Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

maandag 3 januari

Gods heerlijkheid zien (1)

De heerlijkheid van de Heere komt volgens Jesaja als het ochtendgloren. Als het begin van een nieuwe dag, na een donkere nacht. Het licht van de ochtend geeft verwachting. De Heere gaat iets nieuws beginnen.

Scheiding

De zonden van het volk maakten scheiding tussen hen en God, zo zei de profeet in Jesaja 59. Hun handen waren met bloed besmeurd. Als je hen hoorde praten dan zou je schrikken. Samen verwachtte men het niet van de waarheid, maar van de leugen. Er was niemand die opstond om ertegenin te gaan. Jesaja concludeert: ‘Want onze overtredingen zijn vele voor U, en onze zonden getuigen tegen ons; want onze overtredingen zijn bij ons, en onze ongerechtigheden kennen wij niet.’ (Jes. 59: 12). De waarheid struikelde op de straten (59: 14). Kortom, geen verheffend beeld van een volk. 

Zou het er bij ons beter voorstaan? Nou, wel als we oppervlakkig kijken. Heel veel mensen deugen, toch? Ja, maar als de bedekking eraf gaat, dan zie je hoe het werkelijk is. God blikt door onze sluiers heen. Hij blikt tot in het hart. Dan komt alles aan het licht. De Heere blijkt echter te denken aan Zijn Verbondstrouw. ‘En er zal een Verlosser tot Sion komen, namelijk voor hen, die zich bekeren van de overtreding in Jakob, spreekt de HEERE.’ (Jes. 59: 20) Daar valt een brede lichtstraal de geschiedenis in, zoals zichtbaar wordt in Jes. 60: 1-3. 

Dubbele opdracht

‘Maak u op, word verlicht’ Blijkbaar ligt er iemand gebogen, want de oproep klinkt: ‘Sta op, word licht!’ Het klinkt er als een dubbele opdracht. Jeruzalem had zich overgegeven aan de zonde. Gevallen, om niet weer op te staan. Omgeven door donkerheid. Een schaduwstad. De profeet ziet hoe de Heere haar met Zijn licht bestraalt. 

Licht komt bij God vandaan en kan niet bestaan zonder Hem. Hij bewoont een ontoegankelijk licht en schiep de lichten aan het firmament. Zelf heeft Hij echter geen zon nodig. Het is vanwege Gods scheppende kracht dat de zon en de maan hun licht geven (Gen. 1: 15, 17). Gen. 1: 15: ‘En dat zij zijn tot lichten in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde! En het was alzo.’ En Gen. 1: 17: ‘En God stelde ze in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde.’ Het is deze God die de opdracht geeft: ‘Sta op, wordt verlicht!’ Een Goddelijk machtswoord. Sta op, wordt verlicht! Sta op, schijn!

Licht

Waardoor? Het Licht komt! Bij God vandaan. Hoe kan het ook anders? Want God is licht. De dichter van Psalm 104 zingt daarover ‘Hij bedekt Zich met het licht, als met een kleed.’ Wie Hem ontmoet in heerlijkheid, wordt omstraalt door Zijn heerlijke licht. Het licht is om Hem heen, Hij draagt het. 

Daardoor is Hij als geen ander in staat om dat wat zich in het duister, in het donker houdt, te ontwaren. Als je met een grote lamp een donkere ruimte binnenkomt, dan zie je dingen die je eerder niet zag. De Heere is Zelf het licht. Hij laat zich niet weerhouden door welke vorm van donkerheid dan ook. Vandaar dat Daniel kon zeggen (2: 22): ‘Hij openbaart diepe en verborgen dingen; Hij weet, wat in het duister is, want het licht woont bij Hem.’

Je zou kunnen zeggen dat het licht een eigenschap van de Heere is. Het is daarom niet onbegrijpelijk dat sommige Joodse commentators de aanduiding ‘Licht’ zagen als een naam van de Messias. 

Gekomen Licht

Niet zonder reden staat het komende ‘Licht’ in Jesaja 60 met een hoofdletter aangegeven. Christus komst werd aangekondigd. Sprak Johannes naderhand niet over Jezus als het Licht? ‘Dit was het waarachtige Licht, Hetwelk verlicht een iegelijk mens, komende in de wereld. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt; en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven. (Joh. 1: 9-12). 

Te midden van een duistere wereld, heeft God Zijn Licht doen opgaan. Christus is gekomen, tot behoud van hen die zich in de duisternis bevinden. Ons licht kan de duisternis niet wegnemen. Als je het kaarsje uitblaast of de knop omzet, wordt het weer aardedonker. Niet anders is het vanbinnen. Wij moeten het van Christus Licht hebben, om het hart te verlichten. Wie God leert kennen, leert ook zichzelf kennen. Je leert schuld belijden. Duisternis komt aan het Licht. 

Hij Die onze duisternis binnendrong en Zich openbaarde, doet eeuwig in het licht wandelen. Of hebben we de duisternis liever dan het licht? 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Terug naar God (3)

De Heere neemt redenen uit Zichzelf om lief te hebben. Niet het gedrag van het kind vormt de aanleiding voor Vaders...

Terug naar God (2)

Uit Efraïms’ mond klinkt: ‘Bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn, want U bent de Heere, mijn God!’ Het grondwoord dat...

Terug naar God (1)

Wie de profetieën van Jeremia op zich in laat werken hoort hoe opstandig het volk Israël was. Als bekering uitblijft,...