Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

maandag 3 mei

Jericho valt en Rachab behouden (1)

In Jozua 6 zien we hoe zowel Israël als Rachab de vervulling van Gods toezegging verwachten. Rachab wacht in haar huis op de stadsmuur, met het scharlaken koord uit het raam. De Israëlieten lopen achter de ark rond de stad. De Heere houdt woord. 

Belofte

In het eerste deel van Jozua 6 is de strategische plannenmakerij van legerleider Jozua doorkruist door de Heere. ‘Zie, Ik heb Jericho met haar koning en strijdbare helden in uw hand gegeven.’ (Joz. 6: 2). De belofte ligt er, de uitwerking volgt. Maar anders dan Jozua dacht. Hij gaat met het volk rond de stad, achter de ark aan. De Heere zal strijden; het volk stilzijn en op Gods teken juichen. Dan vallen de muren ineen en trekt men strijdend de stad in. 

Oordeel

Wat volgt is aangrijpend. Op deze stad rust een ban van God. Dit betekent dat heel de stad voor God gezuiverd moet worden vanwege de zonden van de bewoners. Het goud en zilver wordt toegevoegd aan de schatten van de tabernakel.

Enkele eeuwen geleden klonken de woorden van de Heere in Genesis 15: 16, tegen Abram: ‘En het vierde geslacht zal herwaarts wederkeren; want de ongerechtigheid der Amorieten is tot nog toe niet volkomen.’ De Heere heeft dus lang geduld gehad, ondanks de zonden die werden uitgeleefd. Het oordeel opgeschort. Maar nu is het geduld ten einde. Opstand tegen God roept om oordeel. Heel de Bijbel laat zien dat de Heere geduld toont, maar niet eindeloos. 

Twee panelen

Jericho valt. In wat hierna gebeurt zien we een contrast ontstaan. Het is alsof de Bijbelschrijver ons twee panelen van een schilderij laat zien. Die onderling een tegenstelling tonen. 

Allereerst een paneel met Rachab, die vanuit een stad waarop het oordeel van de Heere rust, de toevlucht neemt tot de Heere. Op het gerucht van Gods handelen, volgt door genade geloof. Zij strekt zich uit naar Gods goedertierenheid. Vervolgens een paneel met Achan, die als verbondskind straks dat wat voor Gods dienst bestemd is voor eigen gebruik wegmoffelt. De één zet haar huis en hart open voor de Heere, door genade. De ander moffelt dat wat op de aarde zijn belangstelling heeft onder een kleed. Onttrokken aan de dienst voor de Heere. De tent dicht, uit het zicht. De Heere blikt er echter dwars doorheen. Hij ziet het hart aan. 

Geloof

De Hebreeënschrijver geeft aan waar het scharniert in Jozua 6. ‘Door het geloof zijn de muren van Jericho gevallen, als zij tot zeven dagen toe omringd waren geweest. Door het geloof is Rachab, de hoer, niet omgekomen met de ongehoorzamen, als zij de verspieders met vrede had ontvangen.’ (Hebr. 11: 30-31) 

Er is geen neutraal terrein. We behoren of tot het Koninkrijk van God, rustend op Zijn beloftewoord. Of we leven buiten het Koninkrijk, rustend op eigen kracht en middelen, ontrouw aan Hem die het ons gaf. Het is van tweeën één. Van welke beloften verwachten we het. De belofte van eigen kracht, goud, of macht? Of van Gods beloftewoord? Het is in Christus vervuld, volbracht. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Gods heerlijkheid zien (2)

De heerlijkheid van God duidt op Zijn voortdurende aanwezigheid. Deze heerlijkheid van God zal opgaan, belooft Jesaja....

Twee mannen brengen een offer (2)

Kaïn en Abel hebben bij het offeren ervaren dat de Heere het offer aannam bij Abel en niet aannam bij Kaïn. Hoe? Dat...