Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

Beluister de podcast op   Logo Spotify podcast   Logo Itunes podcast

woensdag 4 november

Johannes was getuige

‘Meneer, er is nooit iemand teruggekomen,’ zeggen catechisanten soms. Met andere woorden: ‘Ik geloof u graag, maar wat bewijs zou helpen.’ Begrijpelijke opmerking, een aanleiding voor gesprek. De apostel Johannes had niet te maken met dergelijke vragenstellers, maar met dwaalleraars. Ze geloofden niet in de menswording van Christus.

Menswording

In de gemeente waar Johannes zijn eerste zendbrief aan richtte had men te maken met dwaalleraars. Die geloofden niet in de menswording van Christus. Johannes zet zijn brief in met bewijs voerende woorden over de realiteit van de menswording van Christus.

Hij verwijst daarmee terug naar het begin van de brief. In de eerste twee verzen van de brief keek Johannes terug naar het begin. Hij laat allereerst een echo klinken van Genesis 1: 1. Zoals hij dat ook doet in het begin van het Johannesevangelie: ‘In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.’ (Joh. 1: 1) In 1 Joh. 1 zegt hij: ‘Hetgeen van den beginne was…’ Toen al het voor ons tastbare nog tot leven moest komen, was het levende Woord er al, namelijk Christus.

Johannes gaat hier de confrontatie aan met hen die stellen dat Christus niet zowel God als Mens kon zijn. Hij noemt Hem namelijk het ‘Woord des levens’. Dat betrekt Hij op Christus, de Persoon die hij zag, tastte en hoorde. Het Woord dat vleesgeworden is. In zijn Johannes-evangelie legde Hij dat reeds uit: ‘En het Woord is vleesgeworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid.’ (Joh. 1: 14).

Erbij geweest

Vervolgens laat Johannes ziet dat hij Hem ontmoette, toen Christus op aarde kwam in de nederige gestalte van een mens. Johannes kon de Zoon van God zien, aanschouwen, tasten. Hij spreekt in meervoud, ‘wij’. Samen met de andere discipelen kan hij daarover getuigen.  

Johannes stond erbij toen Jezus een klein meisje uit de dood opwekte. Hij was erbij toen Mozes en Elia verschenen op de berg, waar ze samen met Jezus spraken. Petrus wilde dat moment vasthouden en een paar tenten bouwen. Zo reëel was die ervaring. De discipel Johannes lag aan Jezus borst toen deze Judas aanwees als de verrader, wat later uitkwam. Johannes was erbij toen de soldaten neervielen voorafgaand aan de gevangenneming in de hof, waarbij Jezus iets van Zijn majesteit toonde. Johannes stond aan de voet van het kruis, waar Jezus hem de opdracht gaf om voor Zijn moeder te zorgen. Johannes was de geliefde discipel van Jezus (Joh. 8: 23-24). Als iemand recht van spreken had, dan Johannes wel. Hij werd niet voor niets door Paulus een pilaar van Gods kerk genoemd (Gal. 2: 9).

Gemeenschap

Johannes is door Hem in beweging gezet om het de gemeenten per brief te verkondigen. Als een getuige, die erbij is geweest. Hem gezien en gehoord heeft. ‘Want het Leven is geopenbaard, en wij hebben het gezien, en wij getuigen, en verkondigen u dat eeuwige Leven, Hetwelk bij den Vader was, en ons is geopenbaard.’ (1Joh. 1: 2). Wat verkondigt Johannes? ‘Hetgeen wij dan gezien en gehoord hebben’. Waarom? ‘Opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben en deze onze gemeenschap ook zij met den Vader, en met Zijn Zoon Jezus Christus.’ Opdat? ‘Uw blijdschap vervuld zij’. (1 Joh. 1: 3-4)

Lees verder over dit onderwerp

Navolgers van God (3)

De reuk van de offers in het Oude Testament ging op tot God. We zien dat bij het offer van Noach, na de zondvloed. ‘En...

Navolgers van God (2)

Als Paulus in Efeze 5: 2 zegt dat christenen moeten wandelen in de liefde, is dat niet een zelf opgeklopte liefde. Het...