Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

maandag 1 november

God meer gehoorzaam dan mensen

Hij is inmiddels zo’n achttien jaar aan de macht. Zijn koninkrijk heeft geweldige omvang gekregen, van Ethopië tot India. Alles in dat rijk stroomt uiteindelijk samen rond zijn troon. Om de macht en majesteit van zijn rijk uit te drukken, plaatst Nebukadnezar een beeld van 27 meter hoog en 2,7 meter breed in het dal van Dura. Waar bijna allen buigen. 

Indruk

Nebukadnezar raakte in Dan. 2: 46-47 diep onder de indruk van Gods macht, toen hij neerviel voor Daniël en beleed: ‘Het is de waarheid, dat uw God een God der goden is, en een Heere der koningen, en Die de verborgenheden openbaart, omdat gij deze verborgenheid hebt kunnen openbaren.’

Dat waren prachtige woorden, waar je diep van onder de indruk kunt raken. Een wereldheerser die tot zo’n belijdenis komt! In werkelijkheid was zijn hart echter niet vernieuwd. De buitenwijken waren tijdelijk ingenomen, maar niet het bestuurscentrum van zijn leven. Hij ging over tot de orde van de dag. Het bleef bij een ervaring, maar het geloof wortelde niet in het Woord. Zijn wondergeloof richtte zich al snel weer op andere zaken, dan God. Hij raakte zichzelf niet kwijt aan God en richtte de aandacht weer op zijn eigen godenwereld. Het tweede is dan nogal eens erger dan het eerste; degene die een religieuze ervaring had, kan zich later openbaren als een machtige tegenstander. Als het huis leeg wordt gelaten nadat het gereinigd is, komen er veel duivels voor terug. 

Beeld

Dat blijkt hier in Daniël 3, waar Nebukadnezar een groot gouden beeld laat oprichten. Het draait nu helemaal om Nebukadnezar; dat laat de bijbelschrijver zien in de wijze van schrijven. In de eerste zeven verzen wordt zes keer herhaald dat Nebukadnezar het beeld maakte, oprichtte. Het klinkt er als een refrein. Nebukadnezar deed het; voor wie? Voor Nebukudnezar. Naar alle windstreken van zijn rijk worden uitnodigingen verstuurd. Tot aanbidding van de heerlijkheid van het beeld.

Vrienden

Allen worden verzameld. Ook de drie vrienden Sadrach, Mesach en Abed-Nego. Zij zijn inmiddels heersers over afzonderlijke provincies van Nebukadnezars rijk. Te midden van de machtigen, de wijzen, de invloedrijkste leiders uit het rijk van Nebukadnezar staan ze in het dal van Dura. Er is voor hen geen ontkomen aan. Ze moeten erbij zijn. Ze zijn het aan hun stand verplicht. 

Daar klinkt de stem van de heraut: ‘Men zegt u aan, gij volken, gij natiën, en tongen!’ Heel de wereld moet het weten. Wat hier gebeurt in het dal van Dura, raakt de uiterste einden van het rijk. Vandaar die brede vertegenwoordiging. Zodra de veelheid aan muziekinstrumenten begint te spelen, dient men neer te vallen en te aanbidden. Voor wie niet neervalt, zijn reeds voorzieningen getroffen. Er staat een brandende oven klaar, daar zal men in verdwijnen. Per levende executie wordt voorzien in een straf op onbuigzaamheid.

Niet buigen

Je zal er staan. Met de echo van Gods wet in het achterhoofd: ‘Gij zult u geen gesneden beeld maken, noch enige gelijkenis, van hetgeen boven in de hemel, of onder op de aarde is, of in het water onder de aarde is; Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HEERE, uw God, ben een naijverig God, Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, en aan het derde, en aan het vierde geslacht van hen, die Mij haten.’ Vroeg of laat komen we voor zo’n keuze te staan. En wat dan? 

Terwijl alles buigt staan daar drie mannen overeind. Daar staan zij, omdat ze niet anders kunnen. Het is buigen of sterven; maar zij staan waar alles knielt. Waar Nebukadnezar zijn ego tot in de hemel wil doen rijken, met een beeld van geweldige omvang. Kunnen zij niet anders dan weigeren om mee te doen. Zou ik zo’n groot kwaad doen; en zondigen tegen God? 

Hier wordt zichtbaar dat er grenzen zijn. Als de vrienden dienen te buigen voor een andere god dan de Heere, trekken zij een streep in het zand. Hier gaan zij niet overheen. Waarom niet? ‘Wij hebben niet nodig u op deze zaak te antwoorden. Zal het zo zijn, onze God, Dien wij eren, is machtig ons te verlossen uit den oven des brandenden vuurs, en Hij zal ons uit uw hand, o koning! verlossen.’ (Dan. 3: 16-17)

Aanbidden

Zij aanbidden reeds een God. Dan wordt duidelijk in het woordgebruik, als de mannen door overijverige tegenstanders voor Nebukadnezar worden gebracht: Onze God die wij vereren, aanbidden, dienen, is machtig ons te verlossen. 

Hier zie je dat opstaan voor God en Zijn eer geen zaak is van lef of kracht. Het is een zaak van liefde. Dat laat Paulus zien in het hoofdstuk dat zo teer spreekt over de liefde. ‘En al ware het, dat ik al mijn goederen tot onderhoud van de armen uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam overgaf, opdat ik verbrand zou worden, en had de liefde niet, zo zou het mij geen nuttigheid geven.’ (1 Kor. 13: 3)

Het is de liefde tot God, die staande houdt. Omwille van de liefde van God. Daar is een beweging die om reactie vraagt. Dat is allereerst een beweging van boven naar beneden; die uitwerkt dat we Hem aanhangen. De God die wij aanbidden.  

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Terug naar God (3)

De Heere neemt redenen uit Zichzelf om lief te hebben. Niet het gedrag van het kind vormt de aanleiding voor Vaders...

Terug naar God (2)

Uit Efraïms’ mond klinkt: ‘Bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn, want U bent de Heere, mijn God!’ Het grondwoord dat...

Terug naar God (1)

Wie de profetieën van Jeremia op zich in laat werken hoort hoe opstandig het volk Israël was. Als bekering uitblijft,...