Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

maandag 29 maart

Een Koning gegeseld

Jezus was zich bewust van Zijn Koninklijke positie. Ten opzichte van de hogepriester zei Hij op de vraag of Hij de Christus was: ‘Ik ben het, en u zult de Zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand van der kracht Gods en komend met de wolken van de hemel’. Een Koning Die Zich liet vernederen, tot verlossing van velen. 

Matt. 27: 27-31

Koning

Tegen Pilatus zei Jezus op diens vraag of hij een koning was: ‘Gij zegt dat ik een Koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik der waarheid getuigenis zou geven; een ieder die uit de waarheid is, hoort Mijn stem.’ (Joh. 18: 37). Spottend noemden de hogepriesters, schrijvers en oudsten Jezus de ‘Koning van Israël’

Deze Koning lijkt op dit moment echter alleen te staan. Allen zijn verdwenen. Zijn discipel Judas verraadde hem, Petrus verloochende Hem en de anderen zijn in het donker weggevlucht. De Hosanna-roepende menigte koos zojuist voor Barabbas en Pilatus gaf Hem over om gekruisigd te worden. Jezus is ten dode opgeschreven, daar voor het rechthuis van Pilatus. 

Soldaten

De Romeinse overheidsdienaar Pilatus geeft Hem over aan zijn soldaten. Waarschijnlijk waren dit niet zelf Romeinen, maar was het een legermacht die werd samengesteld vanuit niet Joodse burgers uit de regio. Mannen die altijd de underdog waren geweest onder de Joden, maar onder de Romeinen dienstdeden in het leger. Zij krijgen Jezus, de Koning van de Joden, in handen. Zonder instructies, maar ze weten wat ze willen. Het speira, een Romeins cohort van ongeveer 600 soldaten, wordt samengeroepen. Ze stromen samen, op een relletje belust. Moet men zich vaak inhouden tegen de afkeer die de Joden uitstralen in; nu mag men zich uitleven op een Jood. Iemand die zich de Koning van de Joden noemt. 

De soldaten vallen niet als roofdieren op Jezus aan. Sterven zal Hij namelijk toch wel. Nee, men maakt er een spotvertoning van. Jezus, die daar in hun midden staat met een bebloede rug van de geseling die Hij eerder onderging wordt ruw aangepakt. In zeven bedrijven vernedert men Hem te midden van de joelende soldatenmenigte. 

Marteling

Allereerst trekt men Jezus de kleren van het lijf. Adam werd naakt geschapen, hij schaamde zich niet. Hier is het een teken van schaamte. Zozeer, dat de Joden er om vroegen om gevangenen niet naar Romeinse gewoonte naakt af te voeren naar de plaats van terechtstelling. 

Men trekt Jezus een soldatenmantel aan, die het beeld oproept van een koninklijk kleed. Markus spreekt van een purperen mantel, Mattheus spreekt over scharlaken. Beide kleuren staan voor koninklijke kleding. 

De kroon met doornen die men Hem op het hoofd drukt, is als een aureool dat om het hoofd van heiligen werd gelegd Het verwijst naar monarchen die hun hoofd omringden met een krans, zoals zichtbaar wordt op diverse Romeinse munten.

Volgens botanisten hebben weinig landen zoveel verschillende doornige planten als Palestina. De identiteit van de plant is niet zo belangrijk. Wel de verbinding met de val van Adam in Gen. 3: 18a: ‘Ook zal het u doornen en distelen voortbrengen.’

Men geeft Hem een rietstaf in handen. Dat geeft koninklijke allure. De almachtige Heere van de legerscharen, krijgt een scepter in handen als spotvertoning. Hij ontvangt het met de handen die altijd uitgestrekt waren om goed te doen. Die blinden het gezicht gaven en doven het gehoor; een kreupele op de been kon helpen. Men eert Hem, tot oneer. 

Men begroet Hem met ‘Chaire!’ Verheug u, koning van de Joden! Hetzelfde ‘chaire’ dat Judas gebruikte bij de begroeting in de hof. Knielend valt men voor Hem neer. Te midden van de groep maakt men Hem belachelijk door eer te bewijzen zonder te eer te bedoelen. 

Terwijl de echo van hun groet wegsterft, zien we de soldaten opstaan en Hem bespugen. De Joden bespuugden Hem eerder reeds, nu ook de heidenen. Calvijn: ‘Vanwege onze onreinheid, zijn wij waardig door God verafschuwd, en door al Zijn engelen uitgespuwd te worden; nu wilde Christus zelf bespuwd en met allerlei hoon overladen worden, om ons rein en onbesmet voor het aangezicht Gods te stellen.’

Het bloed loopt langs het lichaam van de Koning der koningen. Wanneer men opstaat van het knielen slaat men Hem met de rietstaf op het hoofd. Men slaat de Koning met Zijn eigen scepter. 

Verlosser

De geschonden figuur daar het Praetorium van Pilatus is de beloofde Zoon. Want dit lijden was van Hem voorzegd: ‘Hij was veracht en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem, Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht.’ (Jes. 53: 3)

Hij liet zich als een Lam offeren om zondaren te verlossen. Om gevangenen te bevrijden. Om recht te doen. ‘Als dezelve geëist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij zijn mond niet open.’ (Jes. 53: 7)

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

De wijnstok en de ranken (2)

Jezus zegt: ‘Blijf in Mij, en Ik in u.’ Hoe moeten we dit lezen? Is dit voorwaardelijk? Als je in Mijn blijft…dan… Is...

De wijnstok en de ranken (1)

Ik ben de ware wijnstok. Dit betreft de zevende ‘Ik-ben’ uitspraak van Jezus en daarmee de laatste in het Evangelie...