Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

maandag 24 oktober

Hoe de discipelen zich verhouden tot Jezus (1)

Een vriendschap kan op allerlei manieren blijken. Op de korte termijn is er vaak sprake van wederzijdse verbinding, een klik, herkenningspunten, gezamenlijke interesses. Op de langere termijn is vriendschap vooral gebaseerd op trouw. 

Vriendschap

Wie elke dag weegt wat de vriendschap waard is, houdt het met niemand op de langere termijn uit. Wat resteert na jaren van vriendschap is de waarde van dat wat je in de jaren van vriendschap deelt. En laten we eerlijk zijn, juist waar verbinding en vriendschap is kan en een breuk tot forse schade lijden. Je kunt pijn ervaren van vriendschappen die niet meer zijn wat ze waren. 

Jezus heeft zojuist aangegeven dat niemand meer liefheeft, dan hij die zijn leven zet voor zijn vrienden. Dat is de diepste uiting van vriendschap. Dat je jezelf opoffert voor de ander. We hebben gezien dat dit op Jezus zelf wijst. Hij schonk Zich; hoewel niet voor vrienden, maar voor hen die Zijn vijanden waren, maar nu met God verzoend door genade. In één adem zegt Jezus daar achteraan: jullie zijn Mijn vrienden, als jullie doen wat Ik jullie gebied. 

Voorwaardelijk

Wacht even, is hier nu sprake van een voorwaarde? Als, dan? Nee, er is sprake van een karakterisering van de vriendschap. Als je een plaatje, een uitleg, een beeld wilt hebben van de vriendschap tussen Jezus en Zijn discipelen, dan is dit het. Dat zij Hem gehoorzaam zijn. 

Let wel, je kunt het niet omkeren in dit geval. Je kunt niet zeggen; als ik Zijn geboden houd, ben ik Zijn vriend. Dat is wat genoeg geprobeerd is in de geschiedenis. In het vervolg zal blijken dat het initiatief niet van ons uitgaat. Niet wij kiezen voor Hem, Hij koos voor ons. Dat blijkt, want wie Hem toebehoort, verlangt ernaar om Hem gehoorzaam te zijn. 

Essentie van zonde

Dit staat haaks op het tegenovergestelde, namelijk dat iemand in rebellie leeft ten opzichte van God. Dat is onze natuurlijke houding. Dit is waar wij uit onszelf voor kozen. Zonde, wetteloosheid, rebellie ten opzichte van God. Dat hef je niet op met goede bedoelingen, dat hef je evenmin op met offers. Dat was reeds in het Oude Testament zo. 

De Israëlieten dachten het met mooie giften voor de Heere op te lossen en ondertussen vast te kunnen houden aan hun gewone oude levensstijl. Samuel reageert daarop: ‘Doch Samuël zeide: Heeft de HEERE lust aan brandofferen, en slachtofferen, als aan het gehoorzamen van de stem des HEEREN? Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer, opmerken dan het vette der rammen.’ (1 Sam. 15: 2). De Heere eist gehoorzaamheid, niet offerande. 

Dit maakt duidelijk dat enerzijds zeggen in harmonie met God te leven en anderzijds vasthouden aan de zonde niet samen op gaat. Er zijn mensen die in de naam van Jezus krachten deden, wonderen deden, in Zijn Naam profeteerden. Maar Jezus zegt over hen: ‘En dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt!’ (Matt. 7: 22). Waarom? Omdat zij de ongerechtigheid aan de hand hielden. Daartegenover plaatst hij vervolgens de wijze man die op de rots bouwt: ‘Een iegelijk dan, die deze Mijn woorden hoort en dezelve doet, dien zal Ik vergelijken bij een voorzichtig man, die zijn huis op een steenrots gebouwd heeft’ (Matt. 7: 23). Hij die de wil van God doet, die leeft in harmonie met Hem. 

Geloof en gehoorzaamheid

Steeds weer blijkt dat geloof en gehoorzaamheid bij elkaar horen in het Nieuwe Testament. Rom. 6: 17: ‘Maar Gode zij dank, dat gij wel dienstknechten der zonde waart, maar dat gij nu van harte gehoorzaam geworden zijt aan het voorbeeld der leer, tot hetwelk gij overgegeven zijt.’ Dat zien we ook in de Hebreeënbrief, de realiteit van hen die de Heere volgen blijkt uit hun gehoorzaamheid. 

Gehoorzaamheid is geen voorwaarde voor verlossing, maar het is een onmisbaar gevolg. Joh. 10: 27: ‘Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij.’ Dat bijkt in de praktijk, Ef. 2: 10: ‘Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.’ 

Dit is deel 1 van een vierluik over Joh. 15: 14-17. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Wat voorbijgaat en wat blijft (1)

De profeet Jesaja hoort een stem zeggen: Roep! (Jes. 40: 6) Het antwoord klinkt: ‘Wat zal ik roepen?’ In deze...

De Heere baant Zich een weg (2)

‘En de heerlijkheid van de HEERE zal geopenbaard worden.’ (Jes. 40: 5a)  De engelen wisten al van Gods...

De Heere baant Zich een weg (1)

‘Troost, troost Mijn zal uw God zeggen.’ (Jes. 40: 1) Het klonk daar als een opdracht en in meervoud. In Jes. 40: 3...