezien Wie de gever ervan was? Hij komt om hongerigen te voeden. In praktische zin, maar ook in geestelijke zin, waar wij het leren wagen op Zijn Woord alleen. Daar zullen we ontdekken dat Hijzelf, Jezus Christus, het levende brood is. Een christen leeft bij en met het Woord van God. Het is je eten en drinken. Je wandelt met het Woord. Hij spreekt tot je, heel persoonlijk. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

De Heere baant Zich een weg (2)

‘En de heerlijkheid van de HEERE zal geopenbaard worden.’ (Jes. 40: 5a)  De engelen wisten al van Gods...

De Heere baant Zich een weg (1)

‘Troost, troost Mijn zal uw God zeggen.’ (Jes. 40: 1) Het klonk daar als een opdracht en in meervoud. In Jes. 40: 3...

Troost, troost Mijn volk (2)

Laat het een tedere manier van spreken zijn, als je gaat troosten. Zo luidt de opdracht van de Heere in Jesaja 40:...