Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

maandag 16 november

Een lied en gebed vanaf een rots

In Psalm 40 treffen we David aan als een man die vanuit een diepe kuil op een rots is geplaatst. In de diepte heeft David gewacht, gevreesd, geroepen. Uit alle kracht heeft hij verwacht. Nu is hij op een rots geplaatst en zingt een lied. Een lofzang, uitmondend in een gebed. 

Rots

Vanaf de Messiaanse Psalm 18 gaat de ‘rots’ als beeld een rol spelen in het Psalmboek. Het beeld keert terug in de Psalmen 18, 19, 27, 28, 31 en 40. Het Messiaanse koningschap van David moest het volk beveiligen tegen de vijand, zodat de komende Messias komen kon. David als de koning, waarbij hij een representant, een schaduw vormde van de komende Koning. De Messias, Jezus Christus. De vaste rots van ons behoud. 

Op de rots krijgt David een nieuw loflied op de lippen. Hij geeft er in Psalm 40 woorden aan. De Psalm bestaat voor de helft uit lofprijzing (1-12) en de helft uit gebed (13-18). Meestal zien we dat dit andersom vorm krijgt. Eerst de nood, dan het loflied. Maar in Psalm 40 begint het met een loflied en ontvouwt zich daarna het gebed in de nood. 

Offer

Davids eigen offers konden hem in het verleden niet redden. Dat blijkt uit Ps. 40: 7-9. De Heere vond geen voldoening in zijn offers, er moest een ander Offer gebracht worden. Waar David zichzelf niet uit de diepe kuil omhoog kon trekken op de rots, was er een Ander die zich vernederde om het benodigde offer te brengen. 

De Bijbel zelf geeft daartoe een directe lijn, omdat in Hebreeën 10 4-10 deze woorden uit Psalm 40 geciteerd worden: ‘Brandofferen en offer voor de zonde hebben U niet behaagd. Toen sprak Ik: Zie, Ik kom (in het begin des boeks is van Mij geschreven), om Uw wil te doen, o God!’  Waar het offer van David tekortschiet, is daar het offer van Christus, de beloofde Zoon. Welgelukzalig is de man die op de Heere zijn vertrouwen stelt. 

Gehoorzaam

Waar leidt dit alles toe? Tot een nieuwe gehoorzaamheid, in plaats van offers. Hoe? Doordat de wet in het hart geschreven wordt (Ps. 40: 9). Jer. 31: 33 geeft aan dat het inschrijven van de wet in het hart bij het nieuwe verbond hoort, maar reeds in Psalm 40 en Hosea 6: 6 wordt het zichtbaar. Dienstbaarheid uit dankbaarheid. Jezus is het volmaakte offer. Hij vervulde de offerdienst door zelf het Offerlam te zijn. Zijn dienen doet volgen. 

Jezus hoefde niet gewillig gemaakt te worden. Dat was Hij al. David en wij echter wel. Onze oren moeten geopend worden (Ps. 40: 7). David werd gewillig gemaakt, toen de oren hem doorboord werden. Joh. Calvijn: ‘Met het bijwoord ‘toen’ geeft hij te kennen, dat hij niet eerder een geschikte leerling is geweest, voordat God zijn oren geopend had, maar nadat hij het geleerd had, zegt hij dat hij gereed en ijverig gezind was om te gehoorzamen.’ David wil de boodschap verkondigen aan iedereen, ‘de grote gemeente’ moet het horen (Ps. 40: 10). 

Bedelaar

Daarna klinkt er in Psalm 40 een gebed tot God. Na Gods redding in het verleden, ziet David voor ogen wat voorligt. Hij bidt om verlossing van vijanden en de gevolgen van de zonden. Gods handelen in het verleden vormt de bodem van zijn gebed voor de toekomst. David blijkt en blijft een bedelaar met een machtige God; en wij met hem (Ps. 40: 18).

Lees verder over dit onderwerp

De wijnstok en de ranken (2)

Jezus zegt: ‘Blijf in Mij, en Ik in u.’ Hoe moeten we dit lezen? Is dit voorwaardelijk? Als je in Mijn blijft…dan… Is...

De wijnstok en de ranken (1)

Ik ben de ware wijnstok. Dit betreft de zevende ‘Ik-ben’ uitspraak van Jezus en daarmee de laatste in het Evangelie...