Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Luister de podcast

vrijdag 2 juni

Jezus roept een tollenaar tot navolging (4)

Het eerste dat Levi doet in de navolging van Christus is een grote maaltijd organiseren. Letterlijk staat er dat hij een ‘grote ontvangst’ organiseert in zijn huis. Hij trekt zijn portemonnee en begint groots te bestellen. Er komen niet een paar vrienden, nee een menigte. 

Zichtbaar

Heel zijn oude netwerk nodigt hij uit. Levi loopt niet met een staart tussen zijn benen uit zijn oude netwerk weg. Hij is geen stille vluchteling. Heel zijn netwerk mag weten wat voor verandering hij heeft doorgegaan. Hoe ze er ook over denken, wat ze er ook van vinden. Allemaal dienen ze in aanraking te komen met Christus. 

In de cel van zijn leven is het licht van Christus gevallen. Met dat hij Jezus genade aanvaardde, kreeg hij zo’n liefde voor Hem dat hij deze liefde aan allen gunt. Hij ontmoette de Borg voor zijn schuld en wil Hem nu met al zijn oude vrienden delen. Iemand wordt nooit alleen voor zichzelf behouden. Een christen wordt door Gods genade niet op zichzelf gericht, maar op anderen. ‘Gij zijt het zout van de aarde.’ (Matt. 5: 13). Een stad op een berg kan niet verborgen blijven. Jesaja stelt dat als het volk dat eerst in duisternis wandelde licht ziet, zij ook opstaan en licht geven. Robert Murray MacCheyne zegt daarbij: ‘Christenen moeten als Christus worden, kleine zonnetjes om op gaan en te schijnen over de donkere wereld.’ Maak u op, wordt verlicht. We worden als lichtdragers in deze wereld geplaatst. Het wordt een afscheidsmaaltijd voor Levi. Zoals een soldaat die iedereen samenroept, omdat hij daarna een periode van huis is om in het leger te dienen. 

Met Jezus

Wie zijn daar met Jezus? Een grote groep met tollenaren, prostituees, zondaren. En Jezus at met hen. We lezen hier niet dat hij terplekke de confrontatie zoekt. Je hoeft geen blad voor de mond te nemen, terwijl je toch in verbinding met die ander blijft staan. Denk aan Johannes de Doper bij Herodus. Hij behandelde hem heel eerlijk, toch hoorde Herodus hem graag (Mark. 6: 19-20). Zoveel als mogelijk is, leef in vrede met alle mensen. (Rom. 12: 18) Streef de vrede na (Hebr. 12: 14). We winnen mensen niet voor de waarheid, door ze direct af te stoten. Wat niet betekent dat we niet helder zijn over onze standpunten. Jezus was de hoofdgast in hun midden. Hij schaamde zich niet om met hen gezien te worden. 

Morren

De farizeeën en Schriftgeleerden komen weer om er iets van te vinden. Zij vertrouwen op hun eigen streven, hun eigen gerechtigheid voor God. Dat staat op gespannen voet met wat Jezus hier doet. Omdat ze niet beseffen waarom Jezus op aarde kwam, hebben ze moeite met deze situatie. Ze hebben volgens Calvijn geen oog voor het doolhof waarin mensen verward raakten, als gevolg van de zonden. Zij zien niet hoe verschrikkelijk de toorn en vloek van God zijn, die op allen rust. Zij hebben geen oog voor de zware last waaronder zij gebukt gaan. Zij zijn daardoor gevoelloos voor de ellende waarin deze mensen zich bevinden. Daardoor zien zij Jezus niet zoals Hij is, een arts te midden van doodzieke patiënten. 

Jezus maakt dit aan hen duidelijk. Wie gezond is, heeft geen dokter nodig, maar een zieke wel. Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaren te bekering. 

Wie bij doop en avondmaal anderen ziet komen die volgens jou onreiner zijn dan jij, kent zichzelf nog niet. We worden met de meest onreine in dezelfde Fontein gewassen. Je verwacht het nog van je eigen offers, maar leerde niet vertrouwen op het offer van Jezus Christus. De Heere wijst daarop in Hosea 6: 6: ‘Want Ik heb lust tot weldadigheid, en niet tot offer; en tot de kennis Gods, meer dan tot brandofferen.’ De prostituee zit niet alleen in de zaal bij Jezus; nee, wij leven zelf in overspel met allerlei goden naast God. 

Luister deze blog als podcast

Lees verder over dit onderwerp

Christus spreekt armen zalig

Wie de Zaligsprekingen leest als een handleiding, die heeft het niet begrepen. We lezen in de eerste elf verzen van...